Buigen of barsten in Congolese politiek

Oppositieleider Bemba wordt in Congo nu gezocht wegens hoogverraad. President Kabila gunt hem geen enkele politieke ruimte. ‘Voor maffia is het moeilijk macht te delen’.

„Democratische corruptie”, zo omschreef een kandidaat van Jean-Pierre Bemba’s partij vorige maand de politiek van Congo. Bemba heeft reden tot ontevredenheid. Na de presidents- en parlementsverkiezingen vorig jaar bloeit er nog geen democratie in Congo.

In tegendeel. ‘Bruine enveloppen’ bijvoorbeeld bepaalden de uitkomst van de verkiezingen door de deelstaatparlementen van gouverneurs eerder dit jaar. Omdat de regeringspartij van president Kabila smeergeld uitdeelde kreeg Bemba geen voet aan de grond. Bij commissies in het nationale parlement en bij de benoeming van ministers werd Bemba’s partij geheel genegeerd door de regering. The winner takes all, is het leidmotief in het Congolese machtsspel.

„Maffiosi kunnen nu eenmaal moeilijk de macht delen”, klaagde een hoge medewerker van de Verenigde Naties na de verkiezingen vorig jaar. Bemba kreeg 42 procent van de stemmen tegen 58 voor zijn rivaal, de Congolese president Joseph Kabila. In de acht miljoen inwoners tellende hoofdstad Kinshasa stemde 70 procent op Bemba en ook in de westerse regio’s kreeg hij een meerderheid.

Deze stemverhouding is niet terug te vinden in de nieuwe machtsconstellatie: voor Bemba’s partij was geen enkele plaats. In het zestig ministers tellende kabinet van Kabila bezetten aanhangers van de president alle sleutelposities. Onder hen zijn notoir corrupte politici en voormalige strijdheren beschuldigd van grove misdaden tegen de bevolking.

Bemba en Kabila vertegenwoordigen ieder een eigen maffia. Kabila omringde zich met medewerkers van zijn vermoorde vader Laurent en met politici uit de grondstofrijke regio Katanga. De miljonair Bemba komt voort uit de coterie van de president Mobutu en zakenlui.

De twee voormalige krijgsheren Bemba en Kabila lijken ook in het afgekondigde democratische tijdperk elkaar het licht in de ogen niet te gunnen. Bij eerdere incidenten rond Bemba’s woning vorig jaar probeerden regeringssoldaten hem te doden, wat alleen door ingrijpen van VN-troepen kon worden voorkomen. Bemba vreest nog steeds te worden vermoord door Kabila’s regeringssoldaten en daarom wenst hij zijn eigen militie om zich heen.

„Als er geen ruimte komt voor de oppositie zal deze binnen een half jaar zeggen dat de democratie niet werkt”, voorspelde de VN-medewerker vier maanden geleden, „dan zal ze overwegen om weer te gaan vechten”. Met het vanochtend door Kabila uitgevaardigde arrestatiebevel wegens hoogverraad tegen Bemba lijkt iedere kans op verzoening vervlogen. Het is nu buigen of barsten voor Bemba. Veel opties heeft de lijvige oppositieleider niet, want een nieuwe guerrilla kan hij niet gemakkelijk beginnen. Met tweehonderd gewapende aanhangers in zijn woning in Kinshasa kan hij weinig beginnen en een opstand in het noordwesten, Bemba’s thuisbasis, lijkt onwaarschijnlijk. Er bevinden zich 17.000 VN-troepen in het land om dat te voorkomen en er is geen buurstaat meer die bereid is hem militair te steunen. Bemba’s verzetsbeweging werd destijds geholpen door Oeganda maar dit land zoekt toenadering tot Kabila en ook Rwanda lijkt niet meer als sponsor van rebellen in Congo te willen optreden.

De gevechten in het hartje van Kinshasa tonen opnieuw aan dat de internationaal gesponsorde verkiezingen Congo geen democratie hebben gebracht. „We creëerden het raamwerk maar de motor ontbreekt nog steeds”, zei de VN-medewerker. „De VN zijn niet hard genoeg geweest tegen de krijgsheren toen zij faalden democratische politici te worden.”