‘De gevangenen eten wat wij eten’

In de laatste aflevering van zijn reportages uit Guantánamo Bay ziet Arnon Grunberg wat de gevangenen eten en barbecuet hij met hun advocaten, maar met de gevangenen praten mag hij niet. „De vraag blijft of wraak strafrechtelijk geoorloofd is.”

De eerste dag in de gevangeniskampen van Guantánamo Bay (Gitmo) wordt afgesloten met een bezoek aan de keukens. Mevrouw Sam, een vriendelijke, Aziatische dame van middelbare leeftijd is verantwoordelijk voor het eten.

„De gevangenen krijgen vijfduizend calorieën per dag”, vertelt mevrouw Sam.

„Is dat niet een beetje veel?” vraagt de collega van The Daily Telegraph.

Mevrouw Sam antwoordt: „Ze hebben honger. Ze doen de hele dag niets anders dan zitten en eten, eten en zitten.”

Voor we daadwerkelijk de keukens binnengaan, krijgen we papieren hoedjes uitgereikt die tot meligheid bij de journalisten leiden.

Mevrouw Sam zegt: „Zij eten wat wij eten.”

Iets wat ze als een mantra zal blijven herhalen.

We lopen langs de voorraadkamers. „Ze houden erg van knoflook”, zegt mevrouw Sam, terwijl ze ons de voorraden knoflook toont.

Tenslotte worden we meegenomen naar een tafel waarop de verschillende maaltijden waaruit de gevangenen kunnen kiezen zijn uitgestald. Vegetarisch, vis, maaltijden voor gevangen die niet goed kunnen kauwen, alles geserveerd op schuimplastic bordjes. Op elk bord ligt een klef broodje.

„Proef”, zegt mevrouw Sam. „Hier zijn ze dol op.” We krijgen een plastic vork en alleen al uit beleefdheid proeven we. Damien van de Telegraph geef zijn vorkje terug als hij hoort dat het lievelingsgerecht van de gevangenen met pindakaas is bereid.

„Ik houd niet van peanut butter”, zegt hij.

We mogen nog in de koelkamers kijken en opnieuw verklaart mevrouw Sam: „Zij eten wat wij eten.”

Al heb ik in de kantine voor militairen ander voedsel aangetroffen dan de maaltijden waarvan wij net mochten proeven. Terwijl we naar de uitgang worden begeleid zien we de maaltijden die voor de media waren uitgestald in een vuilniszak verdwijnen.

’s Avonds barbecue ik met

de advocaten van de gevangenen en de tolken van de advocaten.

Enkele grote advocatenkantoren, bijvoorbeeld Allen & Overy, hebben cliënten op Guantánamo Bay. Hoewel het juridisch proces momenteel stilligt. Pogingen om rechters te bewegen tot interventie zijn gestrand.

Mijn indruk is dat Allen & Overy ook uit marketingtechnische overwegingen besloten heeft gevangenen op Gitmo als cliënt aan te nemen.

De meeste van de advocaten zijn jong en wekken de indruk de regelmatige reizen naar Gitmo als een aangenaam uitje te beschouwen.

„We mogen bijna niets voor de gevangene meenemen”, zegt een advocate van Allen & Owery, „maar wel eten. Ik kom hier altijd met Jemenitisch voedsel. Dat is dan groot feest.”

Zachary Katznelson van Reprieve is iets ouder dan de meeste van zijn collega’s en maakt misschien daarom een wat vermoeidere indruk. Hij vertelt hoe moeilijk het was het vertrouwen van de gevangenen te winnen. In de eerste plaats omdat ondervragers zich hebben voorgedaan als advocaten, in de tweede plaats omdat hij joods is.

„Stuur maar een mail”, zegt hij, „dan zal ik je meer vertellen.” Ik zal hem een mail sturen, maar die mail zal nooit worden beantwoord.

Zo met de advocaten rond de barbecue heeft Gitmo bijna iets gezelligs.

Dag twee op Gitmo is aanvankelijk vooral toeristisch van aard.

We bezoeken de grens met Cuba en worden rondgeleid door Camp X-Ray, het eerste, provisorische kamp voor de gevangenen. Het is tegenwoordig overwoekerd met planten en gras, maar mag op last van het Amerikaanse Hooggerechtshof niet worden afgebroken zolang de beschuldigingen dat hier gefolterd werd niet zijn opgehelderd.

Onze begeleiders reiken zonnebrandcrème en antimuggenmiddel uit.

Het kamp lijkt op een lege dierentuin in verval. Op de deur van de ziekenboeg staat geturfd hoeveel gevangenen er zijn binnengebracht.

„Velen waren ziek toen ze hier kwamen”, zegt staff sergeant Scott.

We lopen naar de barakken waar de eerste verhoren hebben plaatsgevonden. Als ik even de barak verlaat, klinkt de snerpende stem van staff sergeant Scott: „Arnon, wil je alsjeblieft hier blijven.”

Zijn gezicht is rood van opwinding. Dan kalmeert hij. „Ik wil niet dat iemand zich verwondt. De barakken zijn nogal gammel, dat is alles.”

Ik vraag me af wat ik hier zou kunnen zien wat niet gezien mag worden. Lege barakken zijn lege barakken.

Tijdens de lunch voegt luitenant John uit Hawaï zich bij ons. Zijn hele bataljon werd voor deze operatie gemobiliseerd. Hij houdt van vissen. Daarom zit hij wel goed op Gitmo.

In het dagelijks leven

is luitenant John huwelijksfotograaf.

„Als ik in een restaurant plaatsneem”, zegt hij, „ga ik altijd met mijn rug tegen de muur zitten, zodat ik alles kan overzien. Je weet maar nooit.”

Na de lunch ontmoeten we kapitein Gary Haben die voor verantwoordelijk is voor de Combatant Status Review Tribunals en Administrative Review Boards. Bij gebrek aan processen moeten deze hoorzittingen bepalen of de gevangene een enemy combatant is.

De gevangene heeft geen advocaat maar iemand uit het leger kan hem bijstaan. In theorie kan de gevangene getuigen oproepen maar in praktijk is nog nooit een getuige van buiten Gitmo op een van de hoorzittingen verschenen. „Hoe kunnen we iemand in Kabul vinden?” vraagt kapitein Haben.

Ieder jaar opnieuw beoordeelt de Administrative Review Board of de gevangene terecht gevangen zit. De geestelijke gezondheid van de gevangene speelt bij die beoordeling geen rol. „Het gaat erom wat hij buiten het kamp heeft gedaan”, zegt Haben.

De bewijslast tegen hem mag de gevangene alleen inzien voor zover die unclassified is.

„Kan informatie verkregen door middel van foltering tegen de gevangene worden gebruikt?” informeer ik.

„Er is geen foltering hier”, zegt kapitein Haben. „Dat zijn mythes van de buitenwereld. Net als die mythes dat er hier gevangenen zijn van wie nooit meer iemand iets heeft gehoord.”

Veel van wat afschuw wekt op Gitmo is standaardbehandeling in zwaarbewaakte gevangenissen. Sommige zaken op Gitmo zijn zelfs beter. Vergeleken met een zwaarbeveiligde gevangenis in Polen die ik onlangs bezocht, leek mij de keuken op Gitmo hygiënischer en het voedsel smakelijker. De kans op verkrachting door medegevangenen in Gitmo is laag, wat helaas van veel andere Amerikaanse en Europese gevangenissen niet kan worden gezegd.

Het is waar dat de gevangenen op Gitmo vastzitten zonder vorm van proces. Talloze gevangenen elders, en niet alleen zij die van terrorisme worden verdacht, hebben een proces gekregen dat die naam niet verdient.

Ik mocht niet

met de gevangenen spreken. Hoewel de conventie van Genève dat niet uitdrukkelijk verbiedt, zoals de Amerikanen dat aan het begin van mijn bezoek hebben gesteld.

Voor deze rubriek heb ik tevergeefs contact gezocht met een beroemde gevangene in Nederland, Volkert van der G., maar Justitie meende dat een interview met deze gevangene voor maatschappelijke onrust zou zorgen.

Guantánamo Bay kan niet gelijk worden gesteld aan een Nederlandse strafinrichting, maar niets – en dat lijkt soms vergeten te worden – van wat op Guantánamo Bay gebeurt, gebeurt alleen daar. Wat Gitmo werkelijk uniek maakt is het feit dat er zoveel journalisten komen.

De vraag blijft hoe en hoelang wij mensen opsluiten voor wie wij menen dat er geen plaats is in onze maatschappij. De vraag blijft of wraak strafrechtelijk geoorloofd is.

Als hier geen discussie over plaatsvindt is Guantánamo Bay het zoveelste voorbeeld van selectieve verontwaardiging. Nee, selectieve verontwaardiging is een term uit het verleden. Selectieve onverschilligheid.

Lees eerdere afleveringen op www.nrc.nl/kunst