Europa sluit weer zijn ogen bij nieuwe wapenwedloop

De raketten zijn weer terug, schreef deze krant. Men zou ook kunnen zeggen: ze zijn nooit weggeweest. Maar in het publieke discours hebben zij sinds het einde van de Koude Oorlog geen rol van betekenis meer gespeeld. Op een betrekkelijk korte periode na, waarin de toen pas als president aangetreden Chirac een serie atoomproeven liet houden, zogezegd om de duurzaamheid van Frankrijks strategische wapens te testen. Dat leidde tot enig internationaal rumoer, maar de protesten verstilden toen duidelijk werd dat Chirac zich aan zijn woord hield en het bij deze serie zou laten.

Inmiddels is een nieuwe fase aangebroken waarin op verschillende plaatsen in de wereld gewerkt wordt aan nucleaire nieuwbouw.

Aanleiding tot de beschouwing over raketten was het Amerikaanse voornemen in Polen en Tsjechië om een rakettenschild op te richten, radar in Tsjechië en onderscheppingsraketten in Polen. Dit voornemen leidt tot de nodige onrust in Duitsland dat dreigt opnieuw in de vuurlinie tussen Oost en West te geraken.

Amerikanen mogen nog zo vaak verzekeren dat die paar raketten in Polen er alleen maar komen om aanvallen vanuit Iran of andere schurkenstaten op te vangen, woedende Russische reacties bezorgen de Duitsers toch anticiperend kippenvel. Een Russische generaal kondigde zelfs al preventieve actie aan tegen lanceerplaatsen en radar. President Poetin zegt niet uit te sluiten dat zijn land eenzijdig het verdrag opzegt waarbij atoomwapens voor de middellange afstand, destijds gestationeerd in Midden- en West-Europa, werden opgegeven – per implicatie een aankondiging van een hernieuwde wapenwedloop.

Maar er is meer. Niet alleen heeft premier Blair belangstelling getoond voor plaatsing van een rakettenschild in Groot-Brittannië, ook is het Lagerhuis akkoord gegaan met vervanging van de strategische onderzeeërs door een nieuwe klasse schepen, een project waarvan de voorbereiding en uitvoering vele jaren zal vergen. Ondanks een woedende rebellie in de Labourgelederen zet Blair met steun van de oppositie zijn plannen door. Vlak voor zijn aftreden heeft hij kennelijk gemeend dat zijn regering dit aan de veiligheid van het Britse volk verplicht was.

Beide projecten worden verwezenlijkt buiten elke internationale institutionele samenwerking om. Noch de NAVO noch de Europese Unie, twee instellingen die als beheersinstituut in aanmerking zouden komen, heeft een stem in het kapittel. Dat is op zichzelf geen nieuws. In de Koude Oorlog bleef de beslissingsmacht over de nucleaire bewapening van de drie westerse atoommogendheden eveneens buiten de NAVO en buiten de Europese samenwerking. Hooguit was er sprake van consultaties binnen de zogeheten Eurogroep.

Bovendien waren er bilaterale overeenkomsten tussen Amerika en beide Europese kernmachten. Twijfel was en is gerechtvaardigd aan de onafhankelijkheid van de laatste twee, in het bijzonder van de Britse: kernkoppen en onderzeeërs zijn weliswaar van Britse, maar de intercontinentale Tridentraketten op de onderzeevloot zijn van Amerikaanse makelij.

Wat tijdens de Koude Oorlog als normaal werd beschouwd, behoeft in het tegenwoordige tijdgewricht niet meer als vanzelfsprekend te gelden. Was er toen sprake van een Amerikaanse garantie voor West-Europa, die niet viel weg te denken uit het strategisch evenwicht van de wederzijdse afschrikking, er is geen enkele reden om zo een spookgestalte opnieuw op te roepen – hoewel velen met behoefte aan een vijandbeeld graag doen alsof alles bij het oude is gebleven.

Voor alle duidelijkheid: de Russische Federatie is níet de Sovjet-Unie. De Federatie heeft na het uiteenvallen van de Unie en met instemming van de andere permanente leden de zetel van de USSR in de VN-Veiligheidsraad overgenomen alsmede de status van atoommacht, als zodanig partij bij alle toen bestaande internationale wapenbeheersingsverdragen (terwijl alle andere republieken die uit de Unie voortkwamen hun kernwapens hebben ingeleverd). Dat was niet meer dan de praktische, volkenrechtelijke bevestiging van een feitelijk bestaande toestand. Van de ideologisch bevlogen dreiging die van de Sovjet-Unie uitging, was en is geen sprake meer. Rusland is een regionale grootmacht, die aan beide zijden van zijn immense grondgebied raakt aan de invloedsferen van twee zelfverzekerde gelijken en daarmee zo zijn problemen heeft.

Rusland is de Sovjet-Unie niet, maar dat wil niet zeggen dat de onderlinge verhoudingen zich al hebben vastgezet. Juist de dynamiek van de nieuwe toestand maakt zorgvuldig gecoördineerd opereren noodzakelijk in ongelimiteerde consultatie met alle betrokkenen. Daarin passen niet buiten de publiciteit om op touw gezette samenwerkingsverbanden, waarvan derden wel de gevolgen moeten ondergaan, maar waarover zij geen enkele zeggenschap hebben. De Amerikanen houden vol dat zij niemand hebben verrast, ook de Russen niet, maar zij hebben de neiging begrippen als consultatie en instructie met elkaar te verwarren. (Overigens zouden tweezijdige, onderhandse afspraken over energieleveranties, gezien de strategische gevoeligheid ervan, evenzeer buiten de voor allen acceptabele orde dienen te zijn.)

Er is dus geen nieuwe Koude Oorlog ophanden, zoals sommigen na een bitse toespraak van president Poetin meenden te kunnen concluderen. Wel is het rakettenschild dat hij kritiseerde, een provocatie, ook al is het zo waarschijnlijk niet bedoeld. Er is alle reden voor de betrokken landen om snel een paar passen terug te doen en de simpele aannames waarop de plannen zijn gebaseerd, nog eens onder de loep te leggen en tenminste geen voldongen feiten te scheppen.

De tijd dat Europa zijn verzekeringspolis in een Washingtonse kluis had liggen en daarmee kon leven, is voorbij. Het moet, 62 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, nu eens eindelijk verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen veiligheid en daarnaar handelen. In plaats van een schild op te richten zouden we een waterscheiding moeten oversteken.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.