Twee auto’s ineen

Ook auto’s hebben DNA, zo kwam ik te weten in de week waarin ik in een Škoda Roomster mocht rijden. Eerst las ik in een interview met de architect Sjoerd Soeters in het tijdschrift De Blauwe Kamer dat „Mercedes een soort DNA heeft”. Soeters bekende dat hij eigenlijk liever auto-ontwerper had willen worden, omdat de vormgeving van auto’s „voortkomt uit zeer krachtige tradities en strategieën”.

Ondanks de veranderingen die de modellen van Mercedes hebben ondergaan, blijven ze herkenbaar, zei hij. „Ze kunnen uit dat DNA auto’s maken die veel langer zijn dan vroeger maar toch krachtig blijven, een zekere elegantie behouden. Ze zetten dus eigenlijk een soort darwinistische lijn op die in staat is zichzelf onder nieuwe omstandigheden te verjongen.”

Niet veel later zag ik dat ook op de site van Škoda wordt gesproken over het DNA van het nieuwe model, de Roomster. Toch lijkt de Škoda Roomster helemaal niet op de Škoda’s uit de tijd dat Tsjechië nog deel uitmaakte van de communistische Oostblokstaat Tsjechoslowakije. De fluwelen revolutie die in Tsjechië een einde maakte aan het communisme was voor Škoda wat de inslag van een kolossale meteoor in de aarde voor de dinosauriërs was.

Škoda is dan als de krokodil, een van de weinige diersoorten die na de meteoorinslag niet uitstierven: terwijl bijvoorbeeld Trabant en Wartburg, de automerken van het vroegere communistische buurland DDR, de harde overgang naar het kapitalisme niet hebben overleefd, produceert Škoda nog altijd auto’s die de concurrentie met West-Europese en Japanse auto’s goed aankunnen. Maar dat komt natuurlijk ook doordat Škoda onder de hoede opereert van het Duitse Volkswagen, waar ze natuurlijk wel weten hoe ze auto’s moeten bouwen.

Maar Škoda is ook het bewijs van de ongebroken kracht van Tsjechische industrie die de wereld al voor de Tweede Wereldoorlog versteld deed staan met de onvergetelijke en schitterende Tatra 77, een aerodynamische personenauto met een luchtweerstand die niet veel hoger is dan die van huidige Mercedessen.

Maar al is Škoda dan als de krokodil onder de communistische autodinosauriërs, de auto’s van de Tsjechische fabriek zijn wel compleet van gedaante veranderd en hebben een heel ander DNA gekregen. Dat de Škoda Roomster een verre verwant is van de communistische Škoda’s is – mede dankzij de invloed van VW – natuurlijk niet te zien. Weliswaar staat op de Škoda-site te lezen dat het Škoda-DNA in de brede grille zit, maar wie heel oude Škoda’s bekijkt, moet vaststellen dat lang niet alle modellen uit de communistische tijd waren uitgerust met brede grilles.

Op het eerste gezicht oogt de Škoda Roomster als een vrij gewone Multiple Purpose Vehicle (MPV). Toen de testauto toevallig eens voor een Toyota Corolla Verso stond geparkeerd, stond ik versteld van de sterke gelijkenis tussen de contouren van beide auto’s. Ook aan het rijden merkte ik niets bijzonders. Natuurlijk rijdt de Škoda Roomster veel beter en comfortabeler dan de oude Japanners waar ik aan gewend ben. Opvallend is de fijne, grote hoogte van de stoelen, die in- en uitstappen niet tot een gymnastische oefening maakt.

Pas toen de kinderen op de achterbank tijdens een ritje opmerkten dat ze zo veel zagen omdat de achterzijruiten zo lekker laag waren, zag ik plotseling wat de Roomster zo bijzonder maakt. De Škoda Roomster is twee auto’s ineen: de voorste helft is een personenauto, de achterste helft een ruimte-auto met een fors laadvermogen als de achterbanken op ingenieuze wijze zijn ingeklapt of verschoven. Zo is de Škoda Roomster een knap staaltje van Tsjechische auto-DNA-engineering.

Bernard Hulsman

Bernard Hulsman is redacteur van NRC Handelsblad en rijdt in een Nissan Primera.