Een curriculum van asfalt

Alessandro Baricco: Dit verhaal. Vertaald door Manon Smits.De Bezige Bij, 271 blz. €18,90

De Turijnse schrijver Alessandro Baricco houdt van personages die het leven op haast heimelijke wijze te lijf gaan met hemelbestormende plannen en met vertederende, onconventionele pogingen om een onverzoenlijke werkelijkheid te herordenen. Die voorliefde vertaalt zich bij hem ook in zijn houding de literatuur als proefterrein te beschouwen, waar naar hartenlust wordt gesjord aan compositie, stijl en vertelperspectief.

Zoals Radiohead heeft bewezen dat eigenzinnige, semi-experimentele popmuziek een miljoenenpubliek kan trekken, zo toonde Baricco met romans als Oceaan van een zee, Land van glas en Zijde aan dat literaire fictie met een vermetele vorm niet alleen critici maar ook een grote lezersschare kan bekoren. Met Zonder bloed, een bloedeloze novelle, leek Baricco echter het spoor volkomen bijster te zijn. Goddank blijkt de opvolger, Dit verhaal, weer te getuigen van driest vertelplezier en tomeloze verbeeldingskracht. Misschien is het ook wel Baricco’s meest ambitieuze roman. Niet alleen koppelt hij een bizarre liefdesgeschiedenis à la Zijde aan de wederwaardigheden van bevlogen dromers zoals we die uit zijn debuutroman Land van glas kennen, ook verstout hij zich bepaalde dramatische episodes uit de 20ste eeuw bloot te leggen, zoals de gebeurtenissen aan het Italiaanse front bij Caporetto aan het eind van de Eerste Wereldoorlog.

Dit verhaal bestaat uit zeven delen en overspant de periode 1903-1969. Elk deel heeft een eigen verteller en een eigen signatuur, die tezamen het indrukwekkende bereik van Baricco demonstreren. Zo wordt in de ouverture afwisselend subjectief, imperatief en neutraal verslag gedaan van een dramatische autorace over de onverharde wegen van Frankrijk. De verteltrant heeft evenveel vaart en net zo’n explosief ritme als dat wat beschreven wordt.

Na dit met verrassende close-ups doorsneden weidse spektakel wordt in een volgend deel ingezoomd op de jeugd van Ultimo Parri, de eerste en laatste zoon van een boer die besluit zijn melkkoeien te verkopen ten faveure van een ongewis bestaan als automonteur en mécanicien aan het begin van de 20ste eeuw. Baricco beteugelt hier zoveel mogelijk zijn dartele stijl om ruim baan te geven aan balsturige maar sympathieke personages die tegen alle logica en verstand in handelen. Ultimo, zijn vader en een adellijke autocoureur zijn begiftigd met eenzelfde bravoure, branie en fantasie als bijvoorbeeld de helden uit Tommy Wieringa’s succesroman Joe Speedboot aan de dag leggen.

In het derde deel is de verteller de vader van Ultimo’s kapitein, die in 1917 werd gefusilleerd vanwege desertie. Hier pakt Baricco uit met een epische vertelwijze. De bladspiegel is geheel gevuld met lange, kronkelende zinnen, afwisselend plastisch en beschouwend van aard. De loopgravenoorlog bij Caporetto en de daaropvolgende groteske aftocht van de Italiaanse troepen wordt meesterlijk verbeeld als ‘een absurde reis naar de aars van het kwaad’, waarbij tevens wordt verwijld bij allerlei strategische speculaties, die herinneren aan de krijgskundige verhandelingen die Gianni Riotta ten beste gaf in zijn roman Prins van de wolken. Op overtuigende en aangrijpende wijze laat Baricco zien hoe in de Eerste Wereldoorlog de ‘grammatica van het carnaval’ botste met en tegelijkertijd voortvloeide uit de ‘grammatica van de oorlog’: aan de ene kant volstrekte verwildering, aan de andere kant ijselijke berekening.

Geheel anders van toon, intimistisch en fragmentarisch, is het dagboek van de Russische prinses Elizaveta Seller, die in 1923 als pianolerares met een vijftal piano’s en chauffeur-reparateur Ultimo door de VS reist in dienst van Steinway & Sons. De korte, soms abrupt afbrekende zinnen contrasteren op hun beurt met de burleske cirkelredeneringen en mantra-achtige herhalingen waarmee we in het vijfde deel worden geconfronteerd. Hier is de achterlijke broer van Ultimo aan het woord, wiens door eigenzinnige interpunctie gemarkeerde dwanggedachten doen denken aan Molloy van Beckett of aan de koortsachtige monoloog van Benjy in Faulkners The Sound and the Fury.

Al die echo’s uit de wereldliteratuur die in Dit verhaal doorklinken, weerspreken overigens niet Baricco’s originaliteit, maar zijn veeleer getuigschriften van zijn hoogst wendbare stijl. Nergens krijgen de rijk geschakeerde vertelprocedés bovendien een gratuit karakter, ze spannen op uiterst effectieve wijze samen met hetgeen verhaald wordt. Zoals in Land van glas de eerste treinen en hun pioniers worden belicht, zo zijn het in Dit verhaal de eerste automobielen (‘buitenproportionele sieraden voor mannen’ en tegelijk ‘moordwapens’) en hun dienaren die door Baricco worden bezongen als vaandeldragers van een nieuwe tijd.

Meer nog dan van raceauto’s houdt Ultimo, de held van het verhaal, van wegen, die voor hem een hogere orde en een schoonheid vertegenwoordigen waarin hij vlucht om niet te worden besmet door de stuurloosheid van het leven. Gefascineerd door de zuivere lijn en met een onfeilbaar instinct voor het samenvatten van de ruimte tot een ‘distillaat van een geometrische wijsheid’ droomt hij ervan een weg aan te leggen zoals nog nooit iemand er een bedacht heeft. Maar eenmaal gekatapulteerd in de Eerste Wereldoorlog kan hij alleen in de loopgraven nog een bepaald vormenschema ontwaren, voor het overige voelt hij zich omringd door ‘onleesbare mist’. Pas wanneer hij als krijgsgevangene een landingsbaan moet onderhouden weet hij weer waarvoor hij geboren is: een circuit ontwerpen, ‘ver van alle imperfectie’, zijn curriculum van asfalt, een autobiografie bestaande uit achttien bochten. Pas vlak na de Tweede Wereldoorlog slaagt hij erin deze ode aan een ‘milde, rechtvaardige orde’ gestalte te geven in een moerasgebied in Engeland.

Hoewel in zichzelf gekeerd en lelijk beschikt Ultimo over een zogeheten ‘gouden schaduw’, waardoor hij meteen opvalt als hij ergens binnenkomt. ‘Hij zou de wereld weer in elkaar zetten, telkens als wij hem kapot hadden gemaakt, en met hem zou het mogelijk zijn geweest om onszelf te zijn’, zegt Elizaveta Seller, de tweede hoofdpersoon van Dit verhaal. Dit inzicht openbaart zich echter pas aan haar als Ultimo spoorloos verdwenen is en de liefde die Elizaveta voor hem voelt niet meer geconsumeerd kan worden. Evenzeer als Ultimo is de door de Russische Revolutie verdreven prinses Elizaveta een verstekeling aan boord van de geschiedenis. Haar manier om het chaotische leven naar haar hand te zetten is om de werkelijkheid te verpulveren met een perverse fantasie. Het is haar missie om zich te wreken, eerst in gedachten en later door als vermogende weduwe buitenissige verlangens te bevredigen.

Ultimo wordt verliefd op haar omdat ze een boosaardig meisje is, ‘zo’n weg vol onzinnige bochten [...] waarop mensen zich doodrijden’. Net als in Baricco’s bekendste roman Zijde blijft de liefde echter een luchtkasteel waaraan door beide betrokkenen driftig wordt gebouwd, nu eens door de een, dan weer door de ander, zonder dat het ooit tot een daadwerkelijke inzegening komt. De volharding van de hartstocht en de vindingrijkheid waarmee de geliefden in spe die bevruchten, fonkelen net zo als de minnebrand in Márquez’ Liefde in tijden van cholera. De finale die Baricco bedacht heeft voor Elizaveta en Ultimo is ronduit briljant. Als een onnavolgbare illusionist slaagt hij erin hun levens te doen samenvloeien terwijl ze tegelijkertijd ver van elkaar verwijderd zijn, en met open mond zien we toe hoe verschillende plotlijnen zich wederom in deze roman ontvouwen als sierlijk kruisende wegen. Gaat dat zien!