kinderboeken

Generaties komen en gaan in Meinderts vuurtoren

Ooit was oma het mooiste meisje van het dorp. In het dorpshuis danste ze met Jonas, de zoon van de vuurtorenwachter. Hij kuste haar appelrode wangen, trouwde met haar en droeg haar de lange trap op naar de ronde kamer van de vuurtoren.

Een leven later is het kleinzoon Jonas die oma de lange trap opdraagt. En als oma op een ochtend in een bootje is vertrokken naar ‘het eiland van de eeuwige jeugd’, weet Jonas wat hem te doen staat: ‘vanavond ga ik naar het dorpshuis en dans ik met het mooiste meisje van het dorp en na afloop mag ik haar kussen, haar wangen, maar ook haar haar en haar oortje met haar haar ervoor, haar hals en haar herfstrode mond’.

De vuurtoren van Koos Meinderts (tekst) en Annette Fienieg (illustraties) is een melancholisch prentenboek over de cirkel van het leven. De taal van Meinderts is poëtisch en oorspronkelijk: kleinzoon Jonas bijvoorbeeld heeft lieve oortjes, die ’s avonds als hij moe is gloeiend rood worden, ‘als twee lantaarntjes van vlees’. En de geschilderde, mooi gekleurde illustraties van Annette Fienieg zijn eenvoudig en sfeervol: zoals bijvoorbeeld het wasgoed hangt te wapperen in de zon en achter een wit laken oma’s contouren zichtbaar zijn.

Maar De vuurtoren is niet alleen maar lieflijk. Er zit een verontrustende onderstroom in. Voor oma’s zoon is de vuurtoren te klein: hij neemt zijn bruid mee naar zee en vertrouwt zijn zoon aan zijn moeder toe. Dus is het oma die deze Jonas in zijn wiegje in de ronde kamer legt, het wiegje waarin ook zijn vader en zijn grootvader nog hebben gelegen. Later vertelt oma hem dat zijn ouders rondzwerven over zee, ‘waarover ’s avonds als het donker was, de vuurtoren zijn licht wierp, zodat zijn ouders niet zouden verdwalen en de weg naar huis terug konden vinden’. Nooit keerden zij terug. (MS)

Koos Meinderts en Annette Fienieg: De vuurtoren. Lemniscaat, 40 blz. €12,95. 4+

Historisch dwergmeisje met hedendaagse verlangens

‘Dolores schreeuwde toen een van de soldaten haar losrukten uit haar [moeders] armen. Het was alsof ze met elkaar vergroeid waren en het vlees van hun botten werd gescheurd. Moeten vertrekken met het wanhopige geroep van haar moeder in de oren: ‘Mijn kleine Dolores!’ Dat was het ergste.’

In de historische jeugdroman Dolores van Noëlla Elpers wordt de dwerg Dolores, dochter uit een arm pachtersgezin uit het Spaanse Biar, door haar vader verkocht aan koning Ferdinand, als cadeautje voor zijn sombere dochter Johanna. Flapuit Dolores krijgt de functie van nar.

Dat Noëlla Elpers jaren onderzoek deed, voor een volwassenenroman, naar het tijdsgewricht van Johanna de Waanzinnige (1479-1555) is goed te merken aan het ogenschijnlijke gemak waarmee zij in dit boek een overtuigend beeld schetst van Spanje in de 15de eeuw, toen de inquisitie onder koning Ferdinand en koningin Isabella een hoogtepunt bereikte.

Toch is die 15de eeuw maar bijzaak. Dolores is vooral een bloemrijk portret van een opgroeiend dwergmeisje. Over haar haat voor haar vader die haar verkocht als een pop. Over haar schuldgevoel dat niet zij doodging maar haar mooie zusje. Over haar reizen door Spanje met de koninklijke familie. Mooi is de vriendschap met prinses Johanna en het Moorse kamermeisje Meryem, grimmig en dreigend de scènes waarin soldaten haar dreigen te verkrachten, bitterzoet de brieven vol pijnlijk gemis naar huis. Elpers vertelkunst is poëtisch en inventief.

Maar halverwege het boek verslapt Elpers vaste greep op de dwerg. Als ze beschrijft hoe koningin Isabella joden op de brandstapel laat gooien, verneemt de lezer niets van Dolores’ gedachten daarover, terwijl haar naïef/heldere blik toch het wezen van haar nar zijn vormt. En Elpers laat prinses Johanna wel heel gemakkelijk haar eigen mening vormen over het verwerpelijke gedrag van haar moeder.

Gelukkig wordt de focus op Dolores aan het einde van het boek weer scherper. Want de lezer is inmiddels verslingerd geraakt aan deze ontroerende dwerg met wie het slecht afloopt (dat wisten we al vanaf het begin) – omdat haar hart te groot is voor haar lichaam. (MS)

Noëlla Elpers: Dolores. Van Goor, 238 blz., €13,95. 14+

Hond sleept Grossman mee naar waarachtigheid

Een non ziet op een dag boven de muur een klein meisje verschijnen. Het meisje begint door een megafoon een lang verhaal te vertellen. Daarmee beëindigt ze hun oorlog om een boomgaard en begint er een vreemde vriendschap.

De non is een van de vele bijzondere mensen die de jongen Assaf tegenkomt in zijn zoektocht naar het meisje van de muur. Of het meisje van de sterren. Of het meisje met de zangstem. Want Tamar heeft vele gedaanten in De stem van Tamar van de Israëlische schrijver David Grossman. Dit boek verscheen al in 2000 in Nederland en is nu als jeugdboek uitgebracht.

In Jeruzalem laat Assaf zich meesleuren door een zoekgeraakte hond, die hem hopelijk naar de eigenaar kan brengen. Zo komt Assaf op het spoor van Tamar, die zelf op een geheime missie ook door de stad waart. De roman beschrijft hoe Assaf en Tamar om elkaar heen draaien in steeds kleinere cirkels totdat ...dat moet de lezer zelf maar ontdekken.

Die ontdekkingstocht is in de eerste helft van het boek wat moeizaam. De dialogen en handelingen zijn uitgesponnen, zodat bijvoorbeeld Assafs ontmoeting met de non erg lang duurt. Wat het verhaal dan gaande houdt is de fascinatie voor Tamar, over wie de lezer, in het spoor van Assaf, beetje bij beetje wordt ingelicht. Assaf wordt gedreven door het beeld van het meisje op de muur met de megafoon. ‘Eerlijk gezegd was hij een beetje bang voor meisjes die in staat waren op een ton te gaan staan’ – maar wel geboeid.

Gaandeweg komt Tamar dichterbij en wint het boek aan vaart. De wat trage en saaie jongen en het meisje vol bravoure blijken zielsverwanten in hun streven naar waarachtigheid. De stem van Tamar is een geslaagd dubbelportret van twee jonge mensen die zichzelf weten te vinden. Een boek als een bloem waarvan je wat stugge blaadjes moet openvouwen om een stralend hart te vinden. (KB)

David Grossman: De stem van Tamar. Vertaald door H. Man. Lemniscaat, 415 blz. €14,50

Verder verschenen

Vrederik, het dappere soldaatje van Karlijn Stoffels – over een soldaat die het hart van een prinses wil veroveren – staat vol taalplezier en prachtige, filosofische zinnen, maar door de opgelegde joligheid en de rommelige structuur beklijft en ontroert deze roman voor tienjarigen niet. (Querido, €13,95)

Voor kinderen die een boek nodig hebben om een hut te kunnen bouwen, is Het complete boek over hutten van Louis Espinassous te hoog gegrepen. Het boek is geen handleiding, maar een inspirerende ‘ideeëndoos’ met handige tips voor dakbedekking, geweven wanden, en ramen en deuren. (Van Goor, €11,95) (MS)