Connie Palmen en de zaak Peter S.

Connie Palmen werpt zich op als de literaire collega van Maurice de Hond, de zelf benoemde aanklager in de Deventer moordzaak.

Peter Schat is vier jaar na zijn dood plotseling voor eeuwig verdoemd tot hoofdpersoon in ‘de zaak Peter S.’, sinds de verschijning van Lucifer van Connie Palmen. Het is een sleutelroman over de componist Peter Schat, in het boek Lucas Loos genaamd. De fictie slaat aan het slot om in zelf geconstrueerde historische realiteit De bijna onontkoombare conclusie van Lucifer is dat de mogelijkheid bestaat dat Peter Schat zijn echtgenote Marina Schapers op 26 juli 1981 van een rots op het Griekse eiland Skyros heeft geduwd, met de dood tot gevolg. Peter Schat is nu de van moord verdachte Peter S.

De Italianen hadden al vóór 1600 de criminele componist Gesualdo da Venosa. Hij vermoordde zijn vrouw en haar minnaar. Het was een kwestie van eerwraak die hij vervolgens sterk betreurde. Volgens de overlevering liet hij zich tot zijn dood, bijna drieëntwintig jaar later, door zijn bedienden geselen. Antonio Salieri verspreidde in het gekkenhuis het apocriefe verhaal dat hij Mozart zou hebben vergiftigd.

De Nederlandse muziekhistorie heeft nu in Peter Schat een componist met mogelijk een criminele status, al is die voor Palmen feitelijk onbewijsbaar. Zelf kan hij zich niet meer verdedigen, niet zijn eigen realiteit stellen tegenover de formeel als fictie gepresenteerde realiteit van Palmen. Voor eeuwig zal, bij het noemen van de naam van Schat of naar het luisteren naar zijn muziek, vrijwel iedereen denken aan die mogelijke moord op Marina Schapers.

In Lucifer laat Palmen de mogelijkheid open dat het een ongeluk was. De dronken Marina kan van de balustrade van het terras van het vakantiehuis zijn gevallen. Maar het meest waarschijnlijk lijkt dat Peter Schat de dood van Marina Schapers heeft veroorzaakt. Als homoseksuele echtgenoot en dwangmatige gelijkhebber, had hij met haar een slecht huwelijk. Als componist werkte hij al voor haar dood aan een Requiem voor haar, schrijft Palmen. Het stuk werd als zijn Tweede symfonie in 1983 uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Bernard Haitink.

Connie Palmen werpt zich op als de literaire collega van Maurice de Hond, de zelf benoemde aanklager in de Deventer moordzaak. Met nieuwe feiten komt ze niet, wel met een totale reconstructie en duiding van leven en werk van Schat, die ze zelf niet heeft gekend. De hoofdrol in Lucifer is voor Palmen, die als een intellectuele Agatha Christie op onderzoek gaat binnen de kring van haar prominente kennissen in de Amsterdamse kunstwereld. Die hebben Schat wél heel goed gekend en zelfs vaak met hem samengewerkt. Ze lagen met hem overhoop over zijn in de loop der jaren wisselende politieke en maatschappelijke standpunten. Uiteindelijk werd Peter Schat door Harry Mulisch verbannen uit de Herenclub, hier De Tafel genoemd.

Schat was veranderd van een typische avant-gardist in een tegendraadse componist die ouderwetse melodie en harmonie propageerde met zijn Toonklok. Schat, die samen met anderen in Reconstructie (1969) een monument had opgericht voor Che Guevara, moest – anders dan Mulisch – niets meer hebben van Cuba en Castro. Want wie nooit van mening is veranderd, heeft nooit nagedacht. Hij legde de ruzie met het Concertgebouworkest bij. Zijn opera Symposion werd uitgevoerd in de door hem vervloekte Stopera.

Wat Lucifer feitelijk tot fictie maakt is Palmens streven naar perfectie. Ze vertelt op vaak sprankelende wijze een spannend verhaal dat aan alle kanten moet kloppen. Ze selecteert de ‘feiten’, ze zet alles naar haar hand, ze analyseert haar eigen functioneren als schrijver van deze aan de realiteit ontleende fictie. Alle puzzelstukjes en inzichten vallen in elkaar. Veel te goed, want de echte werkelijkheid laat zich nooit zo compleet beschrijven en verklaren.

Palmen beschrijft ook Schat als een man die in alles symboliek zag en alles met alles wist te verbinden. Een hoogtepunt is de passage over de ‘diabolo in musica’ in Bachs Johannes Passion. Het is de vals en verraderlijk klinkende verminderde kwint die Judas karakteriseert. De fascinatie van Schat daarvoor staat voor het duivelse verraad aan zijn vrienden van de Herenclub, hier De Tafel genoemd, te lezen als Avondmaalstafel.

Aan het slot van het nawoord van Palmens literaire detective over de componist Lucas Loos is hij plotseling toch een historische figuur: de componist Peter Schat, mét Schat-literatuurlijst. De kwalijke kanten van deze manier van fictie schrijven komen ook in deze ronaar voren. Zo klaagt Bella Basten (Kitty Courbois) in Lucifer uitvoerig over de manier waarop haar ex-minnaar Hugo Claus haar portretteerde in Het jaar van de Kreeft (1972).

Hoe moet het nu verder met Peter Schat, een van de belangrijkste en bijzonderste Nederlandse componisten uit de tweede helft van de 20ste eeuw? Schats imago is voorgoed veranderd, van maatschappelijk activistische componist tot omstreden kunstenaar met een duister verleden. Het beste dat Schat nu kan overkomen is dat hij, net als Salieri na de film Amadeus, opeens hot wordt, dat iedereen zijn muziek wil horen en naar zijn opera’s wil. Zijn hoorbare oeuvre staat op een vorig jaar uitgebrachte 12 cd-box (NJM Classics NM 92133). In mei komt de dvd- box met zijn opera’s, uitgebracht door de stichting Peter Schat Integraal. Een van de bestuursleden is Hans van Mierlo, de levenspartner van Connie Palmen.