‘Zweden is al lange tijd naïef over immigratie’

Ook in het ogenschijnlijk zo kalme Zweden groeien de problemen in achterstandswijken. Het soepele immigratiebeleid moet anders, vinden critici. „Ik voorspel ook hier een eruptie van onvrede.”

De werkloosheid bedraagt er 60 procent. De lokale busmaatschappij dreigt te worden verjaagd door stenen gooiende, allochtone jongeren. Chronische woningnood dwingt buurtbewoners de nacht door te brengen in hun auto. En wie wel een dak boven zijn hoofd heeft, woont vaak in onttakelde hoogbouw, uit de grond gestampt in de tijd dat de eerste generatie gastarbeiders massaal en zonder omkijken werd ondergebracht.

Ook Zweden heeft zijn variant van de multi-etnische probleemwijk: Rosengård, een kale buitenwijk van Malmö, de zuidelijke havenstad die nog herstellende is van een zware economische crisis begin jaren negentig. Onder critici geldt ‘Rosengård’ als synoniem voor het failliet van het traditioneel ruimhartige Zweedse immigratiebeleid. Achter de façade van nieuwkomers die geruisloos opgaan in de royale Zweedse verzorgingsstaat schuilt hetzelfde soort integratieproblemen dat zich voordoet in West- Europese landen zoals Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en Duitsland, zo is de boodschap. Extreem-rechts is toch ook niet toevallig bezig aan een opmars in de lokale politiek?

Natuurlijk kan Rosengård niet op één lijn worden geschaard met de uitzichtloze getto’s in de voorsteden van Parijs. Of met het Engelse Bradford, ruim vijf jaar geleden het toneel van hevige rassenrellen. Met 22.000 inwoners is Rosengård niet overdreven groot. Onderzoek van de Europese Commissie bewijst bovendien dat de Zweden nog atijd relatief positief staan tegenover immigranten. „Mensen moeten niet zo moeilijk doen over nieuwkomers”, zegt Ingwar Andersson, een 61-jarige gepensioneerde die gratis kranten uitdeelt bij het winkelcentrum van Rosengård.

Maar intussen ontstaat in Rosengård we degelijk een ‘parallelle gemeenschap’. Zes op de tien inwoners is in het buitenland geboren. Van de kinderen is zelfs negen op de tien allochtoon. „Er staat hier een school met twaalfhonderd leerlingen”, zegt Andreas Konstantinides, verantwoordelijk voor het integratiebeleid in Rosengård én sociaal-democratisch gemeenteraadslid. „Weet je hoeveel van die kinderen Zweedse ouders heeft? Eén.”

Ter bestrijding van de segregatie heeft Malmö, paradoxaal genoeg, afscheid genomen van verplichte integratiecursussen voor nieuwelingen. De nadruk ligt op het vinden van werk want, zo gelooft men hier, dat is de snelste weg naar integratie. En omdat de voorwaarde van een taalcertificaat de zoektocht naar werk alleen maar vertraagde, is die eis afgeschaft.

Bij het zoeken naar werk profiteren vrouwen in Rosengård van het Zweedse systeem van gratis kinderopvang. „Dat is vooral nuttig voor moslima’s, die anders met al die kinderen moeten thuisblijven”, aldus Konstantinides, die de aanpak verdedigt door te wijzen op de werkloosheid van 60 procent. „Dat wás 75 procent.”

Allemaal mooi en aardig, vindt Sten Andersson, maar veel beter is het om het probleem bij de bron aan te pakken. „Zweden is al lange tijd naïef, we moeten net als andere Europese landen minder asielzoekers toelaten.”

Andersson is een van de twee raadsleden in Malmö van de Zweedse Democraten, een uiterst rechtse partij die op lokaal niveau bezig is met een opmars. Bij de landelijke verkiezingen, afgelopen najaar, wist de partij de kiesdrempel weliswaar net niet te slechten. Maar bij de gelijktijdig gehouden gemeenteraadsverkiezingen kregen de Zweedse Democraten in Malmö 12.000 stemmen, drie keer zo veel als bij de vorige verkiezingen. In een gemeente vlakbij Malmö haalden zij zelfs bijna een kwart van de stemmen, wat een kleine schokgolf veroorzaakte in Zweden.

Andersson – kaal, gegroefd gezicht – fulmineert tegen de „politieke correctheid” die volgens hem de oorzaak is van het liberale Zweedse immigratie- en integratiebeleid. „In Zweden is het bijna verboden kritisch te zijn.”

Andersson beweert dat in Zweden onderhuids hetzelfde soort onvrede broeit dat in Nederland in één klap op de agenda werd gezet door Pim Fortuyn. „Ik voorspel ook hier een eruptie van onvrede.”

Andreas Konstantinides denkt dat het zo’n vaart niet loopt. De inwoners van Malmö zien namelijk dat de gemeente de problemen niet doodzwijgt, meent hij. „Neem onze brief aan de regering. Die bewijst dat we ons best doen.”

In wat nog het meest lijkt op een daad van vertwijfeling heeft de gemeenteraad van Malmö onlangs collectief een brandbrief gestuurd naar de centrum-rechtse regering in Stockholm. Daarin stelt de raad dat de regering druk moet uitoefenen op andere gemeenten om meer immigranten op te nemen. Een spreidingsbeleid moet de druk op Malmö verkleinen én de kansen vergroten van nieuwkomers die in Malmö buiten de boot vallen.

Maar omdat de regering gemeenten niet kan dwingen tot opname – asielzoekers in Zweden mogen zelf bepalen waar zij gaan wonen – is de kans groot dat Malmö voorlopig de voornaamste trekpleister blijft, beseft ook Konstantinides. „Maar we vestigen in ieder geval de aandacht op het vraagstuk.”

Konstantinides erkent dat „minder immigratie zou helpen” – zoals Andersson stelt. Maar hij zegt het met tegenzin. De sociaal-democraat is principieel voorstander van een ruimhartig toelatingsbeleid.

Konstantinides weet wat het is om te moeten vluchten; de Grieks-Cyprioot kwam naar Zweden na de Turkse invasie van Noord-Cyprus, in 1974. Maar hij ziet ook dat de groeiende aantallen nieuwkomers de laatste jaren het integratieproces in zijn stad niet hebben bevorderd. „En dat is uiteindelijk ook niet in het belang van de immigranten die al binnen zijn.”