Hybride autoheffing

De vervuiler hoort te betalen voor zijn gebruik van schaarse energie en voor zijn uitstoot van afvalgassen. Terecht wordt dat principe gehuldigd door staatssecretaris De Jager van Financiën (CDA). Hij herhaalde het tijdens zijn toespraak afgelopen dinsdag voor het Brussels Tax Forum. Toch is hij niet consequent. Hij wil het huidige Nederlandse stelsel van bijzondere verbruiksbelasting voor nieuwe auto’s (BPM) aanscherpen. Daarin worden door een willekeurige indeling in zeven categorieën sommige energieslurpers bevoordeeld boven zuiniger auto’s. Tegen deze beleidshobby maakt de Nederlandse autobranche terecht bezwaar.

Het kan betekenen dat de koper van een hybride stadsjeep als zuiniger en milieuvriendelijker wordt beschouwd dan de milieubewuste nieuwe eigenaar van een klein autootje. Het is een ondoorzichtig en nodeloos ingewikkeld etiketteringssysteem dat energieslurpers kan belonen. Handige autoproducenten kunnen deze grenzen misbruiken om belasting te besparen op grote auto’s. De meeste andere landen maken het niet zo ingewikkeld, maar belasten de mate van vervuiling en uitstoot.

Staatssecretaris De Jager wil dit onrechtvaardige verschil tussen categorieën nog vergroten van 1.500 tot 3.000 euro voor alle niet-hybride auto’s. Bovendien wil hij de accijns op diesel verhogen, omdat dit een ‘milieuonvriendelijke’ brandstof zou zijn. Dat geldt wel voor oudere dieselauto’s, maar niet voor nieuwe. Een roetfilter kan vrijwel alle fijn stof uit de uitstoot van een nieuwe dieselauto verwijderen. Het is nog geen uitgemaakte zaak dat de hybride auto, die een lichte benzinemotor combineert met een zware accu, beter voor het milieu is. Dieselauto’s zijn lichter en de beste gebruiken aanzienlijk minder brandstof dan hybride auto's. Er is geen reden om de hybride auto speciaal uit te kiezen voor 6.000 euro korting op het fiscale deel van de aanschafprijs.

Met een hoge bijzondere verbruiksbelasting op auto’s is Nederland al een uitzondering op andere Europese landen. Dat geeft extra administratieve lasten bij de aankoop van auto’s in het buitenland en belemmert het vrije verkeer binnen Europa. De BPM kan daarom beter helemaal worden afgeschaft, zodat Nederlanders gemakkelijker in België of Duitsland een auto kunnen kopen en de Europese prijzen op hetzelfde niveau komen te liggen. Ook daar heeft de autobranche gelijk in.

Tol- of kilometerheffingen zijn geen alternatief voor de BPM, omdat daarin de mate van energieverbruik en het beslag op schaarse Nederlandse ruimte niet op een eenvoudige manier kan worden verrekend. Een Fiatje rijdt niet per definitie minder kilometers dan een Chrysler, maar legt ze wel veel zuiniger af. Daarom betaalt die veel tankende Chryslereigenaar meer accijns. Verhoging daarvan is een effectievere manier om schoon rijden te bevorderen dan via de BPM. De vervuiler betaalt, en de rekening moet hem zo eenvoudig mogelijk worden gepresenteerd. Anders werken de financiële prikkels niet. Alles is beter dan de aanscherping van deze uniek Nederlandse hybride verbruiksbelasting voor auto’s.