Minister gaat potentie in de wijken aanboren

Minister Ella Vogelaar wees gisteren 40 probleemwijken aan. Als er niets wordt gedaan, kan de vlam in de pan slaan, zegt ze. Maar het duurt wel tien jaar voor alles op orde zal zijn.

Samen buurten, samen binden. Geheel in lijn met het motto van Balkenende IV (Samen werken, samen leven) presenteerde minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) gisteren haar plan om van veertig probleemwijken weer leefbare wijken te maken. „En we krijgen een bus”, zei haar woordvoerder.

Vanaf maandag zal Vogelaar met die bus wekelijks een van de veertig wijken (in achttien gemeenten) bezoeken. In de tweede helft van juni moet dat resulteren in een concreet actieplan.

Vogelaars doel is om aan het eind van haar periode als minister in elk geval bereikt te hebben „dat mensen het plezieriger vinden om in die wijken te wonen”, zei ze gisterenmiddag bij een toelichting op haar plannen. In totaal heeft ze 400 miljoen euro per jaar te besteden voor de wijken.

Vogelaar erkende dat bij de totstandkoming van de lijst flink gediscussieerd is met gemeenten. De gemeenten die nu bij het project betrokken zijn, kunnen zich vinden in de lijst. Degenen die er buiten vallen, zijn niet gehoord en zullen vast niet blij zijn, veronderstelde de minister. Leidraad bij de selectie van de wijken: „Waar zitten de echte brandhaarden?” Vogelaar wil liever niet in dergelijke harde termen over de wijken spreken, zei ze, „wegens associaties met wat er net in Ondiep gebeurd is”. In die wijk braken vorige week rellen uit. Vogelaar: „De vlam kan in de pan slaan in een van de huidige veertig probleemwijken als we daar niets doen. Maar het kan ook net zo goed elders gebeuren. Een incident als Ondiep heeft maar deels te maken met de cumulatie aan problemen zoals in de veertig uitgekozen wijken.”

Aan de hand van achttien criteria (deels objectief – zoals inkomen, werkloosheid, scholing – en deels subjectief – zoals verhuisgeneigdheid en veiligheidsbeleving) werden de veertig wijken geselecteerd. De lijst is wat Vogelaar betreft flexibel: „Als een gemeente alsnog een wijk op de lijst wil hebben sta ik daarvoor open. Ze zullen me wel op basis van argumenten moeten overtuigen, en niet op basis van blauwe ogen.” Naast de specifieke aanpak van de veertig wijken blijft ook het grotestedenbeleid gewoon bestaan, in elk geval tot 2009. Volgend jaar volgt een evaluatie van het grotestedenbeleid. Dan zal bekeken worden hoe daar een vervolg aan gegeven kan worden.

Hoe en of een wijk tussentijds het stempel ‘probleemwijk’ kan kwijtraken is nog onduidelijk. „We gaan nu eerst investeren”, zei Vogelaar. Over dalende huizenprijzen als gevolg van het rijkskeurmerk ‘probleemwijk’ maakt ze zich geen zorgen: „Misschien is dat nu zo, maar over twee jaar kun je een hele mooie prijs voor je huis krijgen in zo’n wijk. We gaan wel investeren in die wijken.”

Om haar doelen op het gebied wonen, werken, leren, integreren en veiligheid te bereiken, moet Vogelaar in overleg met in totaal zes andere bewindslieden. „Dat wordt een hell of a job”, erkende Vogelaar. Maar alleen door vergaande ontkokering (niet alleen bij het Rijk ook bij de gemeenten zelf) is deze klus te klaren, zei ze. „Het verschil met vroeger is: we zijn het er nu allemaal over eens dat er iets moet gebeuren. Als we willen dat de wijken aansluiten bij de aantrekkende economische groei in Nederland, moeten we nu iets doen.”

Over een paar weken wil Vogelaar samen met betrokken bewoners, bestuurders en professionals uit de wijken concrete doelen formuleren. „Zoveel procent minder werkloosheid, zoveel procent minder schooluitval”, zei ze. Ze wil dat doen door „de kracht en de potentie die er nu al in die wijken is aan te boren en bij elkaar te brengen”. Ze trekt er met een bus op uit. De eindverantwoordelijkheid voor het welslagen van het project ligt bij Rijk en gemeenten. „Die hebben zelf een eigen verantwoordelijkheid, net als de bewoners.”

Vogelaar heeft niet de illusie dat alle problemen binnen een kabinetsperiode worden opgelost. In haar brief noemt ze een periode van acht tot tien jaar waarin echte resultaten zichtbaar worden. Het is dus nog onduidelijk waar Vogelaar over vier jaar op afgerekend kan worden.

Vorige maand kwamen de gezamenlijke woningcorporaties met een bod om de komende jaren miljarden euro’s extra te investeren in probleemwijken, na de dreiging dat het Rijk een deel van hun miljardenvermogens zou afnemen. Vogelaar gaat de komende tijd met de corporaties overleggen. In juni wil zij concrete plannen voor de wijken bekendmaken.