Pensioengeld ‘fout’ beleggen levert winst op

Pensioengeld naar fabrikanten van clusterbommen? De pensioenfondsen beloven beterschap. Maar de vraag is of dat ook het diepere probleem oplost.

Openheid. Zes maanden geleden begon niemand erover bij de parlementaire discussie over de nieuwe pensioenwet. Nu speelt het opeens een hoofdrol. Openheid over de beleggingen van de pensioenfondsen, die samen zo’n 700 miljard euro beheren. Dat is meer dan de totale productie van goederen en diensten van Nederland.

Zondagavond zei Hans Alders (PvdA), voorzitter van het bestuur van zorgpensioenfonds PGGM (70 miljard euro) in tv-programma Zembla: nee, een lijst met onze beleggingen is niet openbaar.

Maandagavond bleken vier van de grootste Nederlandse pensioenfondsen, waaronder PGGM en ABP, hun beleggingen wel openbaar te gaan maken. Hun investeringen in speculatieve beleggingsfondsen (hedgefondsen) en financiële opkopers (private equity) blijven wel geheim.

De directe aanleiding voor de plotselinge ommezwaai is de politieke en maatschappelijke opwinding na de uitzending van Zembla. Het programma zette de schijnwerper op beleggingen van diverse pensioenfondsen in bedrijven in de wapenindustrie, inclusief clusterbommen. Politici van SP, PvdA en CDA dreigden met actie, zoals verplichte openheid van alle beleggingen.

De ommezwaai én de beleggingen zelf roepen vragen op. Eerst de ommezwaai. De grote pensioenfondsen worden bestuurd door vakbonden en werkgevers. Hadden zij nooit werkelijk nagedacht over de vraag: waarom houden wij alles geheim? Of voelden zij zich betrapt door Zembla? Of zijn ze doodsbenauwd voor de toorn van het volk en van de Kamer? Alle drie, waarschijnlijk.

De gewraakte aandelen zelf passen, voor zover de buitenstaander dat kan beoordelen, in het beleggingsbeleid van de fondsen en hun besturen. Maar ja, de verwachtingen van de samenleving gaan sneller. Een versnelling die wordt geholpen door de codes en uitgangspunten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen die de fondsen zelf opstellen en verbeteren. Nu kondigen zij aan dat zij beter hun best gaan doen en meer geld uittrekken voor het arbeidsintensieve verantwoord beleggen.

Dat lost echter het diepere probleem niet op. Het is een, ook door de vakbonden, geaccepteerd argument om wél te beleggen in bedrijven met ‘foute’ activiteiten om een dialoog op gang te brengen met de directie. Engagement noemen de pensioenfondsen dat. Wie dat doet, moet ook wat kunnen laten zien: boze brieven, dwarsliggen op aandeelhoudersvergaderingen. Anders is engagement een hol begrip. Kennelijk had de pensioenwereld hierover niets te bieden.

Of zijn de criticasters en de politici nogal hypocriet? Nederland heeft toch ook een leger en politie met allerhande wapens? Dat is zo. Daar kun je voor of tegen zijn, maar het heeft wel een democratische legitimatie, met verkiezingen, onafhankelijk toezicht en diverse checks and balances.

Die legitimering missen de pensioenfondsen. Zij zijn bijna allemaal georganiseerd als stichting, een weinig democratische vorm. Bestuur en toezicht zijn niet duidelijk gescheiden, terwijl scheiding tegenwoordig de norm is in modern ondernemingsbestuur. De bestuurders benoemen hun eigen opvolgers. Gepensioneerden worden bij grote fondsen uit besturen geweerd. Van verkiezingen of materiële invloed van individuele werknemers, die verplicht zijn aangesloten bij een pensioenfonds, is geen sprake.

In een Kamerdebatje over de beleggingen zei minister Donner van Sociale Zaken dinsdag dat de deelnemers en vakbonden de zaak bij de pensioenfondsen aan de orde moeten stellen. De minister ziet de bonden als oplossing.

Dat is een misvatting. Zij zijn medeverantwoordelijk. Zij zijn onderdeel van het probleem: nauwelijks gecontroleerde macht over honderden miljarden.