Airbag Europa

Europa viert dit weekend feest in Berlijn. De Unie heeft voorspoed gebracht. Europeanen willen nu vooral zekerheid. Maar: „Europa’s kracht zit in de rebelse geest.”

René Richters werkt in een modern bedrijfspand in het kleine Venray. Maar zodra hij zijn laptop opent, verschijnt de hele wereld op het scherm. Dan begint Richters met zijn dagelijkse zoektocht naar de goedkoopste handen en hoofden op de aardbol. „Wij zoeken oplossingen voor onze klanten: waar kan wat het meest kostenefficiënt geproduceerd worden?” zegt hij.

Europa is veel te klein voor Richters. Aandachtig kijkt hij naar de continenten, die oplichten op het scherm en door blauwe lijnen met elkaar zijn verbonden. Dalian in China, het Indiase Bangalore, Sárvár in Hongarije, de Mexicaanse grensstad Juárez. De wereld van de globalisering. „Mijn hoogste baas zit in San José, Californië, mijn directe baas in Ierland”, zegt hij achteloos.

Richters is directeur van Flextronics Logistics. In mobiele telefoons, digitale camera’s, mp3-spelers. Achter zijn computer heeft Richters snel berekend welke handen de druktoetsen van het mobieltje of de printplaat van een camera het voordeligst fabriceren. Want grote concerns als Philips, Dell of Ericsson maken veel van hun producten allang niet meer zelf. De productie wordt uitbesteed aan bedrijven als Flextronics Logistics, dat wil zeggen: dit bedrijf bekijkt waar ter wereld de producten het voordeligst vervaardigd kunnen worden. „We groeien stormachtig’’, zegt Richters. „In enkele jaren tijd hebben we in Venray het aantal banen verveelvoudigd, van 217 naar 1300.”

Mede dankzij Flextronics Logistics draait de banenmotor in Limburg op volle toeren. Maar ook dankzij Europa, zegt Richters. Europese landen kunnen beter concurreren doordat er geen belemmeringen op de interne markt meer bestaan. De Europese markt is daardoor efficiënter geworden; het transport is sneller, valutarisico’s zijn door de euro weggevallen, regels zijn gelijkgetrokken en nieuwe markten geopend, eerst in het zuiden, later in het oosten.

Vijftig jaar samenwerking in de Europese Unie, die dit weekeinde door Europese politieke leiders en Berlijners in de Duitse hoofdstad wordt gevierd, heeft vrijheid en vrede, welvaart en welzijn gebracht. De idealen van de founding fathers, Jean Monnet, Robert Schuman, Winston Churchill, zijn in vervulling gegaan.

Maar het idealisme van vijftig jaar geleden, „an ever closer union among the European peoples’’, is vervlogen. Het Europa van 2007 met 27 landen heeft een ander gezicht dan het samenwerkingsverband dat zes landen, waaronder Nederland, op de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog begonnen. De interne markt is menig Europeaan – Duitser, Fransman of Nederlander – te vrij geworden. De welvaart wordt bedreigd, door slimme Indiërs en handige Polen. En de vrijheid? Die wordt in het ‘oude’ en ‘nieuwe’ Europa gebruikt om op nationalistische partijen te stemmen aan de linker- en rechterzijde, die weinig op hebben met Europese samenwerking. Geert Wilders’ Partij voor de Vrijheid, de Socialistische Partij van Jan Marijnissen, het Front National van Le Pen of de rechts-populistische partijen Zelfverdediging en Liga van Poolse Gezinnen, die het in Polen tot regeringsdeelname hebben gebracht, putten zich uit in anti-Europese retoriek.

De onvrede met het almaar groeiende Europa kwam naar buiten in referenda over de Europese Grondwet in 2005. De Fransen en de Nederlanders stemden tegen. Men zag Brussel als een ‘neoliberaal fort’ dat het sociale model vernietigt, of vond dat de bestuurders in Brussel zich verre moesten houden van nationale kwesties als het homohuwelijk of abortus, of men was tegen toetreding van Turkije. Meer Europa, nee dank u, was de grondtoon in het noordwesten van de EU.

„De Europese mantel is te groot’’, zegt de vooraanstaande Duitse filosoof Peter Sloterdijk. Hij publiceerde tal van essays en boeken over het individu in de globaliserende wereld, waaronder Het kristalpaleis . En over Europa, zoals Stel dat Europa ontwaakt. „Nederlanders hebben tot uitdrukking gebracht dat ze toch liever Nederlander zijn in plaats van Europeaan”, zegt hij in Amsterdam.

Maar het geloof in de natiestaat is één groot zelfbedrog, meent Sloterdijk. De vraag tijdens het referendum over de Europese Grondwet had volgens hem beter kunnen luiden: wilt u dat uw wereld binnenkort instort? „De Nederlanders kunnen geen vier weken overleven zonder de band met Brussel.”

Volgens Sloterdijk denken Nederlanders, Fransen of Duitsers zo nationalistisch omdat de socialezekerheidsstelsels nationaal zijn georganiseerd. „Daardoor geloven burgers dat de natiestaat het maximum aan zekerheid biedt. In de vorige eeuw stond de vrijheid nog hoog in het vaandel. Dat interesseert niemand meer. Het hoofdthema van onze tijd is zekerheid. Sociale zekerheid.”

Ook onderzoek wijst dat uit. Niet over de dreiging van terreuraanslagen of klimaatverandering maken de meeste Europeanen zich ongerust, maar over de sociale neergang, zo blijkt uit de Eurobarometer Sociale Realiteit, een onderzoek dat vorige maand door de Europese Commissie werd gepubliceerd. Bijna veertig procent van de burgers in de EU maakt zich zorgen over werkloosheid, over de stijgende kosten voor levensonderhoud en hun oudedagsvoorziening. Ruim 64 procent denkt dat het leven van hun kinderen moeilijker wordt dan dat van hun eigen generatie. Vooral ouderen en laag opgeleiden zijn ronduit pessimistisch: een belangrijk deel van hen vindt dat hun situatie de afgelopen vijf jaar al is verslechterd.

In de wereld van de gewone man, ook de middenklasser, wordt het sociale klimaat schraler. Tussen 2001 en 2005 mogen dan ruim tien miljoen banen zijn geschapen in de vijftien West-Europese landen, zodra een 45-plusser zijn baan verliest, ziet het leven er plots heel anders uit. Dat merken de zesduizend werknemers bij het Duitse Bayer die eruit moeten en de tienduizend mensen die worden ontslagen bij het Europese Airbus. Dat merken ook honderden werknemers bij het andere Flextronics in Venray, het zusterbedrijf van Flextronics Logistics even verderop op het bedrijventerrein. Flextronics International maakt kopieerapparaten, maar de productie in Nederland is te duur geworden. In de Oekraïne, Mexico en Maleisië kan het goedkoper, dus worden 456 van de 696 banen.

Geen probleem, zou je zeggen. Bij het Flextronics Logistics van René Richters is werk genoeg. Voor de werknemers die willen overstappen, wordt nu dan ook onderhandeld over een sociaal plan. Maar de onderhandelingen verlopen moeizaam. In Venray botsen de oude wereld en de nieuwe wereld frontaal. Een werknemer die na twintig jaar bij Flextronics International een goed salaris en pensioen heeft opgebouwd, wordt van de mogelijkheden bij Logistics niet vrolijk. Het salaris moet fors omlaag, er is geen cao en een vast contract zit er voor de meesten niet meer in. En wat van het pensioen overblijft is voor de meesten een vraag. „De werkgelegenheid bij Logistics hangt af van de snel veranderende vraag in de markt”, zegt Richters. „Mobieltjes, mp3-spelers en dat soort dingen worden bijna allemaal in het najaar verkocht in aanloop naar Sinterklaas en Kerstmis. Dan hebben wij mensen nodig.”

Werken onder andere omstandigheden dan vroeger? „Dat hoort erbij”, zegt Wim Kok. In zijn kantoor in Amsterdam-Zuid vergelijkt Kok, voormalig vakbondsman, oud-premier, nu commissaris bij onder meer Shell en KLM, de huidige veranderingen met de herstructureringen in Nederland in de jaren zeventig en tachtig. „Alleen werd het destijds geen globalisering genoemd, maar internationale arbeidsverdeling.” Kok speelde zelf een hoofdrol bij de eerste grote aanpassing van de Nederlandse economie aan de eisen van globalisering begin jaren tachtig, toen hij als voorzitter van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) het ‘akkoord van Wassenaar’ sloot: loonmatiging in ruil voor arbeidstijdverkorting en het scheppen van banen.

Het tempo van de veranderingen ligt nu wel veel hoger. „Als ik één les heb geleerd is het: pas je zo snel mogelijk aan. Scherm je je te lang af, dan komen de gevolgen van de toenemende concurrentie in één keer over je heen in de vorm van massale ontslagen.” Je moet natuurlijk wel het maximale doen, zegt hij, om soelaas te bieden aan mensen die hun werk kwijtraken. „Mensen moeten weerbaar worden gemaakt. Ze moeten zich inspannen, door te leren, zich bij te scholen. De staat en bedrijven kunnen hierbij een handje helpen.” Kok wijst erop dat het begrip ‘participatiemaatschappij’, het kernwoord is in het regeerakkoord. „Mensen moeten zoveel mogelijk meedoen. Dat betekent niet dat ze altijd hetzelfde werk houden.”

Weerbaarheid helpt volgens hem ook om het proces van vervreemding tegen te gaan dat mensen voelen in het almaar grotere Europa. Kok: „Toen de conjunctuur de verkeerde kant opging, ontstond vijandigheid tegenover migranten. Daar kwamen nog eens al die gasten uit Oost-Europa bij. Maar ik bestrijd dat de Europese Unie een vijand is van een hoog peil van werkgelegenheid of welvaartsgroei.”

Niet alleen dwingt de mondialisering tot verdere uitbreiding van de interne Europese markt, ook vragen allerlei eigentijdse vraagstukken als milieu, natuur, energie, energiezekerheid en fysieke veiligheid om Europese oplossingen. „Met de Europese Grondwet is te hoog ingezet. Maar als de politiek kan laten zien wat de toegevoegde waarde is van Europese samenwerking, zal het vertrouwen van de burgers in de Europese Unie weer groeien”, verwacht Kok.

Het lidmaatschap van de Europese Unie wordt door de Nederlanders nog steeds breed gesteund, ook na het referendum. De steun is de afgelopen dertig jaar steeds stabiel hoog geweest, tussen de zestig en negentig procent, blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Tegelijkertijd is de betrokkenheid van de Nederlanders bij de Unie al die tijd constant laag gebleven, lager dan het gemiddelde in de EU. „We doen wel alsof na het ‘nee’ de euroscepsis plotseling is toegeslagen”, zegt Charlotte Wennekers van het SCP. „Maar de belangstelling voor Europa is al heel lang heel laag. Dat houdt risico’s in zodra je het publiek naar zijn mening vraagt. Europa breng je alleen dichterbij door politieke discussie.”

De coalitie in Den Haag van CDA, PvdA en CU neemt, na een ‘denkpauze’, een nieuwe aanloop naar een publiek debat. De Europabrief die het kabinet deze week naar het parlement stuurde, maakt duidelijk dat het de zorgen van de meerderheid van de Nederlanders ter harte neemt. Zelfs het buzz-woord ‘superstaat’ waarmee de SP de Nederlanders tijdens de referendumcampagne voor een Europese Grondwet wakker wilde schudden, is erin opgenomen. De EU moet geen superstaat worden. Gebieden als onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, pensioenen en publieke diensten blijven het werkterrein van Den Haag, en het parlement moet meer controle op Europese wetgeving krijgen. Tegelijkertijd wil het kabinet de Europese samenwerking en besluitvorming op grensoverschrijdende terreinen als milieu, terreurbestrijding, migratie, energie èn concurrentiekracht verbeteren.

Europa moet beter, democratischer en slagvaardiger opereren. Anders blijft Europa een tandeloze tijger, vindt Frans Timmermans, staatssecretaris Europese Zaken. „Maar ik wil ook dat we thuiskomen met een nieuw Europees Verdrag dat recht doet aan de zorgen van de Nederlandse bevolking”, zegt hij.

„We moeten op twee paarden wedden”, zegt Roel Coutinho, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Coutinho is een „kritische Europeaan” die vooral het ambtelijke Europa als bedreigend ziet. Als wetenschapper vindt hij dat snel geïnvesteerd moet worden in toponderzoek. „We kunnen ons niet de arrogantie permitteren om te zeggen: laat Europa maar zitten.” Innovatie, de ontwikkeling van nieuwe ideeën, is een van de troeven die Europa ten opzichte van China in handen heeft, zegt Coutinho. Tijdens zijn vele bezoeken aan China, waar hij meer dan tien jaar een project runde, viel hem op hoe pragmatisch Chinezen zijn. „Maar de volgende stap zetten en zelf iets bedenken, dat doen ze niet. De hiërarchische manier van denken belemmert dit en wetenschap gedijt juist bij vrijheid en debat. In Europa kan een jonge onderzoeker zeggen: ‘wat u beweert klopt niet’. Europa’s kracht zit in de rebelse geest.”

Maar zodra hij aan Brussel denkt, overvallen hem ambivalente gevoelens. De regels waaraan wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s moeten voldoen om voor Europese subsidie in aanmerking te komen noemt hij „een regelrechte nachtmerrie”. Brussel moet professioneler worden, met Engels als voertaal net als in het bedrijfsleven. En dan het eeuwige gelijkheidsdenken. Gelijke kansen voor iedereen is mooi, maar mogen in Europese landen ook ‘the best and the brightest’ tot bloei komen in plaats van naar Amerika te moeten uitwijken?

„De krachten bundelen opdat het beste uit de Europese landen wordt gehaald. Daar moet de EU op inzetten”, zegt Coutinho. Het is zinloos als ieder land bezig is hetzelfde onderzoek te verrichten. Het idee van voorzitter José Manuel Barroso van de Europees Commissie om een netwerk op te zetten van de beste kennisinstituten in Europa vindt hij veelbelovend.

„Met het technologische innovatieprogramma van de Europese Commissie (‘Zevende Kaderprogramma’, red.) worden projecten gefinancierd die zelfs een groot bedrijf als Philips zelfstandig moeilijk rond krijgt”, zegt Frans Schmetz in Brussel. Hij is Philipsdirecteur voor België en Luxemburg en zit in Brussel dicht bij het vuur. Het besluit van Europese regeringsleiders eerder deze maand het voortouw te nemen in de bestrijding van het broeikaseffect biedt Philips kansen. „Wij willen wereldleider worden in energiezuinigheid, in milieuvriendelijke technologieën.” Niet alleen in Europa, ook in China en andere landen ziet het concern straks een grote afzetmarkt voor energiezuinige producten.

Schmetz lobbyt bij onder meer Janez Potocnik, Europees Commissaris voor Wetenschap en Onderzoek. De Sloveense commissaris zorgde ervoor dat een deel van de 50 miljard euro die de Europese Commissie tot 2013 aan innovatie besteedt, naar vernieuwende projecten in de gezondheidszorg gaat, een andere groeimarkt in het vergrijzende Europa waar Philips van wil profiteren.

Europa als banenmotor van hoogwaardige ‘groene’ banen. Agnes Jongerius, FNV-voorzitter, is het er helemaal mee eens. De EU moet perspectieven voor groei ontwikkelen, vindt ze. „Maar we kunnen niet uitsluitend inzetten op innovatie. Nederland en andere Europese landen moeten ook productielanden blijven. Als ik minister Plasterk van Onderwijs hoor praten, krijg ik de indruk dat iedereen tot zijn dertigste op de universiteit moet zitten. We kunnen niet alleen een arbeidsmarkt voor Willy Wortels hebben.”

Er moet ook geïnvesteerd worden in een betere positie voor migrantenjongeren op de arbeidsmarkt, vindt de vakbondsvrouw. De werkloosheid onder deze groep is nu met 25 tot 30 procent veel te hoog. Over het aanboren van hun talenten wil Jongerius snel praten met Plasterk. Innovatie kan ook door geld te steken in de groep 17- en 18-jarige ROC-jongeren. Daar moet eveneens op Europees niveau iets aan gedaan worden, want in heel Europa dreigt een soort onderklasse van kanslozen op de arbeidsmarkt te ontstaan. „Europa zou als een airbag moeten functioneren tegen de negatieve gevolgen van globalisering”, zegt ze. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat de mondialisering als bedreiging wordt gezien en in Europese landen tot meer protectionisme en afsluiting leidt.

‘Flexicurity’ is het toverwoord waarop in het hart van Brussel wordt gestudeerd om de airbag van Jongerius inhoud te geven. „Flexicurity is een bewuste beleidsstrategie om de arbeidsmarkt soepeler te maken door flexibele contracten en tegelijkertijd werk- en inkomenszekerheid te scheppen, vooral ten behoeve van ‘outsiders’ op de arbeidsmarkt”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarktbeleid aan de Universiteit Tilburg. Hij is rapporteur voor de Europese Commissie op het gebied van de arbeidsmarkt en werkt, samen met een groep onafhankelijke specialisten, het flexicurity-model uit.

Flexicurity is een reactie op globalisering, zegt Wilthagen. Door globalisering is meer flexibiliteit en onzekerheid op de arbeidsmarkt ontstaan. „Ondernemers moeten zich voortdurend aanpassen en willen daardoor sneller van personeel afkunnen, maar ook nieuwe werknemers kunnen aannemen”, zegt Wilthagen. „Maar in diverse Europese landen wordt dit verhinderd door de sterke ontslagbescherming voor werknemers. Daardoor wijken ondernemers uit naar goedkope oproepkrachten en tijdelijk personeel, die nauwelijks rechtszekerheid en aanspraken op sociale zekerheid hebben. Hierdoor wordt de kloof tussen insiders, werknemers met een vast dienstverband, en werkloze outsiders en contractwerkers steeds groter. Er dreigt in Europa, ook in Nederland, een soort onderklasse op de arbeidsmarkt te ontstaan.” Naar schatting bedraagt het aantal atypische arbeidscontracten in de EU inmiddels veertig procent van de werkende bevolking.

Een zorgelijke ontwikkeling, vindt de Europese Commissie. De ministers van Sociale Zaken van negen Europese lidstaten hebben in het kader van het 50-jarig bestaan van de Europese Unie een verklaring uitgegeven waarin zij flexicurity als een middel zien om het ‘sociale Europa’ een gezicht te geven. Flexibele arbeidstijden en contracten voor werkgevers, maar ook werk-naar-werkregelingen voor mensen die ontslagen worden, bijscholing van oudere werknemers, initiatieven die jongeren aan een eerste baan helpen of ondersteunen bij het opzetten van een eigen bedrijfje.

„Uit onderzoek blijkt dat meer flexibiliteit voor werkgevers goed samen kan gaan met zekerheid voor werkenden. Een bedrijf als Flextronic Logistics biedt goede opstapmogelijkheden voor outsiders”, zegt Wilthagen. „Maar werknemers moeten wèl de kans krijgen om door te groeien.” Die krijgen ze bij Flextronics, volgens directeur Richters. Het bedrijf heeft leer-werktrajecten opgezet waar werknemers nieuwe vaardigheden opdoen, de kwaliteit toeneemt en ze gemakkelijker kunnen doorstromen naar een hogere functie. Zo ontstaat ook weer ruimte voor ongeschoold personeel.

„De huidige economische omstandigheden zijn gunstig om de flexicurity-strategie in Europa te introduceren”, meent Wilthagen. „Oudere werknemers zouden hiermee gemakkelijker ander werk kunnen verrichten, meer vrouwen zouden op latere leeftijd de arbeidsmarkt op kunnen en migrantenjongeren zijn aan werk te helpen. We waren in Nederland goed op weg met de wet Flex en Zekerheid, maar we zullen ook de discussie over ontslagbescherming en hernieuwde zekerheid voor vaste werknemers bevredigend moeten afronden. Als we de komende periode van economische groei en een krimpende bevolking niet hiervoor gebruiken, lukt het nooit om de outsiders, met name allochtonen, te integreren. Deze groep groeit en wordt gefrustreerder. Daarmee loop de sociale vrede gevaar. We moeten Europa inzetten als een deel van de oplossing in plaats van als het probleem.”