Acht jaar in de cel voor één kilo cocaïne

Meer dan 2.000 Nederlanders zitten vast in buitenland voor drugs. De fluctuatie in het aantal gevangenen per land laat zien hoe de routes worden verlegd als de pakkans te groot is geworden.

Rotterdam, 23 maart. - Ze laten zich lezen als staalkaarten van alternatieve drugssmokkelroutes, de maandelijkse overzichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken over het aantal Nederlanders dat in het buitenland gedetineerd is. Op 1 maart zaten 2.156 Nederlanders ergens in de wereld vast, van wie 2.059 wegens drugs. De landenlijst kent toppers en dalers en laat daarmee zien hoe drugssmokkelaars hun routes verleggen als de pakkans te groot is geworden. Twee jaar geleden was Suriname een topper met 150 gedetineerden. In maart 2007 waren het er 36. De smokkelroute is verlegd.

De meeste Nederlanders zitten vast in Europese landen, zoals Spanje (231), Frankrijk (216), Duitsland (424), Groot-Brittannië (156) en Portugal (89). Buiten Europa geldt de Dominicaanse Republiek als topper met 157 Nederlanders in de cel. In 2004 waren dat er nog ‘maar’ 75. De Dominicaanse Republiek en Argentinië gelden als groeiers op de lijst van Nederlandse aanhoudingen, het gevolg van verlegging van de drugsroutes via Venezuela na de 100-procentscontroles op Schiphol en in Paramaribo.

Daarmee is overigens niet gezegd dat die 100-procentscontroles een succes zijn. De cocaïne-aanvoer vanuit Zuid-Amerika naar de VS en Europa is niet gedaald, en het aantal Nederlanders dat betrapt wordt is de afgelopen jaren substantieel gestegen. In 1988 ging het nog om 576 Nederlanders, in 2004 om 2.362 en het jongste cijfer, 2.516 Nederlanders, laat zien dat de curve alleen maar verder oploopt.

Dat meer dan 80 procent van de gedetineerden in het buitenland vast zit wegens drugsdelicten, is overigens een typisch Nederlands verschijnsel. Zo zit van de 2.700 Britse gevangenen in het buitenland ‘slechts’ 28 procent hiervoor vast. Volgens dominee Joop Spoor, die met zijn stichting Epafras hulp verleent aan gedetineerden in het buitenland, heeft dat te maken met de gemakkelijke manier waarop er in Nederland over drugs gedacht wordt. „En we zijn een handelsnatie. Nederland is een belangrijke schakel in de doorvoer van cocaïne in West-Europa.”

De Nederlandse gedetineerden vormen een bijzondere kostenpost voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Begeleiding en zorg via de ambassades ter plekke kosten de Nederlandse staat jaarlijks zo’n één miljoen euro. Het grote aantal Nederlanders in Europese cellen bezorgde het ministerie van Justitie dan ook de nodige kopzorgen toen vorig jaar in Europees verband het voorstel werd gedaan om gedetineerden onderling uit te ruilen. Binnen de Europese Unie moest het mogelijk zijn dat gevangenen hun straf na veroordeling in eigen land konden uitzitten. Maar dan zou Nederland in één keer opgescheept worden met meer dan 1.000 gevangenen waar celruimte voor gevonden moest worden. Terwijl er vanuit Nederland maar 300 gedetineerden konden worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Na moeizame onderhandelingen heeft Nederland ingestemd met het compromis dat terugsturen niet geldt voor bestaande gevallen en dat die operatie bovendien gefaseerd zal plaatsvinden.

Buitenlandse Zaken lag in het jaar 2000 onder vuur over de bijstand aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland. Zo werd te vaak niet ingegrepen als Nederlanders aantoonbaar slachtoffer waren van mensonwaardige omstandigheden, was er onvoldoende personeel voor begeleiding en had ambassadepersoneel te weinig kennis van de feitelijke gang van zaken in gevangenissen, zo constateerde de Algemene Rekenkamer in 2001. Die situatie is inmiddels verbeterd, constateert dezelfde Rekenkamer. Het opleidingsniveau van ambassadepersoneel is vooruit gegaan, wat tot aanzienlijke verbetering van de begeleiding heeft geleid.

Volgens dominee Spoor zijn verbeteringen vooral te danken aan Jozias van Aartsen (VVD) die daar als minister van Buitenlandse Zaken een politiek punt van maakte. „Voor ambassadepersoneel was dat een omslag. Men gaat niet in diplomatieke dienst om gevangenen te bezoeken of te begeleiden. Maar op terugkeerdagen in Nederland was het een telkens terugkerend onderwerp, het personeel ging merken dat het van belang was.”

Problemen zijn er echter nog steeds. Zo keert de staat maandelijks aan een Nederlandse gedetineerde in het buitenland een ‘gift’ uit van 35 euro. Dat is in het ene land te weinig, maar in het andere land relatief zo’n hoog bedrag dat het kan leiden tot afpersing of bedreiging door medegevangenen. Volgens Spoor is assistentieverlening bovendien een moeilijke klus. „Neem een land als Argentinië. Wil je één gevangene bezoeken, dan kan dat in de praktijk soms twee dagen reizen betekenen.”

Fotograaf Diederik Meijer maakte portretten in beeld en geluid van negen Nederlanders in gevangenissen in de Dominicaanse Repuliek. Ze zijn te bekijken en beluisteren op www.nrc.nl