De retrofitfilters zijn zelf ook schadelijk

Roetfilters in dieselauto’s zijn goed voor het milieu, maar dan alleen in nieuwe auto’s. De overheid verstrekt 500 euro subsidie voor het plaatsen van roetfilters in oude auto’s, maar bij die toepassing lijkt het middel erger dan de kwaal.

Een dieselmotor heeft voor milieu en portemonnee een paar belangrijke voordelen. Zo’n motor springt zuiniger met de brandstof om, en produceert per gereden kilometer dus minder CO2. Ook heeft hij een langere levensduur dan een benzinemotor. In Nederland zijn ruim 1,1 miljoen personenauto’s met een dieselmotor uitgerust – bijna één op de vijf.

Een dieselmotor produceert wel meer stikstofoxyden dan een benzinemotor en ook veel meer fijne roetdeeltjes. Vooral dat laatste is dankzij nieuwe inzichten over de schadelijkheid van ‘fijnstof’ een probleem. Nederland heeft de grootste fijnstofproductie van Europa en op tal van plaatsen gelden nu bouwstops, omdat de emissie van roetdeeltjes de Europese normen overschrijdt. Wie op zijn oudere dieselauto een roetfilter laat monteren krijgt daar van VROM sinds vorig jaar 500 euro subsidie voor.

Storm loopt het nog niet. Vooral Volvo-bezitters maken van deze regeling gebruik – Volvo neemt alle bijkomende kosten voor zijn rekening. En er bestaat twijfel over de werking van zo’n achteraf gemonteerd filter. Er zijn deskundigen die vermoeden dat dit middel erger is dan de kwaal: de deeltjes die zo’n ‘retrofitfilter’ wél doorlaat, zijn wellicht schadelijker dan wat er zonder filter uit de uitlaat komt.

Maar eerst iets over de roetfilters: de filters die in veel nieuwe dieselauto’s nu ‘af-fabriek’ zijn gemonteerd. Zo’n modern filter maakt deel uit van het totale ‘motor-management’. De centrale motorcomputer bekijkt of zich niet te veel roet in het filter ophoopt, en zo ja, dan wordt met een extra brandstofinjectie de temperatuur in het filter tijdelijk flink verhoogd – tot zo’n 500 graden. Het filter brandt zichzelf dan schoon. Nu blijkt in de praktijk dat dit tot 97 procent van de roetdeeltjes tegenhoudt. Maar pas vanaf 2010 gelden de Euro-5 normen en dan is zo’n roetfilter bijna de enige manier om aan de strenge eisen te voldoen. Het dieselpark gaat door met de uitstoot van fijne roetdeeltjes.

Maar je kunt ook roetfilters inbouwen in oudere auto’s. Het zogeheten retrofitfilter, dat tussen de motor en de uitlaatdemper wordt aangebracht. Maar omdat zo’n filter geen aansluiting heeft op de centrale motorcomputer behoort ook het computergestuurde schoonbranden niet tot de mogelijkheden. In een retrofitfilter gebeurt dat ‘vanzelf’: tijdens het rijden van een flinke afstand wordt het filter circa 250 graden en bij die hitte verbranden de meeste aangekoekte roetdeeltjes. Om te voorkomen dat zo’n filter bij veel korte ritten ‘dichtkoekt’, zijn de retrofitfilters van het half-open type: er blijft altijd een ongehinderde doorgang bestaan. De grootste deeltjes blijven aan de wanden van het filter vastzitten, de kleinste worden vrijwel ongemoeid gelaten. Maar slechts 30 tot 50 procent van de deeltjes worden tegengehouden. Alle beetjes helpen en vandaar dat VROM sinds 1 juli 2006 de montage van een retrofilter subsidieert met 500 euro. De rest, zo’n 100 euro, moet je zelf betalen.

Volgens VROM zijn er nu 8.630 retrofitfilters gemonteerd. Een groot deel daarvan (bijna 6.500) hangt onder een Volvo. In Overijssel verloopt de retrofitting ook voorspoedig, die provincie vergoedt net als Volvo, alle bijkomende kosten. Wie geen Volvo rijdt en niet in Overijssel woont loopt minder hard – er zijn nu zo’n 1.600 Nederlanders die de 100 euro aan extra kosten uit eigen zak hebben betaald.

Het ziet er niet naar uit dat het retrofitten een grote bijdrage gaat leveren aan het terugdringen van de roet-uitstoot: nog geen 9.000 op de 1,1 miljoen dieselauto’s, dat is nog geen procent. Ook de grote leasemaatschappijen, de ANWB en nog een paar organisaties die in september 2005 met de organisatie Natuur en Milieu een intentieverklaring hadden getekend waarin ze beloofden hun gehele diesel-wagenpark van retrofitfilters te voorzien (tezamen zo’n 92.000 filters), geven toe dat ze niet veel meer dan een paar honderd filters hebben aangebracht. Vaak hebben ze daar goede redenen voor: er zijn automerken die weinig in het retrofitten zien en geen goedgekeurde filters in de onderdelencatalogus hebben staan. Zo ontraadt Citroën het en wie het toch doet raakt zijn garantie kwijt.

Er is nóg een donkere wolk aan de horizon. Verschillende onderzoekers en wetenschappers zijn er niet van overtuigd dat het retrofitfilter de volksgezondheid bevordert. Sterker nog: misschien is het middel wel erger dan de kwaal.

Het probleem is, zegt dr. ir. Michiel Makkee, universitair hoofddocent bij de sectie Industrial Catalysis aan de TU Delft, dat die retrofitfilters wel een flink deel van de roetdeeltjes wegfilteren, maar dat de deeltjes die wél worden doorgelaten, veel schadelijker zouden kunnen zijn dan wat zonder filter in de buitenlucht komt.

Makkee: ,,De zeer fijne deeltjes worden door zo’n filter in beperkte mate tegengehouden en omdat die in het filter reageren met de stikstofoxyden die zich in de uitlaatgassen bevinden, kan je zeer fijne, zeer giftige deeltjes krijgen: ‘nitropaks’ en ‘oxypaks’. Die deeltjes zijn kankerverwekkend (carcinogeen) en kunnen tot genetische beschadigingen leiden (mutageen). En doordat ze heel klein zijn, tussen de 20 en 80 nanometer, passeren ze makkelijk de slijmvliezen, en dringen ze diep door in de longblaasjes.”

Dr. Flemming Cassee, projectleider ‘luchtverontreiniging en gezondheid’ bij het RIVM: ,,Ja, die deeltjes worden met stikstofoxiden verbrand en dan is het zeker aannemelijk dat je dit soort effecten krijgt. We stuiten hier op een groot gebrek aan informatie, de filterfabrikanten zelf kijken alleen maar naar de afname van het roet en niet zo naar schadelijke, organische, stoffen die worden uitgestoten. We hebben tegenover VROM onze twijfels geuit en gewaarschuwd voor de mogelijke negatieve effecten.”

Ook Fred Woudenberg, hoofd van het cluster medische milieukunde bij de GGD in Amsterdam, is bang voor de vorming van die schadelijke deeltjes. ,,Er is hier erg weinig onderzoek naar gedaan en dat zou wel op zijn plaats zijn, gelet op het belang dat we in Nederland aan roetfilters hechten.” Onderzoeker Anco Hoen, werkzaam bij het Milieu en Natuur Planbureau, dat in opdracht van VROM onderzoek deed naar retrofitfilters zegt dat er te weinig kennis bestaat over de werking van die filters. ,,We weten niet of ze wel goed werken.” Het MNP heeft bij VROM aangedrongen op nader onderzoek.

Voor de gemeente Amsterdam waren de adviezen van de deskundigen aanleiding een geplande ‘week van het roetfilter’ af te blazen. „Twijfels over de mogelijke schadelijkheid van die filters”, verklaart Gerrit Jolink, programmanager luchtkwaliteit van die gemeente.

VROM laat weten dat het de zorgen van Makkee c.s ‘serieus’ neemt. „TNO onderzoekt momenteel of er in bepaalde typen filters ongewenste kleine deeltjes ontstaan, of andere ongewenste schadelijke reactieproducten.” Daarna wordt bekeken of er aanvullend onderzoek moet komen. Makkee: ,,Ik vind dat te laat. Terugdringen van de emissie van fijn stof heeft bij VROM blijkbaar een hoge prioriteit.”