Ambassadeur VS helpt ook eigen bedrijf

De Amerikaanse miljardair en eigenaar van hypotheekbedrijf Ameriquest is sinds vorig jaar ambassadeur voor de VS. Was de noodhulp die hij onlangs aan zijn bedrijf gaf wel toegestaan?

Voor één keer speelde Nederland een hoofdrol in de Amerikaanse Senaat. Twee Democratische senatoren, Barack Obama en Paul Sarbanes, domineerden 20 oktober 2005 de vergadering waarin Roland Arnall werd gehoord, de kandidaat van George W. Bush om ambassadeur van de VS in Den Haag te worden. Arnall – geschat vermogen 2,5 miljard dollar – was bij de laatste presidentsverkiezingen een van de grootste donateurs van Bush.

Het werd een lange zit.

Sarbanes, initiator van de inmiddels beroemde anti-fraudewet Sarbanes-Oxley, en Obama, toen al een rijzende ster in de Amerikaanse politiek, stonden uitvoerig stil bij de problemen van Arnalls bedrijf met de Amerikaanse justitie.

Hypotheekverstrekker Ameriquest en moederbedrijf ACH onderhandelden destijds over een schikking van 325 miljoen dollar. In 49 staten zou het bedrijf klanten, hoofdzakelijk minder draagkrachtigen, hebben misleid bij het verkopen van leningen. De onderhandelingen over de schikking waren bijna afgerond, zei Arnall, maar een akkoord was er nog niet. Dat was een probleem, meenden Sarbanes en Obama. Het was een goede gewoonte van de Senaat geen functionarissen op hoge posten te benoemen zolang hun problemen met justitie niet afgewikkeld waren.

Arnall legde uit dat de zaak ingewikkelder was dan de senatoren dachten. Hij was weliswaar oprichter en grootaandeelhouder van Ameriquest, maar de dagelijkse leiding berustte niet langer bij hem. Zijn echtgenote Dawn zat in de directie van de holding. Daaronder hingen enkele bedrijven. En één van hen, Ameriquest Mortgage Company, had problemen met justitie. Ook Dawn had geen greep op de afloop: Ameriquest Mortgage Company zou zelfstandig tot de eventuele schikking met justitie besluiten, aldus Arnall.

Obama gaf niet op. Had Arnall ook geen indirecte invloed meer? Kon hij niet „zijn wijsheid overbrengen” op de mensen die de onderhandelingen voerden? Toen zei Roland Arnall: „Ik heb instructies, en die zal ik respecteren, dat ik me de komende drie à drieëneenhalf jaar niet zal inlaten, in welk opzicht dan ook, met enige vorm van zakelijke activiteiten, voorzover ze niet overheidsgerelateerd zijn”, aldus het verslag van de hoorzitting.

Arnall werd, voordat hij als ambassadeur in Nederland kon beginnen, gevraagd zijn aandelen Shell, Unilever en Heineken te verkopen, ter voorkoming van eventuele belangenconflicten. Anderhalf jaar later is de vraag gerechtvaardigd of Arnall, die in februari 2006 met een vertraging van ruim een half jaar als ambassadeur begon toen de schikking er was met justitie, zich sinds zijn benoeming inderdaad niet meer met zijn bedrijf heeft bemoeid.

Goed gaat het al geruime tijd niet meer met het zakelijk imperium van Arnall. Vlaggenschip Ameriquest – our goal is to say „yes” when others say „no” – was drie jaar geleden de grootste verstrekker van risicovolle hypotheken in de VS, met circa 15.000 werknemers en 280 kantoren. Moeder ACH schrapte eind 2005 10 procent van de banen. Een half jaar later gingen 229 kantoren dicht en verloren nog eens 3.800 medewerkers hun baan. Eind vorig jaar was Ameriquest volgens vakblad National Mortgage News uit de top-tien gevallen qua marktaandeel. Vorige week volgde een derde ontslagronde van onbekende omvang „bij alle divisies”, zo maakte de holding bekend. En deze week werd een in 2004 afgesloten dertigjarig sponsorcontract met honkbalclub Texas Rangers – begin jaren negentig geleid door George W. Bush – voortijdig beëindigd, waarmee Ameriquest van de daar aan verbonden financiële verplichtingen werd verlost.

De problemen bij de hypotheekreus hebben te maken met de oplopende rente en de stijging van het aantal wanbetalers, waardoor beleggers hun geld uit hypotheekverstrekkers terugeisen. Huiseigenaren met de laagste inkomens zitten vooral in de problemen, de markt waar Ameriquest zich op richt.

Op de laatste lijst van zakenblad Forbes (maart 2007) met de rijkste inwoners op aarde slonk het vermogen van Arnall van 3 naar 2,5 miljard dollar. Maar de vraag is of de recente kapitaalinjectie (van onbekende omvang) is meegerekend die Arnall samen met zijn vrouw en met Citigroup aan het moederbedrijf van Ameriquest gaf.

Was deze vorm van financiële noodhulp in lijn met de door Arnall in 2005 omschreven instructies die hem, zoals hij zei, dwongen afstand te houden van zijn bedrijf?

Wat de ambassadeur drie weken geleden voor zijn hulp terugkreeg en tegen welke voorwaarden de transactie is gedaan, is niet bekend. Het imperium van Arnall bestaat uit niet-beursgenoteerde Delaware-bedrijven, die een zeer beperkte publicatieplicht kennen. Volgens een woordvoerder hebben Citigroup en de familie Arnall een even groot bedrag geïnvesteerd. Van Citigroup is iets meer bekend wat zij voor haar geld heeft teruggekregen. De bank heeft het recht verworven alle activiteiten buiten Ameriquest te kopen, waaronder het centrale administratiebedrijf dat 65 miljard dollar aan hypotheken beheert. Ook wordt Citigroup hofleverancier van het geld dat Ameriquest aan huiseigenaren uitleent.

Zo kon het levenswerk van Arnall gered worden. En hoewel Arnall sinds zijn benoeming in Den Haag nog zelden het nieuws in de VS haalt, bestaan er in Washington vragen over zijn recente betrokkenheid bij de redding van Ameriquest. Mensen die eerder een hoge functie op het State Department vervulden, laten merken dat ze betwijfelen of Arnalls optreden correct was. Zo mailt Lawrence Wilkerson, van 2001 tot eind 2004 stafchef van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, desgevraagd dat hij er vanuit gaat dat „een actieve ambassadeur niet betrokken kan zijn in privé/persoonlijke zaken”. Hij voegt eraan toe dat het een vraagstuk van juristen is; zelf handelde hij zulke zaken nooit af.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zelf had de afgelopen week veel tijd nodig om met een antwoord te komen. Vorige week vrijdag legde deze krant de vraag voor hoe Arnalls recente betrokkenheid bij de redding van Ameriquest zich verhoudt tot zijn uitspraken van oktober 2005 in de Senaat. De woordvoerder liet weten dat hij daarover eerst juristen van het ministerie moest raadplegen. Dinsdagmorgen mailde hij een verklaring: „Ambassadeurs kunnen geen verdiend inkomen accepteren uit entiteiten buiten het ministerie. Ze kunnen echter wel inkomen uit investeringen accepteren, zoals vermogensaanwas, dividend en rente, mits dat geen belangenconflict oplevert. In het algemeen geldt dat ambassadeurs niet betrokken mogen zijn bij zakelijke beslissingen over bedrijven”, aldus het ministerie.

Een woordvoerder van Ameriquest kon vorige week niet zeggen wat de rol van de ambassadeur was bij de recente onderhandelingen. „Hij heeft de investering gedaan in de rol van aandeelhouder. Wat ik heb begrepen van zijn instructies is dat hij als ambassadeur niet betrokken mag zijn bij managementbeslissingen. Dit was een beleggingsbeslissing.”