Bos beslist bankenfusie: alle geld is politiek

Banken zijn te belangrijk om aan de bankiers over te laten. Over grote fusies en overnames beslist de minister van Financiën. Wie doet wat?

De vorige keer had Wim Kok maar twee zinnen nodig.

Nee, hij stond niet afwijzend tegenover de fusie, en ja, hij zou de vereiste toestemming wel geven, als de aanvraag werd ingediend.

Dat was zeventien jaar geleden, het was in de derde week van maart 1990. Kok moest als minister van Financiën beslissen over de fusie van ABN en Amro. Nu moet een volgende minister over een volgende fusie beslissen: Wouter Bos gaat over ABN Amro en de Britse Barclays Bank, mits hun onderhandelingen succesvol zijn.

De verplichte politieke toestemming voor fusies illustreert de status aparte van banken.

Alle geld is politiek.

Vandaar het toezicht op de waarde van het geld, vroeger bij De Nederlandsche Bank, nu bij de Europese centrale bank. Vandaar het toezicht op banken.

Wanneer een financiële opkoper bijvoorbeeld Philips of Unilever zou willen overnemen, kan een minister dat in het openbaar afkeuren, maar hij kan het niet tegenhouden. Bij banken kan dat wel. Bankieren is voor de samenleving te belangrijk om het helemaal alleen aan bankiers over te laten.

Woninghypotheken, bedrijfskredieten, sparen en beleggen, het hele betalingsverkeer. Banken spelen hun rol als financiële schakel op basis van het vertrouwen van het publiek. Valt het vertrouwen weg en bestormen spaarders bij wijze van spreken de bank om hun geld terug te halen, dan overleeft een bank zo’n run niet.

De Nederlandsche Bank moet waken over de gezondheid van de banken. De centrale bank beoordeelt met oog op die taak ook fusies en overnames. Cruciale criteria zijn de betrouwbaarheid en kennis van zaken van directeuren, adequate interne organisatie en voldoende kapitaal om verliezen op te vangen. Over kleinere transacties beslist De Nederlandsche Bank zelfstandig. Over fusies en overnames die het hele bankwezen aangaan, heeft de minister van Financiën, de eerst verantwoordelijke bewindsman voor de financiële sector, het laatste woord.

Het informele vooroverleg kan soepel verlopen: in principe lunchen president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank en de minister van Financiën elke week.

Bos en Wellink zijn niet de enige die de fusie moeten beoordelen. De Europese Commissie moet kijken naar de concurrentiekant. De ondernemingsraad moet advies geven. De aandeelhouders moeten hun zegje doen.

De meeste hordes voor een fusie leveren de diverse toezichthouders. De Nederlandsche Bank geldt als liberaal: een buitenlandse bank die hier wil komen winkelen kan haar gang gaan. De Britten hebben een vergelijkbare houding: zij hebben een groot deel van de City verkocht aan buitenlandse banken. Italië voerde altijd een tegenovergesteld beleid. Het kostte ABN Amro veel tijd, energie, geld en geluk om politieke tegenwerking bij het bod op Antonveneta te overwinnen. Ook de Fransen staan traditioneel huiverig tegen buitenlandse bankovernames.

Maar je kunt als buitenlandse bank ook geluk hebben. ABN kon in 1979 haar eerste Amerikaanse bank, LaSalle in Chicago, kopen, omdat de lokale regels voor een bankovername zo strict waren, dat Amerikaanse banken er niet aan konden voldoen.

ABN Amro en Barclays willen graag hun eigen toezichthouder kiezen: De Nederlandsche Bank. ABN Amro wordt een Britse vennootschap, maar wel in Nederland. Dat is een opsteker voor Wellink. De Nederlandsche Bank ziet niet graag grote Nederlandse banken opgaan in buitenlandse concerns. Het aanzien van een bankentoezichthouder wordt mede bepaald door het aantal grote banken dat onder controle staat. En de regel is dat de toezichthouder in het land van vestiging van het hoofdkantoor de regie heeft.

De regel is ingevoerd na het eerste grote echec op de geliberaliseerde financiële markten, met het bankroet van het Duitse bankiershuis Herstatt in 1973. De Duitse toezichthouders sloten de bank, maar niemand informeerde de Amerikanen, waar het Herstatt-kantoor tot het eind van de dag op de markten bleef handelen.

De beoogde regierol van De Nederlandsche Bank laat onverlet dat alle bankentoezichthouders in alle landen waar de nieuwe combinatie zit, een oogje in het zeil moeten houden bij de lokale vestiging. Datzelfde geldt voor het scala aan toezichthouders op deelactiviteiten, zoals de handel op financiële markten. Noem de afkortingen maar op, van AFM (Nederland) tot FSA (Engeland) en SEC (Amerika) en de combinatie heeft met hen en hun rapportage-eisen te maken.

In de Verenigde Staten kan de nieuwe combinatie op toernee, van de controleurs in de afzonderlijke staten waar zij een bankvergunning hebben tot en met de landelijke toezichthouder, de Federal Reserve. Heikel punt is de herinnering aan het overtreden van anti-witwasregels en het ontduiken van sancties tegen Iran en Libië bij het ABN Amro kantoor in New York. Daarvoor kreeg de bank eind 2005 een hoge boete (omgerekend bijna 67 miljoen euro) en een proeftijd: tot nader order geen grote Amerikaanse overnames.