Tussen engagement en sensatiezucht

Tentoonstelling: Off Off Limit, Federico D’Orazio. T/m 27 mei Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch, Magistratenlaan 100 ’s-Hertogenbosch, open: di, do:13- 21u. Wo, vrij t/m zo: 13-17u. 073 6273680,www.sm-s.nl

De Italiaanse kunstenaar Federico D’Orazio (1968, Bologna) balanceert op een dunne scheidslijn tussen maatschappijkritische kunst en onversneden sensatiezucht. Zo maakte hij al eens een elektrische stoel voor kinderen, om kindermisbruik aan de kaak te stellen, en legde hij een tv in een ziekenhuisbed om aan te tonen dat tv een ziek medium is. In de jaren negentig zorgde zijn installatiekunst al regelmatig voor beroering. Het is dus verbazingwekkend dat D’Orazio pas nu zijn eerste overzichtstentoonstelling krijgt, in het Stedelijk Museum in zijn huidige woonplaats Den Bosch.

De tentoonstelling is bescheiden van omvang, hoewel er is uitgepakt met een installatie van zwartgeverfde autowrakken. Daarin zijn videoschermpjes te bekijken met alle video’s die D’Orazio de afgelopen jaren maakte met auto’s in de hoofdrol – zijn favoriete thema. Drive In is een geweldig klauterobject, maar ook niet meer dan dat.

Altijd op zoek naar avontuur belandt D’Orazio bij een huurmoordenaar, die hij interviewt in de video Hitman. D’Orazio filmt alleen de handen van de man, terwijl deze autorijdt, en laat hem vertellen over zijn jeugd en hoe hij in het vak rolde. Het is geen geruststellend verhaal. D’Orazio wil kennelijk iets zeggen over de zelfkant, het donkere aspect van het menselijk bestaan. De manier van filmen, zo halfverborgen, versterkt het gevoel van suspense en illegaliteit, het idee dat deze enorm gevaarlijk man elk moment kan aanvallen. Daarmee is de film vooral uit op effectbejag.

Een groter contrast met het werk Recycled Toys (1997) lijkt haast niet mogelijk. Hiervoor hergebruikte D’Orazio flessen van het merk WC-eend, die hij voorzag van een motortje, zodat ze als badeendjes door een vijver kunnen varen. Dit werk is juist weer zo lief, idealistisch en soft dat je je niet kunt voorstellen dat dezelfde kunstenaar net zo gemakkelijk een Vietnamees transseksueel hoertje in gruizig zwartwit fotografeert, naakt kronkelend op een hotelbed – zoals te zien is in de fotoreeks Man (1999) die recht tegenover de wc-eendjes hangt.

De tentoonstelling mist een duidelijke stellingname. D’Orazio heeft bijna te veel kwaliteiten. Zijn kunstwerken schurken soms tegen vormgeving aan. Dat zie je bij de badeendjes, maar ook aan het boek ‘O’. Dit boek kun je opblazen, tot je een luchtbed hebt. Het is een leuk idee, maar ondanks de blondine in bikini die op bijbehorende video uitlegt dat lucht leven betekent, overtuigt het niet erg. De kunstwerken zijn zo uiteenlopend van aard, dat je je afvraagt wat deze kunstenaar drijft.

Is het maatschappijkritiek? Die verdwijnt hier te gemakkelijk achter het rookgordijn van het spektakel. Een in elkaar geperste witte auto van de Verenigde Naties moet een commentaar zijn op de oorlog in Irak. Maar de dvd die ernaast wordt afgespeeld, laat alleen maar zien hoe de auto tot een pakketje wordt geperst: het gaat meer om de fascinatie voor de puffende en zoemende machines, de toeschouwers, het machinale aspect. Dat is nauwelijks een commentaar op een oorlogssituatie te noemen.

Shock and Awe noemt D’Orazio zijn methode van werken, vrij naar Bush’ strategie in Irak. Maar shockeren went, en de Awe ontbreekt hier. D’Orazio's commentaar op de gebeurtenissen in de wereld heeft een schreeuwerige pretentie. Het is hol, als propaganda. Alsof hij reality-tv, maarkt, zo plukt D’Orazio achteloos bizarre onderwerpen uit de taboesfeer. De eindeloze stroom aan oorlogsbeelden, heeft het subversieve karakter van zijn werk allang ingehaald.