Een temperamentvolle artiest

Adrian Mutu, artiest en querulant, is vanavond aanvalsleider en aanvoerder van het Roemeense elftal dat tegen Nederland speelt. ,,Als een slang altijd op zoek naar een giftige beet.’’

Wanneer Roemeense voetballiefhebbers de naam Adrian Mutu horen vallen, verschijnt een blik in hun ogen die een mengeling van twijfel en bewondering verraadt. De 28-jarige Mutu is een artiest, zo’n voetballer die omstanders van de ene verbazing in de andere doet vallen. Een talentvolle aanvaller in het veld, een onberekenbaar mens buiten het veld.

Mutu vormt vanavond tegen het Nederlands elftal met Ciprian Marica de Roemeense aanval. De Nederlandse verdediging moet oppassen, want Mutu is niet alleen snel en technisch, hij is vooral sluw. Hij scoort veel, getuige de statistieken die zijn opgebouwd in zijn loopbaan bij Arges Pitesti, Dinamo Boekarest, Inter Milaan, Hellas Verona, Parma, Chelsea, Juventus en Fiorentina. Bij de laatste club maakte hij dit seizoen al dertien doelpunten, zijn maatje in de spits, Luca Toni, vijftien.

De voormalige Chelsea-trainer Claudio Ranieri vergeleek Mutu met een slang. „Hij is als een roofdier, altijd dreigend, als een slang altijd op zoek naar een giftige beet.” En zijn huidige trainer bij Fiorentina, Cesare Prandelli, zei: „Hij wil altijd recht op zijn doel af. Wanneer hij iets wil, is hij niet te stoppen.” Prandelli haalde Mutu in 2002 van Hellas Verona naar Parma. Daar scoorde Mutu ook al aan de lopende band.

Adrian Mutu had als wereldvoetballer in de voetsporen kunnen treden van Georghe Hagi, de magische Roemeen van weleer. Maar zijn temperament zat hem in de weg. Mogelijk omdat hij rechten had gestudeerd en boeken over filosofie en poëzie las, bracht het leven van voetballer hem in vertwijfeling. Het huwelijk met de tv-presentatrice Alexandra Dinu leverde daarnaast voortdurend leesstof op voor de boulevardpers, in Roemenië en in Engeland toen hij daar voor Chelsea speelde. Er volgden uitspattingen met een Roemeense pornoster, relaties met een voormalige miss Israël en een Italiaanse tv-presentatrice. En dan is er Consuelo, dochter van een Dominicaanse staatsman, met wie hij nu samenleeft.

Bij Chelsea, de cultclub waarmee iedere zichzelf respecterende kunstenaar en bekende Londenaar zich wenst te identificeren, ging het echt mis. De uitgaanswereld werd nog meer dan de voetbalwereld zijn favoriete domein. Hij raakte verslaafd aan cocaïne. Bij een dopingcontrole werd hij betrapt. Gevolg: een internationale schorsing van zeven maanden, ontslag bij Chelsea en de verplichting zich te melden bij het afkickcentrum voor verslaafde sportmensen, Sporting Chance, opgericht door ex-voetballer en ex-alcoholverslaafde Tony Adams. Hij onderging er twee weken dagelijks individuele psychotherapeutische sessies. Ook zijn ex-vrouw Alexandra was enkele malen aanwezig, in de hoop hun huwelijk te redden.

Na zijn schorsing zette Mutu zijn voetballeven voort bij Juventus. Maar Juventus werd afgelopen zomer na het omkoopschandaal teruggezet naar de Italiaanse tweede divisie. Mutu kon worden verkocht aan Fiorentina, de club uit Florence waar de Roemeen zich nu kennelijk goed thuis voelt tussen artiesten, filosofen, dichters en andere levenskunstenaars. Hij mag dan buiten het veld in evenwicht zijn, in het veld wil de temperamentvolle voetballer zich nog weleens te buiten gaan.

Twee weken geleden raakte hij weer in opspraak, omdat hij in de uitwedstrijd tegen Palermo scoorde terwijl er een geblesseerde tegenstander op het veld lag. De voorzitter van Palermo noemde Mutu vervolgens „een kleine geslepen zigeuner”. Toen ’s avonds in het tv-programma La Domenica Sportiva analisten het gedrag hekelden, belde Mutu meteen naar de studio. Hij kwam rechtstreeks in de uitzending en kreeg na bestudering van de beelden gelijk.

Het incident roept herinneringen op aan de ‘Wedstrijd van het Geloof’ in het pauselijk Jubeljaar 2000. In zijn meeslepende boek over het Italiaanse supporterdom Een seizoen met Hellas Verona beschrijft Tim Parks hoe de wedstrijd tussen Italië en de rest van de wereld (buitenlandse sterren in Italië) verliep: „Het Jubelfeest van de Sporters moet de cyclus afsluiten in een orgasme van goede bedoelingen. Voetbal moet menselijker worden gemaakt, krijgen we te horen, christelijker! Waarom?”

Mutu valt na rust in, scoort, maar zijn doelpunt wordt afgekeurd. Zogenaamd wegens buitenspel, maar de ware reden is dat niemand deze Partita della Fede mag winnen. Mutu weet zeker dat hij niet buitenspel stond, hij wordt boos en dus vervangen. „De volgende dag”, aldus Parks, „na alle gebruikelijke onzin over hoe ontroerd hij was om voor de paus te mogen spelen, vertelt de Roemeen aan een journalist: ‘Maar ik stond niet buitenspel. Ze hadden het doelpunt moeten goedkeuren. Dat zou toch schitterend zijn geweest. Dan zouden de mensen telkens aan míj hebben gedacht als ze aan die dag terugdachten’.”

Zo kenden de supporters van Hellas Mutu weer. Daarom noemden ze hem Lo zingaro, de zigeuner. Razend populair was de Roemeen met het grote ego in het Bentegodi-stadion van Verona. „Moe-toe, moe-toe brulde de menigte als hij weer gescoord had. De zigeunerjongen kwam zelfs buigen onder de curva’’, schrijft Parks. In het stadion waar racisme hoogtij vierde werd de vreemde Roemeen toegejuicht als een bloedbroeder.

Bij Fiorentina is Mutu nu bijna zo populair als destijds bij Verona. Een temperamentvolle artiest die doet waar zijn bewonderaars om vragen: onvoorspelbare acties en bijzondere doelpunten. Waar Mutu verschijnt gebeurt iets.