De betekeniskant

Moet een vertaler alles kunnen vertalen? Kunnen niet, maar moeten vaak wel. Onder het zichtbare topje van de Vertaliaanse boterberg bevindt zich een hele ijsberg aan anonieme letterslaven, zwoegers en zweters. Vertalers van handleidingen voor explosieveilige vorkheftrucks, vakliteratuur over kunstmatige inseminatie bij reuzebekhaaien, haakcursussen, reisgidsen over Paaseiland en politieke notulen. Degene die voor de Europese toren van Babel de toespraken en beleidsnota’s van onze premier moest vertalen, merkte op dat het er bij het vertalen van die teksten niet om ging wat er gezegd werd, maar om wat er verzwegen werd. Hij moest de tekst die van zichzelf al betekenisloos was ontleden en begrijpen, en er vervolgens voor zorgen dat er weer betekenisloos Frans voor terugkwam. Geen kattepis, of zoals de Fransen zeggen: Pas de pissat de chat!

Met ditzelfde probleem worstelde de Engelse vertaler die voor een editie van Poetry International een paar gedichten van Anna Enquist moest omzetten in het Engels.

De dichteres zelf was zeer teleurgesteld over het resultaat. Toen ze haar gedichten in het Engels vertaald terugzag, schrok ze zich een hoedje. Alleen ‘de betekeniskant’ van haar poëzie was overgebleven, omdat al haar ‘klanken en klankverwantschappen’ in het afvoerputje van de vertaling waren verdwenen. De afwezigheid van betekenis bleek in het Engels nog veel sterker naar voren te komen dan in het oorspronkelijke Nederlands. Daar viel het door de klanken en klankverwantschappen kennelijk niet zo op dat er eigenlijk niet zo veel stond. Haal de kerstversiering eraf en je houdt een kale boom over. Neem bijvoorbeeld regels als:

Wij ontkomen niet aan de schreeuw die de keel vernielt, aan de slag die de vuist verbrijzelt.

Wat moet je daarmee als vertaler? Wat kun je daarmee als vertaler? Eigenlijk zien wij maar één mogelijkheid en dat is de uitweg uit het vliegenglas die de Oulipo-school ons bood, de Ouvroir de Littérature Potentielle, oftewel de Fabriek voor Mogelijke Literatuur, gesticht door anderen Perec en Queneau. Deze Fabriek biedt ons een keur aan vertaalstrategieën waarmee het zelfs mogelijk wordt om dit soort Nederlandse poëzie in het Nederlands te vertalen! De gedichten knappen er zichtbaar van op en krijgen zelfs geheel onvermoede betekeniskanten die ze voordien moesten ontberen.

Een heel interessante vertaalmethode is bijvoorbeeld de antonimische methode, waarbij je het tegenovergestelde vertaalt van wat er staat:

Zij worden gevangen door de stilte die het oor geneest, door de streling die de open hand heelt.

Of de omgekeerde daarvan, de synonimische methode dus:

Wij ontsnappen niet aan de kreet die de strot vermorzelt, aan de klap die de knuist versplintert.

Of, weer een andere: de N+3-methode, waarbij je het derde volgende, woordsoortgelijke woord in het woordenboek neemt. Voor de gelegenheid pakken we er het synoniemenwoordenboek van Van Dale bij:

Wij ontkurken de schrielhannes niet die de keelpijn vernikkelt, de slager die de vuisthamer verbrokkelt.

Daar kan Lucebert nog een puntje aan zuigen! Maar N-1 of N+9 leveren ook heel bemoedigende resultaten op. Vertalers aan de slag! Laat de Nederlandse poëzie niet verkommeren aan de betekeniskant!

ROBBERT-JAN HENKES& ERIK BINDERVOET

Ga in discussie met Henkes en Bindervoet op hun weblog: www.nrc.nl/vertalie