‘We moeten weg uit de oorlogsdrek’

Kroaten reageren emotioneel op een film van Nenad Puhovski over een Kroatisch kamp waar Servische krijgsgevangenen werden gemarteld. „Onze kleinkinderen moeten de feiten kennen om door te kunnen met hun leven.”

Vechtend tegen zijn tranen herinnert een man zich hoe de oren van zijn celmaat werden afgesneden. Het is een dramatisch fragment, één van de vele in de film Lora die handelt over het gelijknamige Kroatische gevangenkamp waar tussen 1992 en 1996 honderden Servische krijgsgevangenen stelselmatig werden gemarteld. Maar verreweg het pijnlijkste moment is de botte ontkenning van al die gruwelijkheden in de slotscène van de film: een Kroatische oud-generaal, trekkend aan zijn pijp in zijn studeerkamer, blijft langdurig naar zijn schoenpunten kijken als de filmmaker hem vraagt: „Wie was er destijds verantwoordelijk?” Een antwoord blijft uit.

EU-kandidaat Kroatië wordt door de internationale gemeenschap geprezen om de voortgang die het land de laatste tijd boekt bij de herhuisvesting van Kroatische Serviërs die tussen 1991 en 1995 op de vlucht sloegen. Van de ruim 300.000 hebben er 120.000 officieel hun terugkeer in Kroatië geregistreerd (zie inzet).

Maar dat het land ook oorlogsmisdaden beging, blijft onbespreekbaar. Wie de heldhaftigheid van de Kroaten tijdens hun onafhankelijkheidsoorlog (1991-1995) in twijfel trekt maakt zich niet geliefd. „Zeker als een Kroaat zelf, zoals ik, dat doet”, zegt Nenad Puhovski, regisseur van Lora.

Eind vorige maand oogstte de uitzending van zijn film op de Kroatische televisie een storm van woede en kritiek. Puhovski wordt ervan beschuldigd dat hij Kroatië moedwillig in diskrediet wil brengen. „Ik word uitgemaakt voor staatsvijand, maar dat ben ik inmiddels wel gewend”, zegt Puhovski laconiek. „Als jullie Lora vertonen steek ik mezelf in brand”, luidde het dreigement van een man, vlak voor uitzending. De zender negeerde hem.

De emotionele reacties verbazen Puhovski niet. „Mensen willen simpele antwoorden op complexe vragen. Met hun woede blokkeren ze de mogelijkheid om dieper te graven, op zoek naar de waarheid.”

In het koffiehuis in het centrum van Zagreb zitten dames en heren rondom hem op leeftijd aan de koffie en gebak. „Je ziet: ik hoef nog niet op de vlucht voor trotse oorlogsveteranen die mijn bloed ruiken.”

De oorlogsveteranen wisten zich lange tijd gesteund door de Kroatische Democratische Gemeenschap HDZ, de partij van wijlen Franjo Tudjman, de eerste president van het onafhankelijke Kroatië. Maar onder de huidige HDZ-leider, premier Ivo Sanader, die de macht van de haviken binnen de partij heeft geminimaliseerd, voelen ze zich verraden. Kroatië leverde in 2005 ‘oorlogsheld’ Ante Gotovina, een van de commandanten van het militaire offensief in de Krajina in 1995, uit aan het Joegoslavië-tribunaal. „Waarvoor?” vragen de veteranen zich af. „Om toe te mogen treden tot de EU? Dan maar geen EU.”

Door die houding blijft in Kroatië veel verzwegen, zoals de gebeurtenissen in het toenmalige gevangenkamp Lora bij havenstad Split. Nadat in 1991 de Kroaten het federale Joegoslavische leger in de regio rond Split hadden verjaagd werd de voormalige marinebasis Lora in gebruik genomen als krijgsgevangenkamp. Lora veranderde in een „martelkamer”, zoals een slachtoffer in de film het kamp omschrijft. „We werden geslagen met honkbalknuppels.” Ook Servische burgers uit Split werden er mishandeld. In celblok C werden elektrische schokken toegediend. „Soms kwamen ze veertien keer per dag,” vertelt een getuige.

Na de oorlog stortten tal van mensenrechtenorganisaties zich op de Lora-zaak, hetgeen leidde tot een rechtszaak in 2002. Regisseur Puhovski reconstrueerde het verhaal, inclusief de chaotische rechtszaak waarin getuigen en openbaar aanklagers werden gemanipuleerd. Acht Kroatische hoofdverdachten werden vrijgesproken „wegens gebrek aan bewijs”.

Eerder produceerde Puhovski de film Storm over Krajina, over de door Kroaten begane misdaden tijdens de etnische zuiveringen in de Krajina. „Na de uitzending werden we als makers door zowel oppositiepartijen als regering ongekend fel aangevallen.” Puhovski werd met de dood bedreigd. „Telefoontjes in de nacht, anonieme brieven. Daar bleef het bij. Mijn regisseur overleed kort na voltooiing van de film in een auto-ongeluk. Ik wil nog altijd graag geloven dat het echt een ongeluk was.”

Het goede nieuws is volgens Puhovski dat het klimaat langzaam verbetert. Zo werd de Lora-rechtszaak heropend, hetgeen op 5 maart alsnog leidde tot de veroordeling van vier van de acht aanvankelijke verdachten van de martelingen. De andere vier zijn voortvluchtig.

Volgens Puhovski mist het strenge toezicht van de EU op kandidaatlid Kroatië zijn uitwerking niet. „Filmmakers worden niet langer openlijk tegengewerkt door de staat. Maar premier Sanader moet, met verkiezingen in november op komst, uit electoraal oogpunt ook denken aan zijn aanhang die van Kroatische oorlogsmisdaden niets wil weten. Vanuit die spagaat moet Sanader opereren.”

Op complimenten van Kroatische televisiekijkers rekent Puhovski voorlopig niet, „zolang de haat jegens Serviërs wordt gevoed”. Afgelopen weekeinde vernielden onbekenden het interieur van een Servisch-orthodoxe kerk in de Kroatische stad Karlovac. „Een barbaarse orgie”, noemde de kerkleiding de brute actie.

Puhovski: „Dat is ons grote probleem: we duwen onszelf telkens terug in de oorlogsdrek. Daarom maak ik mijn films. Ik wil dat onze kleinkinderen de feiten kennen, en in waarheid door kunnen met hun leven.”