Geen interviews!

In sporttermen was Michiel de Ruyter, die morgen 400 wordt, een inspirerende coach, technisch directeur, midvoor en keeper tegelijk. Zo zorgde hij ervoor dat de Gouden Eeuw nog wat langer kon duren.

A.Th. van Deursen en J.R. Bruijn, m.m.v. J.E. Korteweg: De admiraal. De wereld van Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Van Wijnen, 160 blz. € 29,50

Gerard Brandt: Het leven van Michiel de Ruyter. Bewerkt door Vibeke Roeper en Remmelt Daalder. Athenaeum–Polak & van Gennep, 256 blz. € 19,50

L. Koelmans: Michiel de Ruyter in eigen woorden. Van Wijnen, 95 blz. € 14,90

Weer een erflaterjaar. Weer maanden met gedenkboeken, gedenkcomités, penningen, tentoonstellingen, lezingen, concerten, draagtasjes, puzzels, placemats en postzegels. En ook nu weer een musical en een kranslegging. Na Rembrandt Harmenszoon van Rijn is het de beurt aan Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Helpt het ergens tegen? Of is het ergens goed voor? En waar komt die gedenkhausse eigenlijk vandaan?

Tussen beide heren zijn parallellen te trekken. Ze waren vrijwel even oud, kwamen uit een eenvoudig milieu, trokken op latere leeftijd naar Amsterdam waar ze zelfs vijf jaar lang op nog geen vijf minuten lopen van elkaar hebben gewoond. En beiden verwierven grote roem, die wel aan golfbewegingen onderhevig is geweest, maar nooit verdween. Maar juist bij die roem houden de overeenkomsten op. Rembrandt, die nooit verder heeft gereisd dan Leeuwarden, is wereldberoemd. De Ruyter, die de halve wereld heeft afgevaren, geniet alleen nog bekendheid in Nederland. Rembrandt is universeel en zal dat blijven, De Ruyter, hoe interessant ook, zal na dit jaar weer terugtreden in de geschiedenisboeken. En over Rembrandt blijkt telkens iets nieuws te melden. Bij de grote vlootvoogd is dat moeilijker vol te houden.

Vanmiddag opende de koningin in de Jacobskerk van De Ruyters geboortestad Vlissingen het De Ruyterjaar. De toren van diezelfde kerk werd door De Ruyter als kleine deugniet beklommen. Dat is een van de vele verhalen die over hem bekend zijn en die ruim 300 jaar tot het collectieve geheugen van Nederland hebben behoord. Misschien dat ze na dit jaar weer een plaats in onze breinen krijgen want ze zijn onderhoudend en behoren niet tot het rijk der mythen.

Dat die verhalen zo hardnekkig bekend zijn gebleven is te danken aan één man, Gerard Brandt. Deze remonstrantse predikant, die al biografieën van Hooft en Vondel op zijn naam had staan, schreef op verzoek van de kinderen van de admiraal Het leven en bedryf van den Heere Michiel de Ruiter. Deze in 1687 verschenen 1100 pagina’s tellende foliant is een reuzenmonument voor De Ruyter. Brandt baseerde zich grondig op officiële documenten en op ooggetuigen. We lezen over zijn jeugd, zijn tegendraadsheid op school, zijn verveling aan het touwslagerswiel, zijn bravourestukjes en zijn eerste gang naar zee op elfjarige leeftijd.

Brandt volgt hem op de weg naar gestage positieverbetering. De Ruyter diende op koopvaardijschepen in heel Europa, van de Oostzee tot de Middellandse Zee, waar hij geregeld christenslaven vrijkocht. Hij zeilde naar West-Afrika, naar Zuid-Amerika en de Caraïben. Hij voer drie jaar op een walvisvaarder, deed aan kaapvaart en diende bij de admiraliteit van Zeeland. Op 45-jarige leeftijd besloot hij dat het mooi was geweest. Hij was niet onbemiddeld, trouwde voor de derde keer en wilde de rest van zijn leven rentenieren. Wij zouden nooit meer van hem hebben gehoord als er geen oorlog met Engeland had gedreigd. Hij werd gevraagd om opnieuw het land te dienen, en hoewel hij ‘gansch ongeneegen’ was stemde hij toe. Hij stelde niet teleur: Michiel de Ruyter diende 24 jaar en versloeg de Engelsen in drie opeenvolgende oorlogen. Ook tegen Zweedse, Franse vloten en Duinkerker kapers heeft hij succesvol slag geleverd.

Brandt beschrijft die zeeslagen heel precies en laat telkens zien hoe De Ruyter door een combinatie van durf, discipline en strategisch inzicht de overwinning wist te halen. Vriend en vijand waren het erover eens: dit is een groot vakman.

Er wordt nog steeds schande van gesproken dat de admiraliteit in 1675 opnieuw een beroep op hem deed. Deze keer om Spanje te steunen en tegen een oppermachtige Franse vloot te strijden. De Ruyter zelf, erop uitgestuurd met een wrakke vloot, vond dat een bijna onmogelijke taak maar sprak zijn beroemde woorden: ‘de Heeren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden’. De fatale afloop is bekend: bij Messina werd hij zwaar gewond. Een week later overleed hij. Zijn gebalsemde lijk werd het volgende jaar geretourneerd. Hij kreeg een staatsbegrafenis in Amsterdam zoals nog nooit iemand had gehad en waarvoor heel Amsterdam uitliep. Zijn praalgraf met het opschrift Immersi tremor oceani (de schrik der grote oceaan) vormt een van de hoogtepunten van de Nieuwe Kerk.

Gerard Brandt benadrukt keer op keer De Ruyters moed, strategisch inzicht, plichtsbesef en onwankelbaar godsvertrouwen. Je zou het hagiografie kunnen noemen als er niet zoveel bronnen waren die allemaal eendrachtig verwijzen naar de inderdaad grote capaciteiten van de man. Gerard Brandts boek genoot grote populariteit. Het werd talloze malen herdrukt en ook vertaald in het Frans en Duits.

Wie geen zin heeft om de 1100 bladzijden oud-Nederlands te lezen kan goed terecht bij de bewerking van zijn boek door Vibeke Roeper en Remmelt Daalder. De tekst is teruggebracht tot een vijfde van het origineel in modern Nederlands, levendig, een enkele keer plechtstatig, maar aldoor onderhoudend. Brandt spaart ons de verschrikkingen van de oorlog niet. In de Tachtigjarige Oorlog ging het vooral om belegeringen waar hier en daar behoorlijk werd gesneuveld, maar op zee vonden de echte massaslachtingen plaats. Er vochten tientallen zwaarbewapende schepen met elkaar met tienduizenden matrozen en soldaten aan boord, van wie er duizenden stierven: aan flarden geschoten door kogels en schroot, verpletterd door vallend rondhout, als ze al niet gewoon verbrandden of verdronken.

De Ruyter was ontegenzeggelijk een man van importantie en een begenadigd vlootvoogd. Vriend en vijand roemden hem. Hij had gezag, was diplomatiek, niet alleen tegenover buitenlandse hoogwaardigheidbekleders maar ook in de handel, en niet te vergeten bij strubbelingen met zijn collega-vlootvoogden. Hij reorganiseerde de vloot, richtte het korps mariniers op. Hij was bescheiden en wars van roem en eerbewijzen. Hij zou elk interview hebben geweigerd. Na een zeeslag veegde hij zelf met een bezem de rommel in zijn hut bijeen. Hij deed wat hij moest doen en slaagde daar elke keer opnieuw in. Hij had ongelofelijk veel geluk, al schreef hij dat zelf toe aan de Voorzienigheid. Er is eigenlijk niets op hem aan te merken. Hij is een man zonder raadsels. Er wordt wel eens gemopperd op zijn opvliegende aard, maar een goed leider vergeef je dat. Hij heeft duizenden matrozen en soldaten de dood ingejaagd. Tja, dat deed hij allerminst voor zijn plezier en waar mogelijk vermeed hij geweld. En zonder dat bloedvergieten waren de oorlogen verloren. Hij deed aan slavenhandel, zo wordt ook wel geroepen. Dat is niet aangetoond. Wel heeft hij op een tocht naar West-Afrika steunpunten van de West-Indische Compagnie op de Engelsen terugveroverd, waarna de Nederlanders de slavenhandel konden hervatten.

De Ruyter is zonder twijfel een redder van Nederland geweest. Zonder hem zouden de Engelsen er in zijn geslaagd ons land, in casu de handel zwaar te treffen. De Engelsen zouden bij de Vrede van Westminster in 1654 de Republiek een dictaat hebben opgelegd. Als bepalingen kan men denken aan de reductie van de oorlogsvloot, een hoge schatting, controle over, zo niet een sluiting van, de havens van de Zuiderzee, de Maasmond en de Schelde en overgave van de vestigingen overzee. De Gouden Eeuw was dan halverwege roemloos geëindigd. Door de economische recessie zou onvermijdelijk ook de culturele productie tot staan zijn gebracht. Rembrandt, Vermeer en al die anderen hadden dan maar beter een ander vak kunnen kiezen. Dan hadden we geen Rembrandt-, geen Vermeer-, laat staan een De Ruyterjaar gehad.

Zonder Gerard Brandt geen Michiel de Ruyter. Hij zette de toon. Alle biografieën zijn schatplichtig aan Brandt. De geleerde werken evengoed als de volksuitgaven, schoolboeken, jongensboeken, de treurspelen en de lofdichten. Ook het beeld van De Ruyter, zijn brede kop en martiale knevel, vereeuwigd op schilderijen, prenten en penningen heeft daaraan meegewerkt.

Wat is er na Brandt toegevoegd? Om te beginnen de wetenschappelijke uitgaven van vele scheepsjournalen. Ook zijn er studies verschenen die nauwkeurig alle vlootbewegingen van de zeeslagen reconstrueren. Van een legendarische anderhalf jaar durende tocht naar de Middellandse Zee, Afrika en Amerika zijn de journalen in 1961 uitgegeven. Dit werk, De reis van Michiel Adriaanszoon de Ruyter in 1664-1665 is nu herdrukt door Linschoten Vereeniging/Walburg Pers (364 blz. € 34,95). De meest moderne en gedetailleerde biografie Rechterhand van Nederland van Ronald Prud’homme van Reine verscheen in 1996.

Dit jaar is er het ‘officiële gedenkboek’, geschreven door twee eminente kenners van de 17de eeuw, A. Th van Deursen en J.R. Bruijn. De laatste schetst even efficiënt als informatief de maritiem-historische achtergrond van De Ruyters eeuw. Van Deursen graaft meer naar de betekenis van De Ruyter en naar zijn beweegredenen. Hij benadrukt – het zal de kenners van Van Deursens werk niet verbazen – de diepe religieuze achtergrond van De Ruyter. De kracht van het gereformeerde geloof is een fundamenteel motief waarvan Van Deursen terecht opmerkt dat het door onbekendheid in de geschiedschrijving op de achtergrond dreigt te raken. In een aan De Ruyter gewijde aflevering van het Zeeuws Tijdschrift (jaargang 56, no 5/6, 2006) diept W.J. op ’t Hof die religieuze beleving nog verder uit. Hij plaatst De Ruyter in de traditie van het piëtisme, met zijn nadruk op de innerlijke beleving.

Eén boekje werpt nog een bijzonder licht op De Ruyter, Michiel de Ruyter in eigen woorden door L. Koelmans. Deze auteur heeft al eerder gepubliceerd over De Ruyters taalgebruik. Voor deze nieuwe publicatie koos hij fragmenten uit journalen en brieven waardoor we in de Ruyters eigen taal een aantal thema’s uit zijn leven kunnen lezen zoals over het harde en vaak wrede leven aan boord, zijn familiebanden, zijn godsvrucht. Het zijn over het algemeen zakelijke mededelingen, waarbij vooral in de brieven aan zijn vrouw en kinderen een grote genegenheid en bezorgdheid spreekt.

En dan zijn er hier en daar nog wat archiefsprokkelingen. Prud’homme van Reine voegde aan de vijfde druk van zijn biografie zes nieuw gevonden brieven van De Ruyter en van zijn schoonzoon toe, waaruit we nog wat alledaagse zaken leren. De archiefmedewerker van het Zeeuws Archief Ivo de Loo vond nog enkele documenten over zijn kaperactiviteiten, die hij in zijn Kapitein Trouwhand (Zeeuws Archief, 32 blz. € 4,95) behandelt.

Naast deze titels verschenen nog drie algemene boeken. Dirk J. Barreveld schreef als oud-zeeman een uitleggerig boek (ondertitel: De schrik van de grote oceaan) met een lange aanloop vanaf de Middeleeuwen en vele uitweidingen (Mabuhay, 364 blz. € 19,99). Het boek van de geroutineerde biograaf J.J.Kikkert daarentegen (Michiel Adriaenszoon de Ruyter, Bestevaer 1607-1676, Aspekt, 128 blz. €16,95) is vlot geschreven en beknopter. De wereld van Michiel de Ruyter van Veronica Frenks (Walburg Pers, 96 blz. € 19,95) is een algemene geschiedenis van Zeeland in De Ruyters tijd, met aandacht voor economie, politiek en cultuur, hoewel de grote vlootvoogd nooit op enige culturele belangstelling te betrappen viel. Het begeleidt een tentoonstelling in het Zeeuws Maritiem Museum in Vlissingen.

Deze drie laatste boeken zijn gebaseerd op de bestaande literatuur en bieden niets nieuws. De publicaties van dit jaar wijzigen het beeld van De Ruyter niet. Het is interessant om over een onbetwistbaar groot man te lezen en nog eens te reflecteren op de geschiedenis van het eigen land. Maar het blijft merkwaardig om, zoals dit herdenkingsjaar wil, De Ruyter als een groot voorbeeld te zien, als rolmodel. Voor wie en hoe dan? Charismatische vlootvoogden hebben we niet meer; het robuuste optreden van een halve diplomaat als De Ruyter is niet meer van deze tijd. Een metaforische parallel met de sportwereld is mogelijk. De Ruyter was een inspirerende coach, technisch directeur, midvoor en keeper tegelijk. Maar oorlog was geen sport. Waar komt deze eenjarige cursus heldenverering vandaan, die met een curieuze omweg nog wat multiculturele saus krijgt toegediend (Op De Ruyters vloot dienden vele buitenlanders en hoewel hij gevangen Moorse kapers de kop liet afhakken, handelde hij onbekommerd met hun geloofsgenoten aan de wal)?

De hele herdenking is in feite een herhalingsoefening. In 1907 en in 1957 werd De Ruyter ook grootscheeps herdacht; ook toen muziekkorpsen, de koningin en veel vaderland. De merchandising beperkte zich toen nog maar tot De Ruyterwafels, borden en theelepeltjes, terwijl de activiteiten dit jaar worden gesteund door een hele reeks bedrijven en banken. De Ruyter – en daarmee ons verleden in het algemeen – wordt ingezet voor commercie en het vrije ondernemerschap. Als hij al een rolmodel is, dan toch in de eerste plaats voor de man die nu aan het roer van Nederland staat, iemand die dezelfde, al drie eeuwen uitgedragen deugden voorstaat als Michiel de Ruyter: godsvrucht, ijver, plichtsbetrachting. Iemand die oproept tot samenwerking en trots is op zijn vaderland. Die ander is niet toevallig ook een Zeeuw. Van Biezelinge naar Vlissingen is het hemelsbreed maar 25 kilometer.

Nog meer De Ruyter: - Gerardt Brandt: Het leven en bedryf van den Heere Michiel de Ruiter. Facsimile van de eerste druk. Van Wijnen, 1100 blz. € 249,50 (tot 31 december 2007, daarna € 299,50) Verschijnt dit najaar.- Adri van Vliet: ‘Een vriendelijcke groetenisse’. Brieven van het thuisfront aan De Ruyter (1664-1665). Van Wijnen, 350 blz. € 49,50 (verschijnt in april).-Uitgeverij Nieuw Amsterdam brengt een DVD uit over het leven van De Ruyter (€ 14,95).