Een professor is niet per se hoogleraar

Steeds meer Nederlandse universiteiten voeren het Amerikaanse systeem van ‘tenure track’ in. Goede onderzoekers worden sneller hoogleraar.

De faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen verwelkomt binnenkort 36 nieuwe hoogleraren. Zij krijgen het recht om promoties uit te voeren – een recht dat van oudsher is voorbehouden aan hoogleraren. Toch moeten deze 36 onderzoekers nog minstens vijf jaar wachten tot ze zich in het buitenland mogen tooien met de functie ‘full professor’, het Amerikaanse equivalent van hoogleraar. De komende vijf jaar zijn ze ‘associate professor’, of in het Nederlands: adjunct-hoogleraar.

Een professor, dat is toch een hoogleraar? Niet per se. Sinds enige jaren noemen veel docenten op Nederlandse universiteiten zich ‘assistant professor’ of ‘associate professor’. Deze functies staan gelijk aan respectievelijk universitair docent en universitair hoofddocent. De Groningse adjunct-hoogleraar is in feite een universitair hoofddocent met promotierecht.

De nieuwe titulatuur is het gevolg van de invoering van het ‘tenure track’-systeem, naar Amerikaans voorbeeld. De meeste Nederlandse universiteiten voeren dit systeem langzamerhand in. Om kans te maken op een vaste aanstelling (tenure) komen jonge onderzoekers in een traject. Niet langer hoeven ze te wachten tot een hoogleraar vertrekt om zelf die rang te krijgen. Wie goed genoeg is, wordt in het nieuwe systeem vanzelf hoogleraar.

Een woordvoerder van de Rijksuniversiteit Groningen, waar inmiddels bijna alle faculteiten volgens het nieuwe systeem werken, legt uit hoe het geregeld is. Al vanaf het moment dat iemand in Groningen universitair docent wordt, beoordeelt de universiteit of deze wetenschapper voldoende talent heeft om ooit hoogleraar te worden. Zo ja, dan begint deze onderzoeker, die na zijn promotie meestal al enkele jaren onderzoek heeft verricht, als ‘assistant professor’. Na vijf jaar krijgt iedereen die voldoende presteert gegarandeerd de functie van adjunct-hoogleraar. Nog eens vijf jaar later worden ze ‘echte’ hoogleraren.

Doordat de universiteit zo’n vijf jaar geleden met het nieuwe systeem is begonnen, zijn de eerste resultaten nu bekend. De 36 toekomstige adjunct-hoogleraren bij de bètawetenschappen zijn begonnen in een groep van 38 – slechts twee onderzoekers hebben het traject moeten verlaten.

Voor een devaluatie van de titel hoogleraar of de term professor is de Groningse universiteit niet bang, zegt de woordvoerder. „Nu al heb je de functies van hoogleraar A en B en bijzonder hoogleraren. Door meer mensen het recht te geven om promotie te verlenen, kunnen we beter concurreren met het buitenland. ”

De meeste universiteiten zijn enthousiast over het nieuwe systeem. Ze hebben het systeem niet allemaal al zo ver doorgevoerd als in Groningen – zo krijgen universitair hoofddocenten alleen in Groningen het recht om promotie te verlenen. Maar bijna alle universiteiten zijn bezig met tenure track, soms op enkele faculteiten.

Ook het Promovendi Netwerk Nederland, vereniging van universiteiten VSNU en De Jonge Akademie, broedplaats van talentvolle wetenschappers, zijn blij met de doorstroommogelijkheden voor jonge onderzoekers. Hugo Levie, hoofd arbeidsvoorwaarden van de VSNU, ziet als een van de belangrijkste voordelen dat universiteiten hun medewerkers selecteren op basis van prestaties, in plaats van op de vraag of de formatie ruimte voor iemand biedt.

Bovendien toonde het kabinet-Balkenende II interesse. In een officieel geformuleerd standpunt overwoog het kabinet „het omzetten van het aio- en postdoc-stelsel in een tenure track systeem” te bespreken. De huidige minister van Onderwijs en Wetenschap, Ronald Plasterk (PvdA), wil eerst de inhoud bestuderen voordat hij zich in de discussie mengt.

Maar niet iedereen is overtuigd. Zo is de Radboud Universiteit in Nijmegen een van de instellingen die niet mee doet. Reden: alleen hoogleraren hebben het recht op promotie, en dat willen ze in Nijmegen zo houden.

In de Verenigde Staten, waaraan het systeem is ontleend, wordt geconstateerd dat de tenure track niet altijd gunstig is voor vrouwen. Doordat vrouwen vaak aan het traject beginnen op een leeftijd waarop ze doorgaans ook kinderen zouden willen krijgen, zouden ze meer moeite hebben dan mannen om zich staande te houden in het systeem. Daarbij speelt een rol dat in het systeem het motto ‘up or out’ geldt: wie niet voldoende progressie boekt, kan vertrekken.

Prof. dr. F.W. Steutel, emeritus hoogleraar wiskunde van de Technische Universiteit Eindhoven, heeft tijdens zijn wetenschappelijke carrière tweemaal een korte periode in de Verenigde Staten gewerkt. Hij heeft daar geleerd dat het carrièreperspectief van jonge onderzoekers door tenure track verbetert, maar hij plaatst ook kanttekeningen bij het systeem. Als we dadelijk tienduizend hoogleraren hebben, vraagt Steutel zich af, moeten die zich dan allemaal professor noemen? „Dat doen ze in de Verenigde Staten ook niet.” In Nederland is professor de aanspreektitel van een hoogleraar. In de Amerikaanse situatie word je benoemd tot professor, maar niet als zodanig aangesproken. Volgens Hugo Levie is er van titelinflatie „geen sprake”. Door tenure track, verwacht Levie, krijgt Nederland, dat nu ongeveer 2.500 hoogleraren telt, er uiteindelijk zo’n 200 tot 250 hoogleraren bij.