Beteugel uw driften....

Al eeuwenlang zijn er filosofen die oproepen tot zelfbeheersing en matiging. De mens zou zijn dierlijke driften in toom moeten houden, want alleen op die manier zou hij waarlijk mens kunnen zijn. Hieronder volgen enkele voorbeelden van dergelijke oproepen, met toelichting.

1‘Het best is te ondergaan wat je niet kunt verbeteren’

Seneca (ca. 4 v.C - 65 n.C.), Brieven aan Lucilius

We zijn heel ‘gulzig’ in onze pogingen om zoveel mogelijk uit het leven te halen, zegt de Romeinse filosoof Seneca. Maar daarmee ontkomen we uiteindelijk toch niet aan de onvermijdelijke conflicten, verliezen en de dood. Daarom kunnen we beter die gulzigheid matigen en ons voorbereiden op tegenslagen en ons trachten te verzoenen met de eigen dood: ‘Een grote geest is hij die zich uitlevert aan het lot’. Dat is geen eenvoudige opgave, weet ook Seneca. Maar bedenk, zegt hij aanmoedigend: ‘Al wat onvermijdelijk staat te gebeuren ondanks je verzet, dat is geen onvermijdelijk lot. Ik bedoel dit: wie bevelen gewillig aanvaardt, ontkomt aan het bitterste deel van de slavernij.’

2‘Het best denkbare geneesmiddel waarover we tegen de hartstochten beschikken is de ware kennis daarvan’

Spinoza (1632-1677), Ethica

We zijn ‘aangedaan’ door hartstochten als haat en liefde. Zaak is nu om de hartstochten te leren kennen, zegt Spinoza, waardoor de geest er macht over verkrijgt. Zolang we niet in staat zijn onze hartstochten te kennen, moeten we ‘leefregels bedenken’ en ‘in het geheugen prenten’. Vervolgens moeten we zelf regelmatig bedenken hoe we die regels in de praktijk kunnen toepassen. Overwin bijvoorbeeld angst door je alle ‘levensgevaarlijke situaties voor te stellen en de beste manieren deze door tegenwoordigheid van geest en geestkracht te vermijden en te overwinnen.’

3‘De ware barrière die ons tegenhoudt is de ervaring van schoonheid’

Jacques Lacan (1901-1981), De ethiek van de psychoanalyse

In de tragedie Antigone wil de hoofdrolspeelster zelfs ten koste van haar eigen leven haar broer begraven. Antigone is volgens Lacan typerend voor de mens. Verlangen maakt ons tot mens, tegelijkertijd kan het leiden tot de vernietiging van onszelf of van de gehele mensheid. We kunnen dat mateloze verlangen enigszins temmen door er inzicht in te verwerven. De ‘hoogste vorm’ van inzicht biedt kunst. Daarnaast kan kunst ons verlangen sublimeren: we genieten van Antigones mateloosheid, maar blijven wel op een veilige afstand. Op die manier blijft ons verlangen intact zonder dat we eraan bezwijken.

4‘Handel zo dat de maxime van je handelen tot algemene wet verheven kan worden’

Immanuel Kant (1724-1804), Metaphysik der Sitten

Volgens Kant moeten we zo handelen dat die handeling tot algemene regel gemaakt kan worden. Hij noemt dat zelfs een categorisch imperatief, dat wil zeggen dat het onze plicht is altijd zo te handelen, los van de gegeven situatie. Dat klinkt als een onmogelijke verplichting, maar voor Kant is het juist de enige manier om zowel de vrijheid van ons zelf, als die van anderen voor te stellen. Denk aan het lenen van geld. Mag je beloven dat je het terug zult betalen terwijl je weet dat je dat niet kunt? Kant meent van niet. Als iedereen dat doet, wonen we niet alleen in een leugenachtige en onvrije wereld; het doen van een belofte is dan zelfs zinloos omdat niemand er meer waarde aan hecht.

5‘Alleen de ontkenning van de wil tot leven kan ons redden’

Arthur Schopenhauer (1788-1860), De wereld als wil en voorstelling

We leven maar in een verdrietige wereld, zegt Schopenhauer. De hele wereld wordt beheerst door blinde wil en ook wij lijden onder een ‘ellendige wilsdrang’ die zich bijvoorbeeld manifesteert in onze voortplantingsdrift. We zijn dan ook niet heel anders dan dieren, al doen we ons wel beter voor: ‘In het dier zien we de wil tot leven als het ware naakter dan in de mens, waar hij met zoveel kennis bekleed en bovendien door het vermogen om te veinzen is verhuld, dat het ware wezen bijna slechts toevallig en gedeeltelijk te voorschijn komt.’

We kunnen ons kortstondig bevrijden van die wil, zegt Schopenhauer, door ascese of door naar beeldende kunst te kijken of naar muziek te luisteren.

‘Het genot van al het schone, de troost die de kunst biedt, het enthousiasme van de kunstenaar die hem de beslommeringen van het leven doet vergeten… Wij vieren de sabbat van het tuchthuiswerk van het willen.’