Negatief lijstje dat veel geld oplevert

Veertig wijken krijgen de komende jaren extra aandacht, omdat er te veel problemen zijn.

Maar waarom juist deze? Op elke keuze is kritiek.

Een gemeente zegt liever geen nee tegen extra geld voor wijkvernieuwing. Maar genoemd worden in een lijst met achterstandswijken willen ze juist niet, want dat levert negatieve publiciteit op, met bijbehorende gevolgen. „Als een wijk uit het niets op een lijst komt, kunnen huizenprijzen dalen”, zegt directielid Sandra Korthuis van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Gisteren maakte minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) bekend welke probleemwijken zij de komende jaren extra geld en aandacht gaat geven. Niet alle gemeenten waren het eens met de selectie. Minstens een van hen maakte bezwaar. De meeste aangewezen probleembuurten liggen in de grote steden. In Rotterdam zeven, in Amsterdam vijf. Utrecht en Den Haag hebben er vier. Buiten de Randstad worden ook wijken genoemd, zoals in Groningen, Heerlen, Arnhem, Alkmaar, Eindhoven en Enschede.

Voor de lijst van Vogelaar zijn naar Brits voorbeeld postcodegebieden vergeleken op gegevens als werkloosheid, door bewoners ervaren onveiligheid, verhuiscijfers en inkomen. De wijken die het meest onder het landelijk gemiddelde zaten, haalden de lijst. Met een nadruk op stadsproblemen. Want criteria als ‘het ontbreken van voorzieningen’ (postkantoor, winkels), werden niet meegewogen. Arme buurten op het platteland maakten zo minder kans. Een woordvoerder van VROM zegt: „We hebben gekeken waar de problemen het grootst waren en of er een optelsom van problemen was. Dan heb je het eerder over grote steden dan over kleinere en het platteland.”

Op elke keuze is kritiek. Zo zegt wethouder Herman Jansen (Ruimte en wonen, PvdA) uit Venlo dat Venlo-Oost niet op de lijst voorkomt, terwijl daar wel „behoorlijke sociale problemen” zijn. „Maar in het postcodegebied zit ook een villawijk met huizen die zo’n acht ton tot anderhalf miljoen euro kosten. Dat verandert de gemiddelde cijfers.”

Vogelaar komt met haar focus op de steden tegemoet aan kritiek, onder meer uit Rotterdam, dat het beleid te versnipperd is geraakt. De Rotterdamse PvdA-wethouder Schrijer spreekt dan ook van een ,,terechte keuze'' voor de wijken ,,waar de achterstanden op sociaal, fysiek en economisch gebied het grootst zijn.’’ Hij wijst op het Rotterdamse akkoord met woningcorporaties om in Rotterdam-Zuid een miljard euro te investeren. De VNG vindt dat ook naar andere gemeenten gekeken moet worden. „Een stad als Emmen heeft veel minder mogelijkheden zelf geld te verdienen dan bijvoorbeeld Amsterdam met een gebied als de Zuidas”, aldus Korthuis van de VNG.

De afgelopen jaren zijn steeds nieuwe getallen genoemd. Zo waren er de 56 probleemwijken van minister Kamp van VROM in 2002, die waren voorgedragen door dertig gemeenten. En minister Winsemius (VVD) noemde er 140, waarvan er 40 volgens hem ,,in de gevarenzone’’ zaten. Winsemius noemde geen namen. Dat liet hij over aan opvolger Vogelaar. Wel gaf hij een belangrijke aanzet door de woningcorporaties onder zware druk te zetten veel meer in probleemwijken te investeren op straffe van afroming door het Rijk van hun miljardenvermogens. De woningcorporaties kwamen vorige maand via koepelorganisatie Aedes met hun aanbod (‘Antwoord aan de samenleving’) jaarlijks ,,miljarden'' extra te investeren.

Het kabinet trekt jaarlijks 400 miljoen euro extra voor de wijken uit, waardoor het totaal op ruim een miljard komt. Volgens een becijfering van VROM leidt een rijksbijdrage van een miljard tot een vijftien keer zo grote investering van publieke en private partijen. De wijken moeten binnen acht tot tien jaar veranderen in „vitale woon-, werk- en leefomgevingen”. Maar hebben de eerdere investeringen wel geholpen? Op de lijst van 56 wijken van Kamp staat een aantal wijken waar ook nu nog, soms grote, problemen, zijn. Zoals Overvecht in Utrecht en Rotterdam-West. Een aantal van de wijken duikt ook weer op in de lijst van Vogelaar. De Utrechtse wijk Ondiep bijvoorbeeld, die vorige week het toneel was van rellen. Maar nu is de selectie onderbouwd door harde cijfers, en zijn de wijken niet aangedragen door gemeenten. De aanpak is ook anders, zegt een VROM-woordvoerder, omdat meer gekeken wordt naar de sociale infrastructuur in de wijken.

Oud-minister Van Boxtel (Grotestedenbeleid, D66) verwacht dat gemeenten zullen proberen alsnog in aanmerking te komen, door druk uit te oefenen op Tweede Kamerleden. „Ik had een lijst met 21 gemeenten, de G21, maar onder druk van de Tweede Kamer zijn er drie gemeenten aan toegevoegd. Het is voor Vogelaar nu zaak haar rug recht te houden.”

Andersom kunnen gemeenten overvallen worden door plaatsing op een lijst, als dat niet tevoren is overlegd, zegt Korthuis van de VNG. „Stel dat je als gemeente net bezig bent met de aanpak van een problematische wijk, en er duikt ineens een andere wijk op in zo’n lijst. Dan verwachten de bewoners daarvan actie, terwijl je er als gemeente niet klaar voor bent.”