Hoe het met de zorgverzekeraars misschien zat

Achgot, die zorgverzekeraars. Lieten zich opzwepen door de praatjes van een vorige Balkenende, die de paradijselijke gevolgen uittekende van een geheel nieuw, marktconform stelsel, waarvan de verzekeraars steenrijk konden worden. Maar eerst de concurrentue omhoog!

Dat lieten de heren zich niet twee keer zeggen.

In de laatste maanden van 2005 zag je op de STER avond aan avond spots voorbijkomen van firma’s die beloofden dat je bij hen het hele jaar door voor bijna niks je heup kon laten opereren, en dat je in geval van een uitheemse kwaal ook injecties van honderdduizend euro per prik rustig mocht declareren.

En inderdaad: op 1 januari 2006 stroomden de klanten bij tienduizenden tegelijk toe, de een nog zieker, kreupeler, hartzwakker, galliger en bijziender dan de ander, en allemaal dolgelukkig dat Hans Hoogervorst het eindelijk mogelijk had gemaakt dat ze hun ongemakken namens de assurantiemaatschappij konden laten verhelpen door de duurste specialisten van het hele land.

Het gerenommeerde verzekeringshuis ONVZ (450.000 patiënten) bood het Nederlandse volk bovendien zekerheid aan voor ‘aanvullende pakketten’, dat wil zeggen dat ze bereid waren ook de kosten te vergoeden voor alternatieve geneessessies, voor therapieën, voor paramedische behandelingen en voor psychologische hulp.

Dan vraag je er misschien om.

Een woordvoerder die toelichtte waarom ONVZ deze vorm van dienstverlening tot haar spijt moet inperken:

‘De helft van onze polishouders is uitgebreid aanvullend verzekerd, en daar is vorig jaar veel door verloren. Bij tien- à twintigduizend consumenten die pas in 2006 klant zijn geworden, is sprake van wat je overconsumptie van de zorg kunt noemen. We komen mensen tegen die jaarlijks 17 brillen bestellen, 28 keer naar de fysiotherapeut gaan en allerlei alternatieve consulten in rekening brengen.’

Achgot. Ten einde raad moest ONVZ wel besluiten de polisvoorwaarden voor zulke verkwistende grootgebruikers per onmiddellijk aan te passen.

Dat krijg je d’r van.

Zou er nog meer achter zitten? Ik bedoel: zou het onderdeel kunnen zijn van een door vroegere neoconservatieve kabinetten zorgvuldig uitgedokterd meesterscenario om bijvoorbeeld een handige, zelfwerkende oplossing te bevorderen voor het probleem van de vergrijzing?

Vergeet niet dat in de vorige coalities – eigenlijk al onder Paars – voortdurend werd geijverd voor verschuiving van de pensioengerechtigde leeftijd naar later dan 65. Grote kampioen: de sociaal-liberale Laurens Jan Brinkhorst, die het beleid van Hoogervorst ook hartelijk ondersteunde.

De vermoedelijke redenering lag voor de hand. Werknemers, die het toch al steeds gemakkelijker hebben gekregen, willen ook nog liefst op hun 55ste ophouden, en zij kunnen (nauwelijks vermoeid geraakt tenslotte) daarna nog met gemak dertig jaar op hun oudedagsverzekering blijven doorteren. Kunnen de pensioenfondsen, als ze al niet eens meer in clusterbommen mogen beleggen, dat op den duur nog opbrengen?

Hier zie je de parallel met wat er bij de zorgverzekeraars gebeurt. Je biedt de mensen bepaalde faciliteiten aan, ze maken er meteen misbruik van (17 brillen, 28 keer naar de fysiotherapeut, dagelijks naar de wijkkwakzalver). en uit dank voor bewezen diensten gaat Achmea failliet. Op dezelfde manier open je het uitzicht op een rustige levensavond, en steeds meer kerngezonde verzekerden houden fluitend tot hun negentigste hun hand op, waardoor de hele staathuishouding vast loopt.

Wie langer (en harder) werkt gaat eerder dood. Dat is de les die we in de negentiende eeuw hebben geleerd, en die we vervolgens in de jaren van Troelstra, Drees en Den Uyl helaas enigszins uit het oog hebben verloren. Dus dachten Balkenende en Hoogervorst: als we terug willen naar een gezonde economie, moet iedereen niet alleen weer zelf z’n 19de bril en z’n 28ste fysio betalen, maar ook tot z’n zeventigste moeten doorwerken, om tenslotte, achgot, de gezegende, marktconforme leeftijd van 75 te bereiken.

ONVZ ging meteen akkoord.