Erin & Dieuwertje

Vrienden – je kunt met ze voetballen en springtouwen. Je kunt ze geheimen vertellen en ruzie met ze maken. In deze serie vertellen vrienden waarom ze vrienden zijn.

Vrienden Erin & Dieuwertje foto Roos Ouwehand Ouwehand, Roos

Erin (5)

Vroeger zaten we samen op de crèche en nu zitten we in dezelfde klas. We wonen heel dicht bij elkaar en zitten ook samen op zwemles. Zij zit wel in een ander badje, want ze kan het al veel beter. Dan mis ik haar soms. Dieuwertje en ik hadden een keer ruzie op weg naar zwemles, maar toen heb ik haar op de terugweg in de auto de helft van mijn pepernoten gegeven. Anders was het ook niet eerlijk.

Meestal zijn we bij mij, omdat ik heel veel speelgoed heb. We spelen dat we prinsessen zijn of soms Sinterklaas-optochtje. In het nep. Dan doen we alsof we achter het hekje staan en dat ’ie er aankomt. Mijn broertje speelt het zwarte pietje. Dieuwertje was een beetje bang voor Sinterklaas. Ik niet. Ze wou hem ook niet vertellen wat ze goed kon. Ik hou van dansen en zingen, maar ik weet niet meer wat er over mij in het grote boek stond.

Soms krijgen we ruzie, want zij wil ook altijd de rode jurk aan. Dat is de mooiste. Die heeft allemaal rode rondjes en hier een band en mouwen tot hier en van achter een rits. We spelen dat we veel baby’s krijgen en dat we lekker voor de baby’s gaan zorgen.

Op school heb ik nog een vriendin, maar die maakte er een beetje een potje van. Die wilde mijn vriendin zijn en toen weer niet en toen weer wel en toen weer niet. Ik heb ook een vriendinnetje dat niet bij mij wil spelen, want ze is bang voor Sharon, mijn oppas. Dieuwertje is niet bang voor mensen met een andere kleur, want Sharon is bruin.

Ik vind Dieuwertje lief. Ik bel vaker bij haar aan of ze wil komen spelen, dan zij bij mij.

Dieuwertje (5)

We spelen vaak dat zij koningin is en ik prinses. Zij is getrouwd met Sinterklaas en verhuisd naar Spanje en de kindjes die ze hebben gekregen zijn de pietjes. Omdat wij elkaar kennen komen ze me dan ophalen en dan mag ik helemaal alleen een ritje op de stoomboot maken, voordat alle andere kinderen komen.

Erin en ik zitten samen op zwemles maar ik zit in een andere groep, want ik kan het al veel beter. We hebben ook wel ’ns ruzie, daar vertel ik liever niet over.

Als ik groot ben wil ik dierenarts worden of archeoloog. Dan ga ik alle schatten zoeken die piraten hebben begraven en dan ga ik die aan arme landen geven.

Vriendschap is dat je vrienden bent en dat je bijna niet meer afscheid kunt nemen. Ik wil graag op ballet net als Erin, maar dat mag niet van mijn ouders want het is ver weg. Helemaal in de stad. Ik zit op voetbal. Dat duurt lekker kort. School duurt altijd lang en van zwemmen word ik moe. Er zit maar één ander meisje in het team. Dat is jammer – meisjes hebben meer ideeën over hoe ze moeten voetballen en scoren beter.

Erin moest naar het ziekenhuis want ze had slechte kiesjes. Nu heeft ze kinderkroontjes. Ze heeft een speelkamer vol met speelgoed. Ze is een beetje wél mijn vriendin en een beetje niet mijn vriendin. Als ik over ruzie praat word ik verdrietig. Mijn moeder zegt altijd: als je over leuke dingen praat, ben je de hele dag vrolijk.

Mail kinderpagina@nrc.nl als jij en je vriend(in) ook willen vertellen waarom jullie vrienden zijn.