De omslag van museum naar ‘caféum’

De ruzies in de museumwereld volgen elkaar snel op. De oorzaak kan gezocht worden in aanpassing aan een nieuw, commerciëler tijdperk.

rotterdam, 23 maart. - En weer is er ruzie. Krap een week nadat directeur Pauline Terreehorst van het Centraal Museum in Utrecht een motie van wantrouwen van haar personeel overleefde, dienen de volgende crises zich aan; bij museum De Beyerd in Breda en het Rotterdamse Wereldmuseum.

De problemen zijn eender. In de musea klagen de medewerkers over de managementkwaliteiten van hun leiders (zie kader). In Breda verdween vormgever Anthon Beeke, in Utrecht stapten zeven medewerkers op.

Nederlandse musea staan voor grote veranderingen. Lang hebben ze hun gang kunnen gaan, op artistiek en financieel vlak; ze kregen subsidie zonder veel bemoeienis van buitenaf.

Die tijden veranderen. De overheid wil niet langer als geldloket fungeren. De pogingen van de Mondriaanstichting, een overheidsfonds dat subsidie verstrekt, om via het organiseren van eigen tentoonstellingen en een prijsvraag de musea te forceren een multiculturelere koers te varen, is slechts één voorbeeld.

De musea bieden weerstand – dat bleek wel uit de felle brief die de directeuren van de zeven grote musea voor moderne kunst eind vorig jaar naar de Mondriaanstichting stuurden. Zij beschuldigden het fonds van verregaande betutteling.

Voor de gemeentelijke musea geldt ook dat ze steeds vaker hun eigen broek op moeten houden. Veel lokale overheden willen dat hun gemeentemuseum verzelfstandigt. De Beyerd moet volgend voorjaar zijn verzelfstandigd. Het Centraal Museum werd in januari „op afstand gesteld”, het Wereldmuseum in Rotterdam vorig jaar.

Om de zelfstandige koers uit te zetten, stellen de gemeenten zakelijke directeuren aan voor wie commercie geen vies woord is. Zo moet het Wereldmuseum niet alleen kunst, maar ook een restaurant, een reisbureau en een businessclub gaan herbergen.

Bij de mensen die soms al tien of twintig jaar in de musea werken, valt die omslag niet altijd goed. Daar kunnen, aldus de Bredase wethouder van cultuur van GroenLinks, Wilbert Willems, „oud en nieuw met elkaar botsen”. Het personeel vreest ook simpelweg voor zijn baan – en niet geheel ten onrechte.

Wethouder Willems: „Het culturele ondernemerschap in de gemeentemusea is vaak niet goed ontwikkeld. Dat was ook lang niet nodig; musea hoefden hun eigen broek niet op te halen, ze konden altijd terug vallen op de gemeente.” Maar, zoals gezegd, die tijden zijn voorbij.

Zie voor eerdere artikelen over de problemen in de museumwereld www.nrc.nl/museumproblemen