NS wil autorijder trein in lokken

NS-directeur Meerstadt vindt dat er te weinig wordt nagedacht over de trein als alternatief voor de auto.

Hij wil het treinverkeer in de spits duurder maken.

NS-directeur commercie Bert Meerstadt verbaast zich erover dat bij het bestrijden van de files op de weg niet vaker wordt nagedacht over de rol die de trein kan spelen.

Neem het beprijzen van het wegennet. De kilometerprijs zal niets minder dan een „volksverhuizing” veroorzaken van de auto naar de trein, denkt Meerstadt. „Een kleine zucht bij de auto is een grote wind bij ons. Straks zullen de automobilisten ons als gebraden eendjes in de mond vliegen. Maar ze vliegen je wel dood.” Als de kilometerprijs in 2011 voor automobilisten wordt ingevoerd, zullen óók de tarieven van NS daarop moeten inspelen.

„We moeten het mobiliteitsprobleem niet verplaatsen van de weg naar het spoor. Als we niets doen, staan straks alle mensen elkaar op het perron te verdringen. Dus als mensen om acht uur ’s ochtends op een perron willen staan, zullen ze daar meer voor moeten betalen. En wellicht zullen de prijzen in de daluren nog verder omlaag moeten, zodat gezinnen die een dagje naar Artis gaan pas na de ochtendspits vertrekken.”

Er wordt verschillend gedacht over het effect van het beprijzen van de Nederlandse snelwegen. Een afname van de files met tien procent? Of slechts een afvlakking van de groei van het autoverkeer? Maar dát die effecten er zullen komen, daar twijfelt Bert Meerstadt niet aan. „Beprijzing kan grote effecten hebben. Laat ik een voorbeeld geven. We hebben zelf jarenlang de doelstelling gehad om tachtig procent van de reizigers een kaartje aan de automaat te laten kopen en twintig procent aan het loket. Dat haalden we niet. Totdat we besloten om bij het loket vijftig eurocent extra te gaan vragen per bezoek. Het probleem was vervolgens in één keer opgelost. Bleken 200.000 mensen per dag tóch de automaat te pakken.”

Je kunt, na de invoering van de kilometerprijs, de toevloed aan automobilisten natuurlijk óók verwerken door gigantische investeringen in het spoor te doen. In de gehele Randstad een viersporig netwerk aanleggen bijvoorbeeld. Dat kost meer dan vijftig miljard euro. Meerstadt is „realistisch genoeg” om te betwijfelen of dat geld er komt.

Liever dan de tegenstellingen benadrukken tussen trein en auto wil NS zoeken naar combinaties van het reizen per auto en trein. „Er heerst te veel het beeld dat mensen altijd de trein nemen of altijd de auto.” Er moet meer worden samengewerkt. Automobilisten moeten niet zozeer de weg af worden gejaagd en de trein in, nee, ze moeten vooral door NS verleid worden om een „eigen keuze” te maken tussen verschillende vervoersmogelijkheden. En veelal komt de trein daar gunstig uit.

Van alle verplaatsingen in Nederland gaat slechts 5 procent per openbaar vervoer. Maar dat zijn cijfers, zegt Meerstadt, over het hele land en ook buiten de spits. Terwijl op drukke tijden in de Randstad, zoals tussen Rotterdam en Den Haag en tussen Almere en ’t Gooi, het marktaandeel van het spoor meer dan 50 procent bedraagt. Nog te weinig mensen beseffen dat op bepaalde tijden en op bepaalde routes de trein handiger is dan de weg.

Meerstadt: „Mensen kiezen per dag voor trein of auto. Met de betrouwbaarheid die de treinen nu bieden, zien we de mensen die twee of drie keer de trein proberen, daarna vaker terug.”

De auto wordt gezien „als een verlengstuk van de woning waarin je in je neus kunt peuteren en heel hard met de autoradio kunt meezingen”, zegt Meerstadt. „Maar op het moment dat de auto stil staat, is dat niet leuk meer. Mensen kiezen ervoor om alleen op vrijdag met de auto te gaan, als het rustig is op de weg, en de andere dagen met de trein naar hun werk te reizen. Ze rijden warm langs de files, ze zijn eerder op hun werk, en ze kunnen tijdens de reis werken.”

Er zijn meer combinaties tussen auto en trein mogelijk, zegt Meerstadt. NS gaat daarom de komende jaren niet alleen vier miljard euro investeren in nieuwe treinen, maar ook een miljard in het „opwaarderen” van stations en overstappunten. Zodat automobilisten gemakkelijker hun auto kunnen parkeren bij een treinstation om de reis per trein te vervolgen. Er loopt nu een proef bij station Veenendaal-De Klomp langs de A12. Er liggen plannen voor overstapstations langs de A1 en de A28. „Waar het spoor dicht langs de snelwegen ligt.”

Op deze stations moeten de overstaptijden worden „veraangenaamd” want als mensen érgens een hekel aan hebben, zo heeft NS onderzocht, dan is het aan wachten. Dus moet de reiziger verleid worden om er koffie te drinken, kinderen bij de kinderopvang onder te brengen en op te halen, of alvast boodschappen te doen. „Zodat mensen het gevoel krijgen dat ze hun tijd nuttig besteden.”