Ook geen blank en zwart trouwen?

Aanvankelijk leek het verschijnsel van de weigerambtenaren een aflopende zaak passend in een overgangssituatie, zodat er met enig pragmatisme tegenaan werd gekeken. Maar sinds het kabinet heeft gemeend hen in bescherming te moeten nemen, vormen ambtenaren die geen homo’s willen trouwen, een hot issue.

De argumentatie is niet altijd even zuiver. Wie de weigerambtenaren veroordeelt, krijgt soms voor de voeten geworpen dat hij zelf niet tolerant is. Het zou een Nederlandse traditie zijn dat er rekening wordt gehouden met gewetensbezwaren. Dat is waar. Als iemand op religieuze gronden zichzelf of zijn kinderen niet wil laten inenten, geen verzekeringen wil sluiten, dan wordt daar in Nederland rekening mee gehouden.

Maar met de weigerambtenaren gaat het om een principieel andere situatie. De weigerambtenaar claimt op godsdienstige gronden het recht om een ander zijn rechten te onthouden. Het honoreren van deze claim staat haaks op tolerantie en is onwerkbaar in een pluriforme samenleving. Een voorbeeld. In de tijd van de apartheidswetten voerden velen een bijbelse rechtvaardiging aan voor het verbod van een huwelijk tussen een zwarte en een blanke, want God had immers de verschillende rassen geschapen. Als we de uitleg van tolerantie van de ChristenUnie volgen, zouden we er begrip voor moeten opbrengen als een ambtenaar op grond hiervan een huwelijk zou weigeren te sluiten. Nog een voorbeeld. Paus Benedictus wil de regel strenger gehandhaafd zien, die gescheiden en vervolgens hertrouwde mensen uitsluit van de eucharistieviering. Moeten katholieke ambtenaren nu het recht krijgen om paren te weigeren bij de huwelijkssluiting, als het om stellen gaat die na een echtscheiding willen hertrouwen?

Het mag duidelijk zijn dat een uitleg van het begrip tolerantie, die erop neerkomt dat van ambtenaren wordt geaccepteerd dat ze de rechten van bepaalde burgers kunnen negeren, in een rechtsstaat principieel onjuist is.

Coos Huijsen is historicus.