Voederbiet is geknipt voor Pakistaanse zoutvlaktes

De plant begon als Zeeuwse strandbiet en werd verder veredeld tot voederbiet voor vee. Het gewas is hier haast weer vergeten, maar niet in Pakistan.

Sander Voormolen

Rijd in de winter met de trein door centraal Pakistan, en je ziet weinig anders dan eindeloze kale vlaktes, vertelt Banaras Niazi. „Vrijwel niets groeit er op die wit uitgeslagen droge grond. Op zich is de bodem heel vruchtbaar; het is de overstromingsvlakte van de Indus! Het probleem is dat het land is verzilt, en de meeste gewassen kunnen niet goed tegen hoge concentraties zout.”

Niazi (57) is principal scientific officer bij het National Agricultural Research Center in Islamabad. Vijftien jaar geleden hoorde hij de Amsterdamse plantenecoloog Jelte Rozema op een congres spreken over zouttolerantie bij planten. Dat was het begin van een jarenlange samenwerking, die vandaag uitmondt in een promotie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Niazi ontdekte samen met Rozema, die nu als zijn promotor optreedt, dat de voederbiet heel goed is opgewassen tegen de verzilte omstandigheden in Pakistan. Proeven met het nieuwe gewas waren zeer succesvol.

Op de werkkamer van Rozema laat Niazi op een laptop foto’s zien. Daarop is goed te zien hoe intens het zonlicht is ter plaatse. „In de zomer loopt de temperatuur makkelijk op tot 45 graden Celsius”, vertelt de Pakistaan. „Dat betekent dat er een gigantische verdamping is. Het zout dat in het water opgelost was blijft achter.”

Niazi wijst op de witte zoutkorst die de kale bodem bedekt. „Natriumionen uit het zout binden zich aan de kleideeltjes in de grond waardoor die keihard wordt. Er kan daardoor geen water meer in de bodem dringen; al het regenwater blijft in plassen staan tot het is verdampt, met als gevolg: verdere verzilting.”

De grond kan met chemische middelen verbeterd worden. Niazi laat een dia zien van een stuk land waar tijdens een experiment van zijn instituut gips op gestrooid is. De calciumionen uit het gips nemen de plaats in van de natriumionen in de bodem, waardoor het land ontzilt. De grens met het omringende onbehandelde land is scherp afgetekend; het groen is er weelderig teruggekeerd.

Toch is dit geen oplossing, zegt Niazi. „Gips kan goedkoop worden gewonnen in de bergen in het noorden van Pakistan, maar is nog altijd te duur voor de straatarme boeren die in het gebied leven.”

In plaats van het bestrijden van de verzilting is het efficiënter de landbouw aan te passen aan de verzilting. De voederbiet is daarvoor een uitstekende kandidaat, want het gewas kan prima tegen zout. Rozema: „De grap is dat voederbiet is veredeld uit een wilde plant die strandbiet heet. De naam zegt het al. Het is een plant die langs de kust groeit, in Nederland, maar ook langs de Franse kanaalkust en in het Middellandse Zeegebied. De plant is door de eeuwen heen veredeld op zijn bladgrootte en grote ronde knollen, maar de zouttolerantie is desondanks niet verloren gegaan.”

In de westerse wereld is de belangstelling voor voederbiet als gewas vrijwel verdwenen. Zijn plaats is ingenomen door snijmaïs, een gewas dat volledig machinaal is te zaaien en te oogsten. Rozema: „Voederbiet is te arbeidsintensief, maar dat is geen probleem in Pakistan waar voldoende goedkope arbeidskracht voorhanden is.”

Voederbiet bleek het vooral in de winter goed te doen in Pakistan, en dat sloot perfect aan op de landbouwpraktijk in het land. Traditioneel verbouwen boeren in Pakistan ’s zomers, als er overvloedige regens zijn, rijst en ’s winters, als het klimaat droger en koeler is, tarwe of katoen. Rijst heeft veel water nodig om te groeien. Het stilstaande water verdunt het zout, waardoor deze landbouw vaak wel mogelijk is. Maar in de winter wil er niets groeien op de droge zoute bodem. Er groeien slechts wat wilde zouttolerante vetplantjes, maar die zijn oneetbaar voor het vee.

Niazi: „In de winter is er een groot gebrek aan veevoer. Soms zijn boeren zelfs genoodzaakt een deel van hun graanoogst op te offeren aan het hongerige vee. Ze zijn blij dat er nu een gewas is dat hun vee zonder problemen kan eten en dat zelfs op de zoutste bodems wil groeien. Een extra pluspunt van voederbiet is dat boeren er twee keer van kunnen oogsten. Eerst kunnen ze een keer het blad afsnijden en aan het eind van de winter kunnen ze knollen en blad oogsten.

„Veel boeren verlaten nu het platteland om hun heil te zoeken in de grote stad, met alle problemen van dien. De voederbiet geeft de boeren weer perspectief, al zal het een langzaam proces zijn voordat dit nieuwe gewas op grote schaal aanslaat. Maar er zijn al boeren die het naar tevredenheid verbouwen.”

Het probleem van de verzilting neemt nog altijd toe. Ieder jaar dat Niazi terugkeerde naar zijn veldexperimenten was de zoutgrens verder opgeschoven: „Het betreft inmiddels een kwart van de landbouwgrond in Pakistan. ”