Niet kwispelen

‘Altijd dat heen en weer gezwaai”, zucht Henriette.„Waar heb je het over?” vraagt Tobias.

„Kwispelen”, zegt Henriette. „Elke hond kwispelt te pas en te onpas maar met z’n staart!”

„Dat hoort nu eenmaal bij onze soort”, zegt Tobias. „Wat is daar nu zo erg aan?”

„Dat we niet kunnen kiezen of we het wel of niet doen”, zegt Henriette. „Het gaat helemaal vanzelf. Daar komt Rintje aan – let maar eens op zijn staart als hij binnenkomt.”

„Hoi!” zegt Rintje als hij de kamer binnenstapt.

„Zie je wel”, zegt Henriette. „Hij doet het!”

„Waar heb je het over?” vraagt Rintje. „Wat doe ik?”

„Je kwispelt!” zegt Henriette.

„Sinds wanneer mag je als hond niet meer kwispelen?” vraagt Rintje. „Het betekent dat ik blij ben dat ik jullie zie!”

„Maar kan je ook blij zijn en je staart stil houden?” vraagt Henriette. „Probeer nog eens binnen te komen zonder met je staart te zwaaien!”

Rintje loopt de gang op en komt even later weer binnen.

„Zie je wel!” roept Henriette. „Je kan hem niet stil houden!”

„Je moet aan droevige dingen denken”, zegt Tobias. „Dan lukt het wel.”

„Ik probeer het een keer”, zegt Rintje en hij stapt de kamer weer binnen.

„Het lukt!” zegt Henriette. „Je kwispelt niet! Waar dacht je aan?”

„Ik dacht aan een hele enge prik bij de dokter”, zegt Rintje.

„Nu ga ik”, zegt Tobias.

Henriette fluistert iets in Rintjes oor en dan roepen ze samen: „Kom maar binnen!”

Tobias komt met hangende staart de kamer in.

„Wil je een lekker sappig worstje?” Roepen Rintje en Henriette, en meteen gaat de staart van Tobias omhoog en zwaait heel hard heen en weer.

„Mislukt!” zegt Henriette. „Als wij iets lekkers of leuks roepen kan je je staart niet tegenhouden!”

„Het is een kwestie van oefenen”, zegt Rintje . „Als we het vaak genoeg proberen moet het lukken.”

Dan wordt er op de deur geklopt. Het is mama.

„Wat krijgen we nu?” vraagt ze als ze de deur opendoet. „Wat zijn dat voor hangende staartjes?”

„We zijn aan het oefenen om niet altijd vanzelf te kwispelen”, zegt Rintje.

„Wat een gekkigheid”, zegt mama. „We zijn toch honden. Dat hoort bij ons. Maar misschien is dit iets wat jullie kunnen gebruiken bij jullie training...”

Ze draait zich om en pakt een heerlijke koekbotjestaart.

Een heerlijke geur kringelt de kamer in en meteen springen drie staartjes omhoog en beginnen zo hard ze kunnen te kwispelen.

„Zo te zien moeten jullie nog heel lang oefenen!” lacht mama.

EINDE

www.rintje.nl