Soms is even gek zijn geen ramp

De psychoot wordt meestal gezien als iemand die elke redelijkheid heeft verloren, Maar het tegenovergestelde is eerder waar: de psychoot is juist extreem redelijk, eigenlijk te redelijk. In de geschiedenis van de filosofie is redelijkheid immers verbonden met twijfel. Wil je ware kennis opdoen van de wereld, dan moet je eerst leren twijfelen aan alle vanzelfsprekendheden en vooroordelen waarmee je die wereld bekijkt. Dat is wat de psychoot op een extreme manier doet: als een scepticus in het kwadraat betwijfelt hij alles wat hij ziet en ervaart. Er is natuurlijk een verschil. Als de scepticus betwijfelt of het wel waar is dat een zonnegod iedere ochtend de zon doet opgaan, dan is dat een wetenschappelijke onzekerheid, die bij nader onderzoek kan leiden tot echte kennis. Bij de psychoot leidt de twijfel echter tot een existentiële crisis: aan álles wordt getwijfeld, ook aan die dingen die een normaal mensmoet aannemen om te kunnen leven. Er zijn alledaagse overtuigingen waar je maar beter van uit kunt gaan, bijvoorbeeld het feit dat andere mensen óók met rede begiftigde, zelfstandige individuen zijn. Zulke intersubjectiviteit kent de psychoot echter niet: hij ziet de ander als voortzetting van de eigen gedachten en fantasieën.

Ik werd psychotisch op momenten dat mijn omgeving niet meer vertrouwd was. Steeds wanneer ik dan redelijk probeerde te zijn, mezelf eruit wilde denken, leidde dat tot psychotische gedachtegangen. Om ‘normaal’ te worden moet een psychoot dus eerder juist mínder redelijk zijn, om de vanzelfsprekende alledaagsheid te redden. Je moet niet te veel denken, maar juist weer dingen gaan doen, zoals samen eten, mensen zien, mensen aanraken.

Toch openbaart een psychose een interessant ervaringsdomein. Dat domein is weliswaar een moeras waar je in weg kunt zinken, maar er bloeien, in sommige gevallen, ook prachtige orchideeën. Mijn eigen psychose is uiteindelijk getemd door medicijnen; een werkzame methode, waar ik niet tegen ben. Maar als medicijnen als enige oplossing worden gezien en vergeten wordt wat een psychose nu eigenlijk inhoudt, is het jammer voor het zicht op het moeras.

Ik wil niet zo ver gaan als de anti-psychiaters uit de jaren zeventig, die de psychotische ervaring waardevoller vonden dan de normale beleving van de werkelijkheid, en die er zelfs een resultaat van maatschappelijke onvrede in zagen. Maar de ervaring kan wel degelijk betekenisvol zijn. Juist die voortdurende twijfel en de drang om maar te blijven doordenken plaatst alles wat gewoon lijkt in een ander perspectief. Vergelijk het met een reis naar een zeer exotisch of zelfs gevaarlijk land, waar je aannames over wat de normale gang van zaken is, op de kop worden gezet. Je wordt daarvan op de keper beschouwd niet echt iets wijzer, maar het geeft wel een besef van de fragiliteit en betrekkelijkheid van het alledaagse, normale leven. Uit de psychotische ervaring is soms, net zoals uit een liefdeservaring of een reiservaring, veel waardevols te halen voor de filosofie, de kunst en voor menselijke inzichten in het algemeen.

Wouter Kusters, taalkundige en filosoof, won in 2005 de Socrates-wisselbeker met zijn boek ‘Pure waanzin’, waarin hij zijn eigen psychotische ervaringen onderzocht.