Zedendelict zonder gevolg voor 17 leraren

Er zijn „zeer waarschijnlijk” geen maatregelen mogelijk tegen zeventien ooit veroordeelde zedendelinquenten die als leraar werken.

Dat zei minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gisteren in de Kamer tijdens een debat over de aanscherping van de regels voor het krijgen van een ‘verklaring van goed gedrag’ voor zedendelinquenten.

De strengere regels zijn op 1 januari ingegaan. Wie voor meer dan één zedendelict is veroordeeld, krijgt veel moeilijker een zogenoemde Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Voor wie één keer voor een zedendelict is veroordeeld, kan het twintig jaar lang onmogelijk worden een VOG te krijgen. De Kamer toonde zich tevreden over de regels. De aanscherping betreft alle zedendelicten, ook die tegen meerderjarigen. De VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van een persoon geen bezwaar oplevert voor zijn nieuwe baan. Een VOG is verplicht voor onderwijzers.

Toen bekend werd dat leraren die ooit voor een zedendelict waren veroordeeld voor de klas stonden, besloot de minister alle 106.857 VOG’s te controleren die sinds 1 april 2004 voor het onderwijs zijn uitgegeven. Voor die datum werden de verklaringen door gemeenten afgegeven. Sindsdien gebeurt dat centraal.

Zeventien onderwijzers die onder de oude regels een verklaring kregen, zouden die nu niet meer krijgen, zo bleek. Omdat de verklaringen rechtmatig zijn verstrekt, kan hij ze „zeer waarschijnlijk” niet intrekken, zei Hirsch Ballin. Ook mag hij vanwege privacy de besturen niet inlichten van de scholen waar zij werken. Toch zou hij „nog eens heel goed gaan kijken” naar mogelijkheden om iets aan de situatie te doen.

De minister toonde zich gevoelig voor de wens van de Tweede Kamer te kijken of een VOG ook verplicht kan worden gesteld voor vrijwilligers die met kinderen werken. Hij waarschuwde wel dat het moeilijk zou kunnen zijn dat wettelijk te verplichten.