Weglopen

Het kattenwegloopseizoen is weer begonnen.

Overal achter de ramen hangen kleurige, maar treurige aanplakbiljetten van katten die heen zijn gegaan en vermoedelijk nooit meer weerom zullen komen. Alle soorten, maten en leeftijden zijn vertegenwoordigd. Een kat van zeventien kan even reddeloos verdwalen als een katje van één.

Dolende katten zijn overlevers, maar ze worden er niet gelukkiger op. Een kat wil warmte en op tijd gelaafd en gespijsd worden. Net mensen dus.

In dit verband herinner ik me een sterk verhaal, een zeer sterk verhaal zelfs, dat mijn vrouw in een sentimentele bui pleegt te vertellen over onze poes Wampie, destijds drie jaar oud en moeder van een zoon, maar inmiddels alweer geruime tijd geleden opgenomen in de hemel voor columnistenkatten. Voor het waarheidsgehalte kan ik niet helemaal instaan, want ik was er niet zelf bij. Gelukkig zijn er in de familie enkele betrouwbare getuigen die, eventueel onder ede, bereid zijn de gang van zaken te bevestigen.

We woonden in het Groningse gehucht Zevenhuizen, op de grens van Friesland en Drenthe. Ik zat voor mijn werk in het buitenland, toen Wampie op zekere dag wegbleef. Ons huis lag met de voorkant naar het dorp gekeerd, de achterzijde grensde aan weilanden. Wat je noemt een landelijke omgeving. Als ik in de tuin zat te lezen, stonden de koeien in mijn nek te hoesten (tot dan toe had ik nooit beseft dat koeien konden hoesten).

Een ideale omgeving voor speelse jonge katten, zou je zeggen. Maar intussen waren bij onze buren in korte tijd al twee katten vermist en nooit meer teruggevonden. Verdwaald? Vergiftigd? Liep er een kattenmepper rond met een voorliefde voor de katten van nieuwkomers? We hebben het nooit geweten.

Het was in ieder geval niet verwonderlijk dat mijn vrouw het ergste vreesde. Ze zocht tevergeefs overal in het dorp, samen met haar zus (de eerste getuige). Opeens herinnerde ze zich dat iemand van een woningzaak overdag bij ons een vloerzeil had gelegd. Zou Wampie in zijn bestelauto zijn gesprongen en onvrijwillig zijn meegereisd toen de man naar huis ging?

Bellen met het bedrijf. Nou u het zegt, zei de man van het vloerzeil, toen ik later in de middag uitstapte bij een klant in Nieuw-Roden, heb ik inderdaad een kat bij mijn auto gezien. Een lapjeskat? Hij dacht van wel.

Het was in de buurt van een kerkhof geweest, minstens vijf kilometer van ons huis. Inmiddels waren er een uur of zes verstreken. Het schemerde en mijn vrouw wanhoopte al. Het leek uitgesloten dat een kat zonder enig geurspoor de weg naar huis zou kunnen vinden. Dus ging ze met haar zwager (de tweede getuige!) per auto op onderzoek uit bij het kerkhof.

Ze stapte uit en tikte met een lepel op een schoteltje – dé manier waarop we Wampie ’s avonds altijd binnen kregen. En, waarde lezer, ik weet niet hoe het u vergaat, maar mij springen weer de natte tranen in de natte ogen als ik de stem van mijn vrouw hoor zeggen: „Ze kwam onmiddellijk uit het donker op mij af, luid miauwend, en sprong in mijn armen.”

Soms verdenk ik haar ervan dat ze, over het kopje van die lieve kat heen, tegen mij wil zeggen: „Van weglopen krijg je altijd spijt.”