Vliegen kan wéér goedkoper

Het vliegverkeer tussen de EU en de VS gaat drastisch veranderen: meer vluchten en lagere tarieven.

Goed voor de consument, slecht voor het milieu.

Meer vluchten tussen Europa en Amerika. Meer steden om rechtstreeks naar toe te vliegen, tegen lagere prijzen. Maar ook: meer luchtvervuiling. Dit zullen de uitkomsten zijn als op 30 maart 2008 het open skies verdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van kracht zal worden.

Gisteren stemden de Europese ministers van transport op een bijeenkomst in Brussel in met het verdrag. Luchtvaartmaatschappijen mogen volgend jaar vanaf elke luchthaven in de EU naar elke luchthaven in de VS vliegen, en omgekeerd. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan moeten de handtekeningen nog wel worden gezet onder het document, maar dat lijkt een formaliteit nu de twee partijen het na ruim drie jaar onderhandelen eens zijn geworden.

Open skies houdt de grootste liberalisering in de geschiedenis van de luchtvaart in: 60 procent van alle luchtverkeer heeft plaats in de EU en de VS. Nu vliegen jaarlijks ongeveer 50 miljoen mensen tussen de EU en de VS. Door open skies kan dit per jaar met 10 procent groeien, veel meer dan het wereldgemiddelde in de luchtvaart van ongeveer 3,5 procent. De omzet van luchtvaartmaatschappijen op de trans-Atlantische as is nu 16,5 miljard euro. Ook dat zal fors groeien. Maar tegelijkertijd zal de concurrentie toenemen. De prijsvechters in Europa (Easyjet, Ryanair en anderen) en in de VS (onder meer Southwest) hebben tot nu toe nooit de ambitie gehad intercontinentaal te vliegen. Door open skies kunnen ze van gedachten veranderen, of nieuwe prijsvechters gaan het proberen.

Op enkele punten heeft de EU niet zijn zin gekregen van de Amerikanen. De Europeanen hadden ook de binnenlandse Amerikaanse markt willen openbreken, met de mogelijkheid om binnenlandse vluchten uit te voeren en een meerderheidsbelang te kunnen nemen in Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen – nu ligt het maximum op 25 procent van de stemrechten. De Transportraad van EU-ministers wil over deze punten verder onderhandelen met Washington, maar besloot gisteren niettemin de open skies in te voeren.

Er zit ook een stok achter de deur: als de Amerikanen niet vóór 2010 Europa verder tegemoet komen, hebben de lidstaten afzonderlijk het recht open skies terug te draaien.

Groot-Brittannië bleef gisteren tot het laatst de enige dwarsligger. De Britten hebben veel te verliezen. Vanaf de Londense luchthaven Heathrow hebben de meeste vluchten tussen de EU en de VS plaats en de lucratieve markt is er keurig verdeeld tussen vier partijen: British Airways en de Amerikaanse maatschappijen Virgin Atlantic, American Airlines en United. De Britten zullen Heathrow nu moeten openstellen voor alle andere maatschappijen. Wat de Britse minister van Transport, Douglas Alexander, gisteren in Brussel nog wel gedaan kreeg is dat de aanvang van open skies wordt verschoven van 28 oktober 2007 naar 30 maart 2008. Dit geeft de Britten meer tijd om zich voor te bereiden op het delen van hun kroonjuweel Heathrow.

Air France en KLM hebben zeer verheugd gereageerd op het besluit van de EU-Transportraad. De Franse en Nederlandse luchtvaartmaatschappijen, die samen één bedrijf vormen, zeggen in een verklaring open skies te zullen aangrijpen om hun netwerk „aanzienlijk uit te breiden”. Air France-KLM, de grootste luchtvaartmaatschappij ter wereld (gerekend naar omzet) voorziet in een „stabiel wettelijk raamwerk”. De open skies-overeenkomst maakt namelijk een einde aan een ingewikkeld juridisch probleem: het Europese Hof van Justitie besloot in 2002 dat de huidige bilaterale overeenkomsten tussen de VS en afzonderlijke EU-lidstaten in strijd is met de Europese wetgeving, maar intussen bleven de verdragen wel van kracht.

Ook de overkoepelende IATA (International Air Transport Association) is blij met open skies. „Luchtvaartmaatschappijen hebben meer commerciële vrijheid nodig om zaken te kunnen doen. Dit is de eerste stap in de goede richting”, zei IATA-voorzitter Giovanni Bisignani.

Zijn er ook verliezers? Ja, het milieu. De luchtvaartsector claimt dat vliegtuigen maar in beperkte mate verantwoordelijk zijn voor luchtverontreiniging – 3 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. En veel maatschappijen zeggen te investeren in schonere, zuiniger vliegtuigen. Maar meer vliegen betekent meer vervuiling. En dat terwijl de EU op milieugebied een scherpe nieuwe doelstelling heeft: het verminderen van broeikasgassen tegen 2020 met 20 procent vergeleken met 1990. Het Britse lid van het Europarlement voor de Groenen, Caroline Lucas, stelde onlangs een rapport op over luchtvaart en milieu. Over open skies schreef ze: „Het is simpelweg onverenigbaar om het aantal diensten tussen de VS en de EU te vermeerderen en tegelijkertijd de uitstoot van broeikasgassen te laten afnemen.”