‘Tapes’ tonen zoekende Bos

De Wouter Tapes laten zien dat Wouter Bos de brug tussen geest en macht nog niet heeft gevonden. Dat is slecht voor de PvdA, meent Dick Pels.

Het meest verontrustende van de De Wouter Tapes die de VPRO maandag uitzond, is dat Wouter Bos ook na vier tropenjaren in de politiek nog steeds oogt als een man zonder eigenschappen. In de discussie na de ‘persviewing’ werd hij vooral als een ‘zoekende leider’ gekwalificeerd. Zelf wil hij een ‘bindende’ leider zijn, maar om te kunnen binden, moet je wél eerst iets hebben gevonden. ‘Samen zoeken’ is misschien een motiverend parool voor wetenschappers, maar niet voor een politieke partij.

De bijna exhibitionistische openheid van de documentaire maakt Bos sympathiek maar kwetsbaar. Geen enkele partijleider na Fortuyn laat zich zó in de kaart kijken. Het is ondenkbaar dat Marijnissen of Balkenende zich aan dezelfde dodelijke transparantie zouden onderwerpen.

Sympathiek is te zien dat Bos met zijn hele hebben en houwen op zoek is naar iets nieuws, een combinatie van ideeën die nog niet op die manier bestaat. Dat vormt zowel een kracht als een zwakte.

Bos lijkt op een kruispunt te staan. Hij is een heel eind gekomen met de ideologische vernieuwing van de PvdA. Het nieuwe Beginselmanifest van 2005, belangrijke speeches en artikelen over solidariteit, staatsschuldfetisjisme en ‘mild’ populisme, een mooie Algemene Beschouwing in september 2006 over de Nederlandse Droom, het felle debat met Verdonk over het integratierapport-Blok, zijn ideeën over de ‘scandinavisering’ van de verzorgingsstaat – Bos kan er niet van beschuldigd worden een ‘idool zonder ideeën’ te zijn.

Maar tegelijkertijd is het verontrustend als hij, gevraagd naar zijn diepste politieke motieven, zegt dat ‘hij niet droomt van politiek’ („Ben je gek zeg!”), maar die vooral opvat als „problemen oplossen zodat mensen het een beetje beter hebben, hun kinderen behoorlijk naar school kunnen sturen enzovoort”. En hij wordt kriegel van verwijten dat dat ‘niet groot’ genoeg is, geen ‘visie’. Dat doet weer denken aan zijn eerdere uitspraak dat „we geen behoefte meer hebben aan ideologie, daarvoor is de wereld te ingewikkeld”. Toch zal het zo moeten. Bos wordt helaas niet geholpen door die spindoctorige klankbordgroep om hem heen, die vooral bezig lijkt met de vraag hoe slogans overkomen in de media.

Een grondprobleem van de PvdA is haar bijna bewust gecultiveerde geheugenverlies: het gebrek aan aansluiting bij de ‘draagkracht’ van de ideologische tradities van de sociaal-democratie. Zie de wanhopige interventie van Frans Timmermans (nu staatssecretaris) als Bos niet goed weet te vertellen wat hem drijft: „Solidariteit, daar gaat het ons toch om? Daar zijn we toch voor opgericht?”

Inderdaad, dat is de crux. Maar gaat het hier om solidariteit in de zin van ‘volkseenheid’ of om solidariteit in de zin van sociale rechtvaardigheid en de opheffing van de tweedeling tussen (kans)armen en (kans)rijken? Het eigenaardige is dat beide opvattingen bij elkaar komen in de ambitie om ‘de boel bij elkaar te houden’. Misschien wordt die slogan daarom vaak zo vaag gevonden. Bos en Cohen lijken die inwendige spanning in elk geval niet te voelen. Maar hier ligt wel degelijk een belangrijke ideologische keuze.

Wat in de ‘Wouter Tapes’ ook duidelijk wordt, is dat de harde, op de man gespeelde campagne Bos veel meer heeft geraakt dan hij zelf dacht. Hij is inderdaad geen ‘rat’, in de definitie van fractievoorzitter Jacques Tichelaar, die dat wél is: een straatvechter die vals kan spelen als het spelletje daarom vraagt. Tekenend is het fragment waarmee de documentaire begint en eindigt, waarin Bos zich op zijn nieuwe werkkamer afvraagt of hij misschien niet gelukkiger is als vicepremier en minister van Financiën dan als premier. Is hij wel een echte machtspoliticus die ‘voor goud’ gaat en voor dat doel af en toe een schop kan uitdelen?

Het socialisme van Bos mist een machtsperspectief. Het lijkt een socialisme zonder vijanden. Maar het integratieprobleem in Nederland gaat niet alleen over de arme, cultureel ‘vreemde’ onderklasse maar ook over de nieuwe bovenklasse van witte rijken die zich steeds minder van de Nederlandse samenleving aantrekt. Soms is het nodig om de volkseenheid te verbreken en ouderwetse ‘klassenstrijd’ te leveren, bijvoorbeeld tegen deze nieuwe kapitalistische machtsvorming en geldzucht.

Wouter Bos heeft de brug tussen geest en macht en tussen socialisme en liberalisme nog niet gevonden. Het gevaar van regeringsdeelname is dat de ideologische vernieuwing in de PvdA stagneert. Wil de PvdA overleven, dan moet er een groter verhaal komen.

Dick Pels is voorzitter van de links-liberale denktank Waterland.