Duikelaar

Lang geleden las ik een verhaal over een violist die psychologische hulp nodig had. Elke keer als hij voor een volle zaal stond te spelen, helemaal in trance, kreeg hij een geweldige jeuk aan zijn kin. Gek werd hij er van. Voetballers kunnen krabben zoveel ze willen, een violist niet. Pas na regelmatig bezoek aan een zielenknijper lukte het de violist om zijn dwangmatige oprispingen – want dat waren het natuurlijk – te onderdrukken.

Arjen Robben doet mij steeds vaker aan die violist denken. Hij wil het niet, dat aanstellerige vallen, het gaat vanzelf. De schoen van een verdediger komt zijn kant op en voordat de snelle dribbelaar uit Bedum weet wat er aan de hand is, zweeft hij door het luchtruim en valt met een misplaatste schreeuw ter aarde.

Kijk goed naar zijn eigen reactie als hij weer eens naar de grond is gedoken in een vijandelijk strafschopgebied. Dat valt overigens niet mee, eerder lopen de woedende reacties van tegenstanders, toeschouwers en (steeds vaker) scheidsrechters in het oog. Probeer het toch. Je ziet verbijstering, zo niet zelfhaat. Hij is het veld ingelopen met het vaste voornemen vandaag te blijven staan, en nu zit hij daar weer op het gras te doen alsof iemand hem een rotschop heeft gegeven. Een watje is hij, een juffie in een sport voor mannen. Dat wil hij niet, ik weet het zeker. Hij praat er eerlijk over. (Opvallend voor een voetballer; zou hij stiekem al in therapie zijn?) Een jaar geleden beloofde hij beterschap. Nee, in het nieuwe seizoen zou hij het niet meer doen. Het diven was voorbij, voorspelde hij in de Engelse pers. Maar mooi dat de linksbenige aanvaller van Chelsea dook dat het een aard had. „Ik moet daarmee ophouden”, hoorde ik hem laatst zeggen, „het slaat nergens op”. Zijn blik stond op schuldig, en ik geloofde hem. Een week later dook hij opnieuw.

Ik denk: Arjen Robben is bang. Zijn lichaam, waaruit hij meeslepende passeerbewegingen kan toveren, is kwetsbaar. Pas 23 en bij elkaar opgeteld toch al gauw twee jaar geblesseerd geweest. De Groningse Godenzoon wil voetballen, niet voor de zoveelste keer hinkend naar de kant. Laat die verdedigers eens ophouden met hem pijn te doen. Daar komen ze alweer, en hup, de voeten van Robben zetten zich af van de grond – dwangmatig als de jeuk van een violist.

Welke Robben zien we morgen, in de Kuip tegen Roemenië? Misschien wel de Robben van de vorige Nederland-Roemenië, juni 2005. Behendig, bruisend, scorend. Of de angsthazige duikelaar? Ook namens Oranje oogstte hij geel voor schwalbes. Robben die naar zijn hoofd grijpt na een zoveelste zweefduik: misschien is het geen straf die hij verdient, maar hulp.