Ontrouw aan de echte Hannibal

In zijn roman ‘Hannibal Rising’, sinds kort ook verfilmd, laat Thomas Harris zijn fans in de steek. Door van Hannibal Lecter een clichéfiguur te maken, laat hij zien dat hij zich alleen door geldelijk gewin heeft laten leiden.

Beste Thomas Harris, Er moet me toch iets van het hart. Ik ben altijd fan geweest van Hannibal Lecter. Dat is op zichzelf nauwelijks een wereldschokkende openbaring. Sinds Anthony Hopkins’ Oscarwinnende optreden in The Silence of the Lambs is Lecter een icoon geworden. Het Amerikaanse Film Instituut riep hem in 2003 zelfs uit tot de grootste schurk van het witte doek, nog voor Norman Bates in Psycho en Darth Vader in Star Wars. Toch ging mijn voorkeur altijd uit naar het karakter zoals dat in uw boeken tot leven kwam. Ik zag de film The Silence of the Lambs voordat ik het boek las. Mijn perceptie van Hannibal Lecter is dan ook onlosmakelijk verbonden met de interpretatie van Anthony Hopkins. Maar uiteindelijk keerde ik iedere keer weer terug naar de originele Red Dragon, The Silence of the Lambs en Hannibal. Hopkins maakte Lecter beroemd, maar u was de echte hoeder van Lecters erfgoed.

In de verfilmingen was Lecter sterk afhankelijk van de grillen van de regisseurs en de acteurs. Regisseur Michael Mann en acteur William Peters en vingen in de Red Dragon-verfilming Manhunter wel de intensiteit van Will Graham, maar Brian Cox was toch iets te ongepolijst om deze beschaafde seriemoordenaar te spelen. Anthony Hopkins was angstaanjagend in The Silence ofthe Lambs, maar wist in Hannibal en Red Dragon dit ijzingwekkende optreden niet te evenaren. En dan heb ik het nog niet eens over de plotwijzingen gehad. Ik trok me elke verandering persoonlijk aan, zoals u dat ongetwijfeld ook deed. Het was pijnlijk om te zien hoe uw originele verhaal, uw geesteskind, onderschikt was aan de kuren van scriptschrijvers, regisseurs en acteurs. Zoals Jodie Foster, die vond dat het Belle en het Beest-achtige einde in Hannibal niet bij ‘haar’ Clarice Starling-personage paste, of Ridley Scott die Hannibal Lecter omtoverde tot een fantastisch creatuur en hem woordjes in de mond legde als „Goodygoody” en „okeydokey”.

Maar er was altijd een troost: hoe teleurstellend de verfilmingen ook waren, de boeken bleven even sterk. U kon uzelf niks kwalijk nemen. U bleef trouw aan uw karakters. Het waren de filmmakers en scriptschrijvers die uw verhalen vakkundig de nek omdraaiden. Het was een opluchting toen Hopkins na Red Dragon zelf aangaf het voor gezien te houden. Hij kon Lecter niks meer bieden. De franchise leek doodgebloed.

Toch was ik niet verrast

toen vlak na het uitkomen van Red Dragon bekend werd dat er alsnog een film zou komen. Een prequel welteverstaan, over de jeugd van ’s werelds beroemdste kannibaal. Een gouden melkkoe als Lecter maak je als filmproducent niet makkelijk af. Wel was ik verbluft dat u zich leende voor het schrijven van het boek en – voor het eerst ook – het script. De eerste drie boeken over Lecter waren toch uit een soort geestdrift geschreven, voortgekomen uit een innerlijke strijd tussen een schrijver en zijn creatie. Die worsteling was terug te zien in de elf jaar die u erover deed om Hannibal te voltooien. Maar het schrijven van Hannibal Rising lijkt alleen uit commerciële motieven voort te zijn gekomen, niet uit een innerlijke drijfveer.

U bent niet de eerste die een knieval maakt voor Hollywood. Michael Crichton deed het met het schrijven van The Lost World, het vervolg op Jurassic Park. In het boek Jurassic Park stierf dokter Ian Malcolm aan zijn verwondingen. Voor Steven Spielberg een probleem, aangezien Malcolm in de film niet sterft en Spielberg hem in deel 2 opnieuw wilde gebruiken. De oplossing in het boek is er een die in een soap niet zou misstaan. Malcolm was helemaal niet dood, hij leek dood en overleefde door ‘de wonderen van de geneeskunde’.

U heeft uw ziel ook aan Hollywood verkocht. Maar dat is eigenlijk niet eens het meest treurige aspect van dit nieuwe hoofdstuk in de Lecter-cyclus. Het ergste is dat u uw eigen principes bent afgevallen.

Door alle boeken heen presenteerde u Lecter als een ondoorgrondelijk karakter. Terwijl Lecter van bezoekers en patiënten de ziel met een priemende oogopslag doorkliefde, bleef hij zelf voor ons en voor de onderzoekers ongrijpbaar. Zo nu en dan gooide u ons wel informatieve broodkruimeltjes toe, maar het bleven meer oppervlakkige, triviale feitjes. Pas in het boek Hannibal vingen we voor het eerst een glimp op van zijn verleden. Slechts een flits, maar dat was ook meer dan genoeg. De protagonisten torsten verlammende trauma's met zich mee, het verleden van Lecter bleef in nevelen gehuld. We wisten nooit wat hem dreef, wat hem maakte zoals hij was, ook al voelden we dat onder het rimpelloze oppervlak enorme stormen woedden. U leek zich te realiseren dat, hoe minder je van Lecter wist, hoe fascinerender hij werd.

In Hannibal Rising is de glimp uit Hannibal uitgewerkt tot een ruim driehonderd pagina’s tellend boek. In een keer wordt het intrigerende personage dat u over vijfentwintig jaar zo secuur cultiveerde verwoest. Lecters moorddadige gedrag wordt herleid naar een ingrijpend jeugdtrauma. Alle vraagtekens smelten als sneeuw voor de zon. In The Silence of the Lambs schreef u nog dat een man als Lecter zich niet laat categoriseren. Daar heeft inspecteur Popil, die in Hannibal Rising Lecters misdaden onderzoekt, totaal geen problemen mee: „Er is geen woord voor hem, behalve ... monster!” De grootste en meest fascinerende (film)schurk aller tijden is teruggebracht tot een archetype. Maar dit keer is er geen excuus, geen ander om als schuldige aan te wijzen. U alleen bent schuldig aan karaktermoord. U heeft mij en Hannibal Lecter in de steek gelaten.