Rusland blinkt uit in onmacht ‘Industriëlen durven hier geen risico aan’

Rusland heeft als erfgenaam van de Sovjet-Unie een rijke wetenschappelijke traditie. Maar talent omzetten in commerciële successen?

Topstudent zijn aan de toonaangevende technische universiteit in Ufa, 1.200 km ten zuidoosten van Moskou, gaf Viktor K. Gordeyev geen vrijstelling van sportles. Gordeyev, tegenwoordig specialist op het gebied van de zuigermotoren voor vliegtuigen, moest net als iedereen met zware militaire laarzen rondjes rennen in deze stad in het voorgebergte van de Oeral.

Hij zwoer dat hij een alternatief zou bedenken, en uiteindelijk deed hij dat ook – of tenminste, hij kwam in de buurt. Gordeyev vond een door benzine aangedreven laars uit, die eruitziet als een springstok die je vastmaakt aan je schenen. Hij werkt volgens hetzelfde principe als de luchtgeveerde basketbalschoen. Maar in plaats van te worden afgewezen als een mallotige uitvinding, werden zijn laarzen – die kleine zuigermotoren gebruiken –- gebombardeerd tot Russisch militair geheim.

Nu staan ze symbool voor Ruslands rijke wetenschappelijke traditie én voor het Russische onvermogen om wetenschappelijke vindingen om te zetten in winstgevende zakelijke initiatieven buiten de wapenindustrie.

Veel regeringsfunctionarissen, Russische wetenschappers en economen richten zich dezer dagen op de noodzaak om nieuwe bronnen van groei aan te boren, teneinde de economie van het land minder afhankelijk te maken van olie en gas –- de instabiele bron van Ruslands recente voorspoed. Er bestaat toenemende consensus dat stimulering van het ondernemerschap beloften inhoudt, maar op serieuze obstakels stuit. Zo is er bijvoorbeeld geen goed functionerend mechanisme dat durfkapitalisten, uitvinders en ondernemers bij elkaar brengt om levensvatbare commerciële producten te ontwikkelen.

De droom van Gordeyev, daterend uit 1974, om sneller te kunnen rennen en hoger te kunnen springen zonder moe te worden, zou forenzen wellicht nooit hebben aangesproken of zelfs maar een populaire sport zijn geworden. Maar anders dan de Segway, de Amerikaanse zichzelf in evenwicht houdende scooter, heeft het idee nooit een echte kans gehad om aan te slaan.

De Russische generaals zagen in gedachten hun soldaten al moeiteloos naast pantservoertuigen rennen, daarom werden de laarzen militair geheim. In 1994 werd de uitvinding vrijgegeven, en Gordeyev en zijn partners dachten rijk te kunnen worden door de laarzen aan een lui publiek te verkopen. Maar hun bedrijf ging vorig jaar failliet.

Vorige maand smeekte de Russische president Vladimir Poetin de meest vooraanstaande zakenlieden van het land om hun vleugels uit te slaan en te investeren in innovaties en wetenschappelijk onderzoek.

[Vervolg Rusland: pagina 16]

‘Industriëlen durven hier geen risico aan’

German O. Gref, de minister voor Economische Ontwikkeling, zegt dikwijls dat Ruslands wetenschappelijke expertise het land onderscheidt van andere opkomende economieën, zoals India, China en Brazilië.

Net als de laarzen proberen Russische wetenschappers nog steeds voet aan de grond te krijgen in de kapitalistische wereld. Een bedrijf in Saratov, dat een nieuw staartloos transportvliegtuig wilde maken, genaamd de ‘vliegende schotel’, heeft het nooit gehaald. Russische programmeurs, die het goed doen in Silicon Valley, zijn in eigen land het meest bekend door hun hackersactiviteiten.

Rusland kent ook andere voorbeelden van goede ideeën die in het commercialiseringsproces zijn gesneuveld. De Russische uitvinder van het computerspel Tetris was niet in staat zijn vinding te patenteren en is daardoor grote hoeveelheden geld misgelopen. Russische ingenieurs bedachten afzinkbare pompen voor oliebronnen, maar slaagden er niet in de ontwikkeling ervan te financieren; nu kopen Russische bedrijven westerse modellen van het Amerikaanse bedrijf Halliburton.

En, in tegenstelling tot de VS, zijn durfkapitaalfirma’s en beginnende bedrijven in Rusland niet neergestreken in de buurt van technische universiteiten.

„Durfkapitaalfirma’s beginnen zich hier wel te vertonen, maar het is nog steeds een uitzondering als zij iets oppikken”, zegt Igor R. Belousov, een functionaris van Hewlett-Packard die het onderzoek van zijn bedrijf aan Russische universiteiten coördineert.

Intussen nemen natuurlijke hulpbronnen 80 procent van de Russische export voor hun rekening; de bijdrage daaraan van ruwe olie en aardgas bedraagt 65 procent.

Om buitenlandse bedrijven te stimuleren in steden te investeren met veel wetenschappelijk talent, is het ministerie van Economische Ontwikkeling bezig technologieparken met belastingvoordelen op te zetten in St. Petersburg, Moskou, Nizhny Novgorod en Novosibirsk.

Boris V. Gryzlov, de voorzitter van het Russische parlement, zei vorige maand dat zijn partij, Eén Rusland, Russische uitvinders zou moeten helpen markten voor hun ideeën te vinden. Het programma heet ‘De Ideeënfabriek’ en voorziet in een grote rol voor het Kremlin bij het verstrekken van durfkapitaal. Zo’n 30 commissies moeten wetenschappers voordragen voor staatssubsidies. Die aanpak is niet verrassend, gezien het feit dat de industriële vernieuwing in het land historisch gezien altijd via het leger is verlopen – getuige het voorbeeld van de laarzen van Gordeyev.

Tot nu toe blijven die laarzen echter een curiositeit, zonder de bredere distributie waarop hun uitvinder had gehoopt.

„Alles wat in een motor gebeurt, gebeurt ook als je de laars met je voet neerzet”, zegt Rustam D. Enikeev, de decaan van de faculteit voor verbrandingsmotoren aan de Technische Universiteit van Ufa.

Als je een stap doet, wordt de lucht in de laars samengeperst, aldus Enikeev, die als ontwerper bij het project betrokken was. Maar dan injecteert een kleine carburateur benzine in de samengeperste lucht en zorgt een bougie voor de ontsteking. In plaats van een veiligheidsgordel om te doen, gespte Marat D. Garipov, een wetenschappelijk medewerker van de faculteit, tijdens een recente demonstratie riemen aan zijn schenen vast. Vervolgens drukte hij op de startknop.

Voordat hij een gang van het universiteitsgebouw in rende, sprong hij een paar maal op en neer om de motor warm te laten draaien. Daarna maakte hij een minuut of tien rondjes met een snelheid van ruim 19 kilometer per uur, waarbij de twee laarzen kleine wolkjes uitlaatgassen produceerden.

Een testrenner haalde eens een snelheid van bijna 35 kilometer per uur, ondanks het risico van evenwichtsverlies.

De tanks in de laarzen bevatten ieder een derde van een bekertje benzine, waarmee de renner bijna vijf kilometer kan overbruggen. Dat houdt in dat het verbruik van de laarzen op bijna 30 kilometer per liter ligt.

Maar zelfs na jaren van onderzoek blijft het rennen met behulp van benzine een gevaarlijke bezigheid. „Het is het gevaarlijkst als de bougie een vonk afgeeft op het moment dat de renner neerkomt, en de kracht van de ontploffing wordt geabsorbeerd door zijn lichaam”, legt Garipov uitdrukkingsloos uit.

De twee krachtige motoren hebben de neiging de drager zijn evenwicht te laten verliezen of zijn knieën te ontwrichten.

Maar Gordeyev, inmiddels 61 jaar en met pensioen, ontkent dat de laarzen gevaarlijk zijn en ziet nog steeds een massaproductie gloren. „We rennen nu al jaren met ze en we hebben nog niet één ongeluk gehad”, zegt hij tijdens een telefonisch interview. „De jongste versie functioneert perfect. Het zal een instrument worden waarmee de mensheid zich voortbeweegt. Een persoonlijk transportmiddel.”

Aanvankelijk probeerde het instituut de belangstelling te wekken van het leger. „We renden in de gang van het gebouw van de generale staf, vlak voor de neuzen van de generaals” en de minister van Defensie, zegt Enikeev. „Ze vonden het interessant, en waren er zelfs een beetje bang voor.”

Er kwam een bevel voor het commando van de paratroepen om de laarzen te testen, en het ontwerp werd tot militair geheim bestempeld. Daardoor kregen de universiteitsmedewerkers toegang tot overheidslaboratoria in Moskou, waaronder die van het ruimteagentschap.

Een van de uitkomsten van het onderzoek door het Russische ruimteagentschap was dat de hoeveelheid energie die nodig was om één kilo wegende laars al rennend voort te bewegen, groter was dan de hoeveelheid energie die door de benzinemotor werd geleverd. Dat betekende dat het rennen mét de gemotoriseerde laarzen vermoeiender was dan zónder, waardoor de hele onderliggende filosofie onderuit werd gehaald.

Slechts als het gewicht tot onder de twee pond per laars kon worden teruggebracht, zou de drager er baat bij hebben. Tot nu toe is dat niet gelukt.

Nadat het concept in 1994 was vrijgegeven, toen het kapitalisme Rusland in zijn greep begon te krijgen, besloten de uitvinders om de laars op de markt te gaan brengen.

Een voormalige student, Anfis G. Saibakov, richtte een bedrijf op, genaamd Ekomotor, om een gebruikersvriendelijke versie te ontwerpen. Hij bedacht dat forenzen ze misschien zouden willen gebruiken, in plaats van fietsen of rolschaatsen. Dat gebeurde echter niet.

Toen Saibakov de laarzen in 1998 in Disney World in Florida demonstreerde, kwam de veiligheidskwestie naar voren, en het bedrijf had het geld niet om daar iets aan te doen.

„Zij maken het een doorsneepersoon niet erg makkelijk om ze te gebruiken”, zegt Saibakov sip, en hij geeft toe dat het rennen met de laarzen altijd „een zeker risico met zich zal meebrengen”.

„Ze zouden als een kalasjnikov moeten zijn”, mijmert hij. „Altijd betrouwbaar, in wiens handen dan ook.”

© The New York Times 2007Vertaling Menno Grootveld