Waar zijn Nederlanders eigenlijk loyaal aan?

Het artikel van Derk Stokmans (NRC Handelsblad, 17 maart) over de verwarring in het kabinet met betrekking tot loyaliteit en dubbele nationaliteit laat duidelijk zien dat niemand precies weet wat die begrippen betekenen noch hoe diep de doos van Pandora die ze heropend hebben eigenlijk is.

Om te beginnen, nationaliteit is niet verbonden aan een paspoort en andersom. Voor de eerste kies je, het tweede is alleen een handig documentje dat niet overal ter wereld dezelfde relevantie heeft en niets zegt over je gevoelens voor een land. Wat loyaliteit betreft, waar zijn de huidige Nederlanders loyaal aan? Hoe en wanneer laten ze dat merken? Neem de verkiezingen bijvoorbeeld: in een land zonder stemplicht blijven velen liever thuis maar klagen later dat het nieuwe kabinet niet deugt. Zou het niet een teken van betrokkenheid en loyaliteit tegenover de maatschappij zijn om hun stem mee te laten tellen? Wat weten geboren Nederlanders over hun verleden en voorvaders? Een tijd geleden beweerde een Nederlandse historicus op de televisie dat ”kinderen minder vaderlandse geschiedenis en meer over Duitsland en de VS zouden moeten leren, omdat die twee landen relevanter zijn dan Nederland”. En dat hoor ik vaak, in allerlei variaties, uit minder academische, Nederlandse monden. Is dat loyaliteit?

Als je zo weinig belangstelling en respect toont voor je geboorteland, hoe kun je dan van genaturaliseerde burgers die, verblind door de legendarische tolerantie en vrijheid van Nederland, zich ooit hier hebben gevestigd, gevoelens van verbondenheid en loyaliteit verwachten die veel echte Nederlanders niet eens koesteren?