Ik leer alles voor het eerst

Joss Stone schudde op 16-jarige leeftijd de wereld van de soulmuziek op. Ze werd er een internationale ster mee. Maar kritiek was er ook, vooral uit Amerika. Op haar nieuwe cd bewijst ze zichzelf. „Mijn vorige albums waren niet van mij.”

Het bleef niet lang onopgemerkt: van onschuldig ogend bloemenmeisje ontpopte zangeres Joss Stone zich afgelopen jaar tot eenLolita-achtige hippiediva à la Janis Joplin. Haar nonchalant lange blonde haardos met vlechtjes en bloemetjes werd verruild voor woeste, roze krullen. En ze draagt nu pikante minirokjes en hoge kousen in pumps.

Joss Stone uit het Britse Ashill in de streek Devon wordt volwassen en zet zich tegenwoordig nadrukkelijk af. Volgende maand wordt ze twintig jaar. Haar opvallende haarkleur is een brutaal statement aan het adres van haar platenlabel. Na een experiment met een bruine kleur werd ze vriendelijk doch dringend verzocht het weer blond te verven. „I’m not here to look how you want me to”, reageerde ze. En prompt koos ze voor roze. „En zo gaan er tegenwoordig méér dingen op mijn manier”, grijnst de zorgvuldig gestylede zangeres tevreden. Tijdens een tweedaags bezoek aan Amsterdam geeft ze met een elfkoppige band een exclusief miniconcert in de studio van muziekzender TMF.

Met een krachtige, rauwe, gepassioneerde, vurige en in alle registers sterke stem die los leek te staan van haar leeftijd schudde het blanke tienermeisje Joscelyn Eve Stoker in 2003 de hedendaagse soulmuziek op. Onder de hoede van Miami-soulveterane Betty Wright, die niet meer van haar zijde week sinds ze het jonge talent hoorde zingen, maakte ze twee albums: het spraakmakende soulcovers-debuut The Soul Sessions en Mind, Body & Soul (2004). Ze was zestien toen. In minder dan geen tijd was ze een ster van internationale allure en verkocht ruim tien miljoen cd’s.

Maar er was ook kritiek. Vooral uit Amerika. Hoewel haar jonge maar bezielde soul er overwegend positieve recensies kreeg, zou Joss geen échte soul maken. Ze was er simpelweg te jong voor. Bovendien, oordeelden veelal zwarte artiesten en critici: een blank meisje als Joss moet van deze muziekstijl afblijven.

Dat raakte haar, vertelde ze bij een eerdere ontmoeting in Londen. „Soul komt uit jezelf. Juist omdát ik nog jong ben, kan ik me inleven. Come on,… op deze leeftijd leer je juist alles voor de eerste keer. Opgroeien is één grote lijdensweg. En langzamerhand begin je in te zien hoe fucked up de wereld eigenlijk in elkaar steekt.”

Nu heeft ze er een sterker idee over. „Toen ik mijn eerste platendeal probeer te sluiten, zei iemand: schatje, ik ga echt geen blank meisje met een zwarte stem contracteren. Het zijn te verschillende dingen. Dus ik zei: waarom noem je mijn stem zwart – alsof je ’m kunt zien? Je hoeft toch geen ras te verbinden aan een stem? God heeft ons allemaal muziek gegeven.”

Haar derde, nieuwe cd

heeft de opmerkelijke titel Introducing Joss Stone. Dat roept vanzelfsprekend vragen op. Het voornaamste verschil, legt ze uit, gezeten op het puntje van de fauteuil met haar lange benen over elkaar, is de mate van controle. Dit album maakte ze helemaal zélf – zonder inbreng van anderen.

„Mijn vorige twee albums waren niet van mij”, zegt ze. „De nummers droegen mijn handtekening niet. Ik zong ze, gaf suggesties, maar de selectie of muzikale keuze mocht ik niet maken. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat ik niet achter bepaalde songs stond. Wat mijn vorige cd Mind, Body & Soul betreft: er zijn te veel stukken ter opvulling gebruikt, om hem vol te krijgen. Daarnaast vond ik sommige liedjes flauw of hadden ze een belachelijke duffe tekst, zoals Don’t You Wanna Ride.

Met een vies gezicht zingt ze het luchtige refrein: „A car this fine don’t pass your way, don’t cha wanna ride baby.”

„Ik bedoel maar”, vervolgt ze met veelzeggende blik. „Zo hoor ik in veel nummers iets verschrikkelijks. Ook was mijn stem nog volop in ontwikkeling. Mijn timbre is nu donkerder dan toen. Op mijn debuut klonk ik als een kleuter. Maar toen stond ik onder druk. Het album moest snel af. Producers werden bijeengeroepen en iedere muziekbobo wilde een mening hebben over mijn muziek. Ingrijpen was als nieuwkomer lastig, ik was pas veertien, vijftien. Ik kon toen onmogelijk eisen stellen.”

Gaandeweg ontwikkelde ze haar smaak. De behoefte aan zeggenschap kreeg de overhand. „Ik ben op mijn strepen gaan staan toen ik weer eens op mijn kop kreeg. Ik liet mij té negatief uit over mijn albums. Laat me dan niet liegen, heb ik tegen mijn platenmaatschappij gezegd. Laat me het zelf proberen. Daar waren ze helemaal niet enthousiast over. Je bent te jong, hoorde ik steevast. Maar ik heb ze overtuigd. En toen moesten ze wel. Er is veel in mij geïnvesteerd en ik heb tenslotte een contract voor vijf cd’s. Mijn missie was nu iets te maken waarmee ik tevreden het podium op kon.”

Daarbij heeft ze ook de hulp van haar voornaamste mentor Betty Wright niet meer nodig. Die begeleiding, sinds haar veertiende, ging ver: Wright hield dagelijks contact met de jonge zangeres en haar familie. Ze stelde de band samen, gaf instructies en leidde met strakke hand de repetities. „Betty hielp me aan zelfvertrouwen. Maar haar bemoeienis houdt wat mij betreft een beetje op. Ik heb echt alle advies van de wereld gekregen. Nu moet ik het zelf uitvinden wat werkt en ga ik mijn eigen richting bepalen. En als het mis gaat red ik me heus wel.”

Hoewel haar stem nog

steeds staat als een huis, met flinke uithalen en kreunen, bevat Introducing Joss Stone meer r&b en funky soul getinte liedjes met rollende beats dan rauwe soul. Dat komt vooral doordat ze r&b-zanger en nu-soulproducer (voor D’Angelo, Angie Stone en Macy Gray) Raphael Saadiq aantrok. In hem vond Stone een muzikale bondgenoot die haar ideeën vormgaf. De cd is meer uitgesproken en opgesmukt dan eerdere albums. Er zijn Motown-koortjes in het blije Girl They Won’t Believe It en Arms of My Baby, scratch en hiphopbeats in Music met een bijdrage van Lauryn Hill; rapper Common kreeg een rol in het lome Tell Me What We’re Gonna Do en er klinken funky grooves in de single Tell Me ’bout It.

Voor het schrijven vestigde Joss Stone zich een half jaar op Barbados. Ze huurde er een huis, nam er demo’s op en nodigde musici uit om liedjes mee te schrijven. „Ik wilde doelgericht aan dit album werken. Het was er prachtig en ik kende er niemand. Ik had zoveel te zeggen, het was genoeg voor wel drie albums.”

Ze leest geen bladmuziek en speelt geen instrument. „Ik zong het voor in een soort eigen muziektaaltje en anderen noteerden het.” Voor de opnamen verkaste ze uiteindelijk naar de Bahama’s. De fameuze Compass Point Studio in de tropen bood in het verleden inspiratie aan Bob Marley, Lenny Kravitz, The Rolling Stones en U2. „Het voelde er zo goed, ik was er vrij en open. Raphael, de band en ik bleven er twee maanden. Om het precies te krijgen zoals ik het wilde, moest ik een tijd afstand nemen van alles wat mij bekend was.”

Stone is meer uitgesproken in haar liedjes. Ze steekt haar verlangens naar liefde niet onder stoelen en banken en zingt uitdagend over seks. Maar echt diep zit haar liefde voor de muziek, stelt ze nadrukkelijk, waarbij ze refereert aan de song Music. „Het is de enige constante factor in mijn leven. Als ik mij alleen voel, zet ik muziek op van Aretha Franklin of Roberta Flack.”

Maar ook verandering en de angst voor een ommezwaai kun je beschouwen als een rode draad, stelt ze. „Ik houd van verandering. Het is spannend. Niet voor niets staat er een foto van mijn benen in het cd-boekje. Ik heb er ‘LOVE CHANGE’ op laten verven. Omarm verandering, zij is onvermijdelijk. Je kunt er niet van wegrennen. Stel je voor: al zou je jezelf dag en nacht in dezelfde kamer opsluiten, je haar groeit toch door.”

Denkt ze niet dat

ze zich van haar fans vervreemdt nu ze zo stellig verkondigt dat dit pas haar enige echte album is? „Hoezo?” antwoordt ze. „Ze moeten dit niet verkeerd opvatten. Nu deel ik muziek met hen waar ik achter sta. En trouwens, wie de echte Joss Stone is weet ík niet eens. Een meisje van vijftien ontwikkelt zich. Dat herkent toch iedereen. God, ik moet er zoveel over uitleggen. Ik lijk soms wel een toeristenattractie. Alsof ik geen mens ben.”

Even is het zoete tienermeisje terug dat zich twee jaar terug zonder make-up, met natte haren en blote voeten onder haar spijkerbroek onbevangen uitsprak over de veranderingen in haar leven. „Een carrière in muziek is een eenzaam bestaan. Ik voel me vaak zo alleen. Ik woon overal en nergens. Mijn thuis is waar mijn moeder is, maar in mijn oude woonplaats in Devon kom ik nog maar zelden. Relaties lukken niet, ik tref steeds muzikanten die mijn hart breken en daarnaast maak ik weinig nieuwe vrienden. Daar is immers tijd voor nodig en ik ga altijd weer weg.

„Als ik dan ook niet de muziek kan zingen waar ik achter sta, ga ik liever naar huis. Dan is het mij allemaal niet waard. Dan studeer ik liever en zing ik onder de douche of in de lokale kroeg.”

Joss Stone: Introducing Joss Stone (Virgin/EMI)

Op 11/7 treedt Joss Stone op in de Heineken Music Hall, Amsterdam.