Hoe zou het leven zijn zonder de EU?

De Europese Unie, dit weekeinde vijftig jaar, krijgt lof en (vooral) veel kritiek.

De redactie stelde zeven Nederlanders een eigenlijk onmogelijke vraag.

De komende dagen zullen de beelden vaak worden herhaald. Op de achtergrond hoor je geroezemoes. Getuigen maken een praatje. Maar toch, het is een plechtig moment, op 25 maart 1957. In de Sala degli Orazi e Curiazi van het Palazzo dei Conservatori in Rome zitten twaalf mannen aan een lange tafel. Het zijn de vertegenwoordigers van Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Italië en West-Duitsland, voor elk land twee. Met een vulpen zetten ze hun handtekening in een dikke map vol papieren.

Zondag is het vijftig jaar geleden en dat wordt op tal van plaatsen gevierd. In die map vol papier zat namelijk het Verdrag van Rome. Daarmee werd de Europese Economische Gemeenschap opgericht, de voorloper van de Europese Unie. Een reden om te feesten?

De plek die de ministers uitzochten in 1957 was niet zonder symboliek. De zaal waarin ze zaten is vernoemd naar een afbeelding die er hangt, van een scène uit de Romeinse mythologie. Tweeënhalf duizend jaar eerder ruzieden Rome en de rivaliserende stad Alba Longa over de vraag wie de regio mocht domineren. Om een bloedige veldslag te voorkomen werden uit elke stad drie mannen gekozen, uit de families Curiazi en Orazi. Die mochten het, volgens de overleving, uitvechten.

Nooit meer oorlog, dát is Europa voorlopig gelukt. En verder?

Vijftig jaar later telt de EU geen 6 landen, maar 27. Samen vormen die een markt van ruim 490 miljoen consumenten, meer dan de VS. Binnen de EU wordt getwijfeld over het nut van de samenwerking, maar daarbuiten niet. Wie geen lid is, wil dat graag worden.

Maar steeds groter worden betekent ook: steeds moeilijker beslissingen nemen. Ieder land heeft een eigen vertegenwoordiger in de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU. Toen Bulgarije en Roemenië onlangs lid werden van de club, was het even zoeken naar nieuwe functies. Daarom is er nu een Roemeens commissaris voor meertaligheid, van wie wordt afgevraagd wat die doet.

Zondag komen de regeringsleiders van de EU-landen bij elkaar in Berlijn om een verjaardagsverklaring te ondertekenen. Zelfs daarover wordt onderhandeld. Moet God worden genoemd, als inspiratiebron? En de euro, als één van de verdiensten van Europa? Zelfs op de geschiedenis bestaan verschillende visies.

Maar wat als de geschiedenis anders gelopen was? Namens Nederland tekenden op 25 maart 1957 Joseph Luns, de minister van Buitenlandse Zaken, en Johannes Linthorst Homan, de ambtenaar die de onderhandelingen over het verdrag had geleid. Klik, deden de fotocamera’s. Daarna moest de Tweede Kamer het verdrag nog ratificeren. Stel dat Kamerleden hadden gezegd: alles goed en wel, maar wat zouden de mensen in het land hiervan vinden? Stel dat ze hadden besloten hoorzittingen te organiseren om het burgers te vragen. En wat bleek? Het enthousiasme was niet bijster groot. Wat had dat voor zin, zeiden sommigen, een Europese gemeenschap zonder de Britten, die ons twaalf jaar geleden hadden bevrijd. En mét de Duitsers, die ons in de Tweede Wereldoorlog zo veel verschrikkelijks hadden aangedaan. Nee, dank u. Stel dat het niet doorging. Hoe zouden Nederland en Europa er dan hebben uitgezien?

Bekijk beelden van de ondertekening van het verdrag op http://europa.eu/abc/history/1945-1959/index_en.htm

Bekijk een infographic op de pagina’s 16 en 17 (In Beeld).