Documentaires om de Grieken op te voeden

Op het Thessaloniki Documentaire Festival draait een speciaal programma met Nederlandse films. Maar Grieken willen films zien over Grieken.

Dimitri Eipides, oprichter en artistiek directeur van het Thessaloniki Documentaire Festival, windt er geen doekjes om: documentaire heeft een belangrijke educatieve functie. Het is een opvatting waar collega Ally Derks, directrice van het Internationale Documentaire Festival Amsterdam, zich ongetwijfeld in kan vinden. Zij meldde vorig jaar bij de opening van de negentiende editie van het Idfa trots dat de documentaire de wereld kan verbeteren. Eipides heeft met de documentaire bescheidener plannen: de Griekse burger opvoeden. Die strategie lijkt te werken: in 1999 trok het festival 3000 bezoekers, vorig jaar 35.000.

Eipides ziet in Griekenland een schrijnend tekort aan informatie. De documentaire kan volgens hem die leemte vullen. „Eigenlijk biedt de documentaire een sociale dienst aan de Griekse gemeenschap,” aldus Eipides. „Jullie wonen in het centrum van Europa en worden beter geïnformeerd. Wij zitten aan de periferie en worden vaak vergeten. We moeten ons bewust worden van de echt belangrijke wereldkwesties, zoals het broeikaseffect, onderdrukte minderheden en genetische manipulatie. We moeten reageren en om te reageren moeten we geïnformeerd zijn. Dit documentairefestival biedt een alternatieve informatiebron. Hopelijk zullen in ieder geval de jongeren betere burgers worden en beter gaan stemmen. Dat is een romantische visie, maar ik moet erin geloven.”

Het programma bestaat dan ook, naast een uitgebreide Griekse sectie (alle Griekse inzendingen, ongeacht kwaliteit, worden op het festival vertoond), vooral uit sterk geëngageerde films, zoals bijvoorbeeld Jesus Camp over christenfundamentalististische zomerkampen voor de jeugd in de Verenigde Staten. De Nederlandse documentaire neemt al sinds het begin van het festival een belangrijke plek in. Tijdens de eerste editie in 1999 was er een retrospectief rondom het werk van Joris Ivens. In 2000, een jaar voor zijn dood, was Eipides’ goede vriend Johan van der Keuken eregast. Eipides ziet de Nederlandse documentaire als een dankbare bron voor mooie, minimalistische films: „Nederlandse documentaires hebben een bepaalde finesse, een specifieke doortastende stijl in het weergeven en verslaan van de realiteit. Simpel, direct, maar nooit artistiekerig of overdreven intellectueel.”

In deze negende editie is het percentage Nederlandse bijdrages nog groter dan normaal. Er is een speciaal Nederlands programma, Dutch Docs, bestaande uit elf recente Nederlandse documentaires. De films zijn thematisch echter ver verwijderd van het werk van de twee grootmeesters waar Eipides met zoveel genegenheid aan terugdenkt. Waar Ivens en Van der Keuken carrière maakten met Nederlandse motieven, intieme onderwerpen en grootse sociale kwesties, reizen de filmmakers uit de Dutch Docs de hele wereld rond voor sprekende portretten en verhalen over kleinschalig onrecht: een Nederlandse bankierszoon in Venezuela (Jungle Rudy), een (ex)kickboksende monnik in Thailand (Buddha’s Lost Children), een groep Bosnische psychiatrisch patiënten in Hongarije (Forgotten Fools) of de in rouw gedompelde inwoners van een verwoest Iraans dorp in Voices of Bam.

Laurien ten Houten, programmeur van de Dutch Docs, geeft toe bij de programmering niet zozeer naar de educatieve waarde van de documentaires te hebben gekeken. Maar ook zij probeert, net als Eipides, het publiek alternatieven te bieden, vooral ten opzichte van het Griekse programma: „De Griekse documentaires die we hier draaien gaan vaak over de Griekse geschiedenis of over ‘bekende’ Griekse persoonlijkheden. Met de Nederlandse selectie wilde ik het Griekse publiek laten zien hoe het ook kan. Wanneer mijn Griekse collega’s de Nederlandse documentaires zien zijn ze verbijsterd: ‘Wow, Nederlanders gaan de hele wereld over!’”

De Nederlandse cultuur komt er in de Dutch Docs bekaaid van af. Slechts een paar blijven op Nederlandse bodem, zoals Schoffies , de film over de blauwe reiger in Amsterdam. Pretpark Nederland van Michiel van Erp – „Te clichébevestigend en misschien zelfs iets te Nederlands” – heeft de selectie niet doorstaan.

Waar de Grieken wel warm voor lopen? Exotische locaties en kleurrijke karakters. Ten Houten: „Jungle Rudy en Buddha’s Lost Children vinden ze geweldig, maar ik ben wel benieuwd hoe Forever, over de Parijse begraafplaats Père-Lachaise wordt ontvangen. Grieken praten niet openlijk over de dood, maar zijn wel grote fans van regisseuse Heddy Honigmann.”

De Nederlandse docu’s trekken publiek, maar ze halen het niet in populariteit bij de Griekse producties. Zelfs een gratis film over Griekse rozijnen trekt het dubbele aantal bezoekers van de tien die kwamen opdagen bij de wereldpremière over een beruchte Italiaanse voetbalster.