Laat je iemand verdrinken of niet?

Zaterdag gaat in de Rotterdamse Schouwburg ‘Onschuld’ in première, opgevoerd door het Ro Theater en de Brusselse KVS. Een geëngageerd toneelstuk over het leven van illegalen en nomaden.

Van de verweesden moet ze het hebben. Van de enkelingen, de zoekenden, de nomaden. Bij de mensen die buiten de maatschappij staan, daar ligt het hart van theatermaker Alize Zandwijk (1961). „Met de elite heb ik niks, dat is alleen maar zeuren en dure auto’s. Ik hou van losers. Mensen die op deze wereld geen plek lijken te hebben, omdat ze vreemd, ziek, oud, illegaal zijn. Hún verhalen wil ik vertellen. Wie de boot heeft gemist, weet waar het leven werkelijk over gaat.”

Het repetitiedecor is kobaltblauw, de vloer hellend. Een venster in de achterwand biedt zicht op de verbeelding van een ver gelegen havengebied: hijskranen en torenflats, alle van Mecano. Zandwijk beent over het toneel. Van de ene naar de andere acteur. Ze staat dicht bij ze, als ze aanwijzingen geeft, licht voorovergebogen, klein maar scherp gebarend. En vanaf de tribune van het Rotterdamse Ro Theater ziet het eruit alsof ze haar spelers betrekt in een samenzwering. In een groots en duister plan.

Zaterdag gaat in de Rotterdamse Schouwburg Onschuld in première, een toneelstuk van de Duitse schrijfster Dea Loher (1964), opgevoerd door het Ro Theater en de Brusselse KVS. Uit haar pen is al behoorlijk wat toneel en literatuur gevloeid, ze mag zich bovendien de meest gelauwerde jonge auteur van het Duitse taalgebied noemen, maar in ons land is Loher nog onbekend. “Toen ik bij het Thalia Theater in Hamburg de Duitse uitvoering van Onschuld zag, was ik meteen verkocht,” zegt Zandwijk, sinds het vertrek van Guy Cassiers dit seizoen de enige artistiek leider van het Ro Theater. “Het stuk wordt bevolkt door dolende personages, verschillende verhaallijnen lopen door elkaar. Twee Afrikaanse illegalen die een meisje de zee in zien lopen, maar niks doen. Een kinderloze vrouw die om vergeving vraagt voor de misdaden van haar zoon. Twee vrolijke zelfmoordklanten. Een man die zijn geluk vindt in het verzorgen van de doden.

„En dan is daar nog die filosofe, die haar boeken verbrandt, omdat ze elke grote gedachte wantrouwt. Dea laat al die verhalen prachtig in elkaar grijpen. Zonder te psychologiseren, in een bijzondere literaire taal.”

Actrice Jacqueline Blom richt haar blik op de tv. “I am watching you, Big Brother! I am watching you!” Blom speelt Ella, de filosofe. Een lange zwarte soepjurk, soldatenkisten, een grijze Susan Sonntag-achtige pruik. “Dea heeft een merkwaardige manier van schrijven. De perspectieven verspringen voortdurend, directe en indirecte reden lopen door elkaar. Als je de tekst verkeerd zegt, klinkt hij heel pretentieus. Maar als je hem goed zegt, raakt hij je op een intuïtief niveau.” In haar monoloog verwoordt Ella de gedachte die in elke scène van Onschuld doorschemert. “Alle Grote Verhalen zijn zinloos, alleen in de Kleine Verhalen zit nog iets wat lijkt op waarheid.”

De kinderloze vrouw stapt zomaar alle levens binnen, op enorme schoenen, met een mierzoete goedmaaktaart. De zelfmoordklanten zijn manische kettingrokers. Door middel van het groteske komt Zandwijk dichter bij de inhoud. „Ik hou van uitvergrote, absurde beelden. En dan is het de uitdaging om de eenvoud niet uit het oog te verliezen.”

Na een vechtpartij liggen acteurs Bright Omansa Richards en Rogier Philipoom op de grond. Ze spelen Elisio en Fadoul, de twee zwarte illegalen. Omansa Richards is van nature zwart. De witte Philipoom is zwart geschminkt, opzettelijk nep. Zo nu en dan praat hij ook als een allochtoon. „Nee, nu normaal Nederlands,” zegt Zandwijk als Fadoul zich weer met Elisio probeert te verzoenen. „Het is al absurd genoeg.”

Wanneer ze dat meisje zien verdrinken, moeten de illegalen kiezen tussen twee kwaden: óf haar redden en een onaangename confrontatie met de politie riskeren, óf haar niet redden en dan mogelijk nooit meer goed kunnen slapen. Ze kiezen voor het laatste. „Toch behouden ze hun onschuld,” vindt Omansa Richards. „Hen kan hooguit gebrek aan menselijkheid worden verweten.”

Het Westen was het beloofde land, maar in deze ‘zee van water’ herkent Fadoul zijn ‘zee van zand’ niet terug. Philipoom: „Voor wie de hongerdood kent, is het onbegrijpelijk dat er mensen zijn die van een flatgebouw springen – zomaar, omdat ze het leven niet meer zien zitten.”

Politieke boodschappen wil Zandwijk niet uitdragen, wel noemt ze zichzelf geëngageerd. „Maar uiteindelijk gaat theater over verbeelding en mededogen. Mededogen dóór verbeelding. De rest is bijzaak.”

Onschuld, door Ro Theater en KVS. Première: 24 maart. Tournee: t/m 21 apr. Inl. 010 4046888 of www.rotheater.nl