‘We zitten dicht tegen de wereldtop aan’

De twintigjarige Iefke van Belkum probeert het waterpoloteam morgen voorbij Kazachstan naar de laatste acht op de WK te loodsen. ‘Ik ben in Amerika veel sterker geworden.’

Iefke van Belkum is er de persoon niet naar om snel in paniek te raken. Twintig jaar oud is ze pas, maar de gemoedstoestand van de sterspeelster van de nationale waterpoloploeg is een dag na de 14-7 nederlaag tegen Griekenland in het Sports & Aquatic Centre, niet anders dan de dag ervoor.

Natuurlijk baalt ze verschrikkelijk, zegt ze. Alles ging mis wat er mis kon gaan. Maar om Nederland nu meteen af te schrijven, nee. „Ik denk nog steeds dat we dicht tegen de wereldtop aan zitten. Als we allemaal ons niveau halen, kunnen we van iedereen winnen. Wij zijn nog lang niet klaar op deze WK.”

Nuchterheid tekent Iefke van Belkum, telg uit een beroemd waterpologeslacht. Haar oom Stan van Belkum stond bekend als Nederlands beste waterpoloër, haar oom Mark haalde ook de Olympische Spelen. Vader, moeder, haar zusjes – allemaal dezelfde hobby.

Alles gaat snel bij de jonge Van Belkum. Ze debuteerde op veertienjarige leeftijd in het eerste van De Zijl-LGB, was achttien toen ze voor de nationale ploeg werd gevraagd. En ze was nog geen twintig toen ze werd uitgeroepen tot beste speelster van Amerika.

Ze moest vorig jaar van het strand van Honolulu worden weggeplukt om de ambitieuze plannen rond de nationale vrouwenploeg waar te kunnen maken. Daar speelde zij twee seizoenen voor de University of Hawaï in de sterke competitie aan de Amerikaanse westkust.

Een jaar geleden ging bondscoach Robin van Galen aan het werk met het jonge team om de jarenlang sukkelende ploeg klaar te stomen voor de olympische kwalificatie. Er kwam een krachttrainer, een teammanager, een mental coach. De ploeg traint vier dagen per week fulltime in de bossen van Zeist. Eén keer per week trainen de speelsters bij hun eigen club.

„Ik was in 2005 naar Hawaï gegaan omdat ik daar fulltime kon trainen en spelen”, zegt Van Belkum. „Dat was wat ik wilde. In Nederland kon dat toen niet. Toen Robin mij vorig jaar in een e-mail vertelde wat zijn plannen met de nationale ploeg waren, hoefde ik niet lang na te denken, ook al had ik het geweldig in Hawaï.”

Tussen het zwemmen en het reizen door deed ze de vooropleiding van de Business School. Met haar team kwam ze uit in de Californische competitie tegen clubs als Los Angeles, Santa Barbara en San Francisco. „We moesten voor elke wedstrijd ruim vier uur vliegen. Maar ik heb er heel veel geleerd. Je krijgt daar elke dag weer kracht- en conditietrainingen. Ik ben veel sterker geworden.”

Mede daardoor kan bondcoach Van Galen haar nu in de nationale ploeg bijna onbeperkt in het water laten liggen.

Als ze in de regen door de Zeister bossen loopt, mist ze het leven nabij de Stille Oceaan, de zon, de stranden en de buitenbaden nog wel eens. „Maar ik weet waar ik het voor doe.”

In Amerika groeide Van Belkum uit van een groot talent tot een sterke, volwassen speelster, die nauwelijks af te stoppen valt, veel scoort en overal in het bad aanwezig is. Maandag scoorde ze tegen haar oude vriendinnen in de Amerikaanse ploeg vier keer. Maar het mocht niet baten, want het openingsduel werd verloren met 9-7. Toch kreeg ze na afloop complimenten van haar oud-ploeggenoten. „Ze vinden dat wij heel dicht bij hen zijn gekomen. We hebben ze nerveus gemaakt.”

In Nederland speelt Van Belkum vreemd genoeg voor twee clubs. Haar eigen club is ZVL uit Leiden. Maar dit seizoen kwam ze ook al zes wedstrijden in Europees verband uit voor een concurrent, ZWV Nereus uit Zaandam. De reglementen staan toe dat de clubs in de Europa Cup zoveel gastspeelsters inhuren als ze willen. „Ik was vereerd dat Nereus mij belde”, zegt Van Belkum. „En ik had nog nooit Europa Cup gespeeld.” Het bleek voor beide partijen een goede zet, want volgende maand speelt de club in Amsterdam de finale van de Europa Cup, met AS Roma, Olympiakos en OSC Boedapest. „Dan ben ik weer een weekend van Nereus.”

Maar eerst moet ze haar handen nat maken voor het laatste groepsduel op de WK, morgen tegen Kazachstan. Als die wedstrijd wordt gewonnen, kan Nederland zich alsnog plaatsen bij de laatste acht. Terwijl bondscoach Robin van Galen zich gisteren liet ontvallen dat het ontluisterende verlies tegen de Griekse vrouwen hem doet twijfelen of Nederland wel zo dicht bij de wereldtop zit, is Van Belkum positiever. „Iedereen speelt wel eens een slechte wedstrijd. Wij hebben hem nu gehad.”