Vrede dankzij de EU...

Van een feeststemming is geen sprake, maar de Europese Unie heeft reden om op 25 maart 2007, aanstaande zondag, de vlag uit te steken. Op die dag is het vijftig jaar geleden dat West-Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, België en Luxemburg het Verdrag van Rome ondertekenden, de stichtingsakte van de Europese Economische Gemeenschap, voorloper van de EU. Een halve eeuw vrede en welvaart in een deel van de wereld dat lang door oorlogen en crises werd beheerst, is meer waard dan een felicitatie. Ondanks haar ondoorgrondelijkheid en bureaucratie en politieke en democratische tekortkomingen is de Europese Unie een toonbeeld van succes.

De regel luidt dat Europa voor stabiliteit en economische voorspoed staat. Feitelijk is dat juist; de uitzondering hierop vormt de Balkan, waar nog maar ruim tien jaar geleden bloedige, beschamende oorlogen woedden. Om die reden is het belangrijk dat de landen in deze instabiele regio zich uiteindelijk bij de Unie aansluiten. Na vijftig jaar staat vast dat het EU-lidmaatschap vrede en veiligheid bevordert, misschien zelfs garandeert. En vrede en veiligheid zijn hoofdvoorwaarden voor continuïteit in economische groei.

Haar succes is ook wat de Unie het meest bedreigt. Vrede en welvaart zijn in West-Europa zo gewoon geworden, dat het tamboereren erop zijn effect kan verliezen. De burger is eraan gewend en wil iets nieuws horen. Bovendien zijn er redenen om te klagen. Het is aan de politiek om hier antwoord op te geven. En om duidelijk te blijven maken dat universele waarden als vrijheid en democratie, rechtsstatelijkheid en sociaal-economische zekerheid verworvenheden zijn die verdedigd moeten worden. Die niet vanzelf zijn ontstaan, maar wel vanzelf kunnen verdwijnen als zich in het collectieve bewustzijn de opvatting nestelt dat Europa vooral een bedreiging is: voor de nationale identiteit, voor de eigen portemonnee door de ‘zakkenvullers in Brussel’ en voor de veiligheid door ‘oprukkende horden’ uit nieuwe lidstaten.

In die zin valt het te betreuren dat de politieke leiders van sommige EU-lidstaten, waaronder Nederland, de crisis door het Franse en Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese grondwet niet hebben aangegrepen om de bestaansreden en betekenis van de Unie in klare taal te onderstrepen. Wat willen we met Europa? Door daarover te zwijgen is een twee jaar durend zwart gat ontstaan, dat door zijn gravitatie veel reacties aantrok uit de anti- of angstig-Europese hoek. Paradoxaal genoeg ging in de rest van de Unie de ratificatie van de grondwet gewoon door.

Bij iedere inzinking die de EU doormaakt – en dat zijn er heel wat geweest – kunnen politici voortvarendheid tonen of mokkend in zichzelf opgaan. Na de stemming over het grondwettelijk verdrag is in Nederland het laatste gebeurd. Europa bleek gelukkig sterk genoeg om ook zonder grondwet te kunnen functioneren. Dat is een compliment voor de makers van het (hervormings)verdrag van Nice, dat zijn crisisbestendigheid heeft bewezen. Waarmee gezegd wil zijn dat Europa tegen een stootje kan – mits de politiek erin blijft geloven en dit geloof durft uit te dragen.