‘Je kunt je niet voorstellen dat hier oorlog was’

Ruim een eeuw was Celica, een hippe jeugdherberg in Ljubljana, een militaire gevangenis. Die metamorfose is een symbool van de openheid van het moderne Slovenië.

Het ‘hipste hostel ter wereld’ staat volgens reisgids Lonely Planet in de Sloveense hoofdstad Ljubljana. De geschiedenis van jeugdherberg Celica (‘Cel’) doet weinig gezelligheid vermoeden: het grootste deel van zijn 125-jarige geschiedenis diende het gebouw als militaire gevangenis van achtereenvolgens het Oostenrijk-Hongaarse, het Joegoslavische, het Italiaanse, het Duitse en opnieuw het Joegoslavische leger. Nog geen twintig jaar geleden zat de huidige Sloveense premier Janez Janša er enkele maanden gevangen, officieel wegens het onthullen van militaire staatsgeheimen. Zijn harde kritiek op het Joegoslavische leger had zijn zaak geen goed gedaan.

Nadat Slovenië in 1991 na een tiendaagse opstand tegen het Joegoslavische regime onafhankelijk werd, kraakten kunstenaars en pacifisten de voor sloop bestemde kazerne waar de gevangenis deel van uitmaakt. Artiesten uit verschillende landen toverden de cellen op de eerste verdieping om tot twintig beslaapbare kunstwerkjes. „Het hostel is een symbool van de transformatie van het militaire, uniforme en gesloten Slovenië uit de Joegoslavië-tijd naar een land dat deel uitmaakt van de openheid, vrede en diversiteit van Europa”, zegt architect Janko Rozic.

Slovenië trad in 2004 als eerste Balkanland toe tot de Europese Unie. Dit jaar voerde het ook de euro in. Hostel Celica, dat 15.000 backpackers per jaar trekt, van wie de helft uit Europa, lijkt dan ook de ideale plek om er achter te komen hoe Europeanen van vandaag aankijken tegen een belangrijke ontstaansreden van het verenigde Europa: vrede, veiligheid en vrijheid op het continent.

„Wil je in cel 118 slapen? Waarom in hemelsnaam? Dat is de minst mooie kamer van allemaal!”, zegt Barbara Lozar (22), studente Vertalen en vloeiend in zowel Engels als Duits. Als bijbaantje werkt ze achter de balie van de jeugdherberg. Cel 118 (eenvoudig ingericht, oude zwart-witfoto’s van militairen met verlof op het plafond, handboeien van klei bij het raam) is volgens velen de plek waar premier Janša in 1988 zat opgesloten. Lozar zegt dat weinig. „Ik was toen twee. De gevangenis is zo mooi omgebouwd, dat je je niet meer kunt voorstellen dat hier mensen hebben vastgezeten. Alleen de isoleercellen in de kelder zijn nog zoals ze waren, stoffig, donker en eng.”

Marko Hren (46) heeft andere gevoelens, maar hij was er dan ook bij toen de premier gevangen werd gezet. Hren, toen 28, zette Janša’s bevrijdingsactie op touw. Dat het militaire terrein een cultureel centrum werd en de gevangenis een jeugdherberg, is deels zijn verdienste.

„Toen het Joegoslavische leger deze plek in 1991 verliet, was het gemeenschapsgevoel groot. Iedereen had het idee dat we van deze plek iets moois moesten maken, iets dat vrede en vrijheid zou uitstralen”, vertelt hij in het restaurant van hostel Celica.

„We schreven in de jaren tachtig al dat Slovenië deel moest worden van de Europese Gemeenschap,” zegt Hren, inmiddels de hoogste ambtenaar op het Sloveense ministerie van Onderwijs en naaste medewerker van premier Janša. „De oppositie werkte nauw samen met de internationale vredesbeweging. We droomden van een Slovenië zonder leger, probeerden vergeefs een Joegoslavische oorlog te voorkomen. Ik ging wekelijks naar Parijs of Londen. Dus natuurlijk ben ik pro-Europa.”

Volgens architect Janko Rozic (47) is het feit dat de EU respect toont voor de diversiteit van nationaliteiten van groot belang voor een vreedzame toekomst van het continent. „In Joegoslavië moest iedereen Joegoslaaf zijn, of hij nu Serviër, Kroaat of Sloveen was. Wij hebben meegemaakt wat er dan gebeurt. Dus het is belangrijk dat de EU die diversiteit in ere houdt.”

De veelal jonge toeristen die in het hostel overnachten en de studenten die in Celica werken of er komen lunchen, kijken minder ver terug. Op de vraag aan baliemedewerkster Barbara Lozar of de EU van belang is voor vrede en veiligheid in Slovenië, volgt een diepe denkrimpel. „In de jaren negentig, toen we niet meer bij Joegoslavië hoorden, en nog niet bij de EU, was hier al stabiliteit”, zegt ze voorzichtig. „Voor mij is Europa vooral belangrijk om de kansen die het biedt. Om in het buitenland te kunnen werken bijvoorbeeld.”

Voor de Duitsers Robert Bauer (23), Alfons Kipfersberger (21) en Stefan Westermajer (21) uit München, die in Ljubljana een korte vakantie vieren en overnachten in Celica, is de EU vanzelfsprekend: „Europa is net één groot land. Je kunt je niet meer voorstellen dat hier oorlog is geweest.”

Wat studente medicijnen Simona Kalšek (26) betreft zit Slovenië bij de EU, „gewoon omdat wij Europees zijn, Europeser dan andere Balkanlanden”. Voor haar is de toetreding van Slovenië tot de EU, evenals de metamorfose van gevangenis tot hostel, eerder een voldongen feit, dan een door mensen verrichte prestatie. „Ik weet er niet veel van, ik ben te jong”, zegt ze verontschuldigend boven haar bordje gefrituurde bloemkool.

Ambtenaar Marko Hren vindt het jammer dat het gevoel van solidariteit, dat in de beginjaren rond de jeugdherberg hing, is verdwenen. „Iedereen zegt nu alleen nog maar dat het hostel ‘het hipste van de wereld’ is. Ze zien het als iets vanzelfsprekends, maar weten niet meer wat er voor strijd aan vooraf is gegaan.”

Voormalige cellen te zien op: www.hostelcelica.com