Gebeurtenissen in Mogadishu lijken op tv-beelden uit 1993

In de Somalische hoofdstad is een strijd losgebarsten tussen moslimmilities en regeringssoldaten. Lijken van soldaten werden door de straten gesleept.

Dat zagen we daar eerder.

Nairobi, 22 maart. - De al uiterst fragiele situatie in de Somalische hoofdstad Mogadishu dreigt te ontaarden in een totale oorlog. De oppositie heeft zich verenigd: clanleiders, zakenlui en islamitische radicalen werken samen om de interim-regering te verdrijven van president Abdullahi Yusuf, die wordt gezien als een bezettingsmacht. De twee weken geleden gearriveerde soldaten van een Afrikaanse vredesmacht hebben zich niet in het steekspel gemengd.

Sinds drie dagen vergaderen clanleiders en zakenlui van de Haber Gedir-subclan de Ayr in het zuidelijke district Shirkole om hun verzet tegen de regering te coördineren. Gisterochtend, toen deze beraadslagingen nog in volle gang waren, vielen regeringssoldaten de wijk binnen. Gemaskerde strijders van de rond Kerstmis door een Ethiopische invasiemacht verdreven islamitische radicalen wachtten het regeringsleger op, waarna er hevige gevechten uitbraken. De gemaskerde mannen zeggen lid te zijn van de Popular Resistance Movement in the Land of Two Migrations (Volksverzetsbeweging in het Land van de Twee Migraties). Dat is een nieuwe naam voor Al Shabaab, de schimmige organisatie van jonge radicale moslims die zes maanden aan de macht was in de hoofdstad – onder de banier van de Unie van Islamitische rechtbanken (ICU).

De Somalische politiek valt vrijwel altijd terug te voeren tot clanrivaliteit. De Haber Gedir en de Ayr zien de regering als een bezettingsmacht van de rivaliserende Darod clan. Een woordvoerder van president Yusuf verwees naar die clanrivaliteit toen hij vanochtend de militaire acties bagatelliseerde: „We ruimen de laatste resten van het fundamentalistische islamitische verzet op. En ook zakenlui die in de hoofdstad illegaal huizen en andere bezittingen overnamen, zitten achter de gevechten met onze troepen.” De zakenlui waar de Darod-woordvoerder van de president het over heeft, behoren tot de Haber Gedir, de fundamentalisten tot de Ayr-clan.

De gebeurtenissen van de afgelopen 24 uur in Mogadishu vertonen een sterke gelijkenis met de situatie in 1993. Pakistaanse soldaten van een internationale vredesmacht vielen toen een woonwijk van de Saad-subclan binnen om de toenmalige krijgsheer Farah Aideed te verslaan. De Pakistanen liepen in een hinderlaag en er vielen Somalische burgerdoden, waarna de bevolking zich keerde tegen de buitenlandse vredestroepen. Door de Pakistaanse actie explodeerde de situatie; bij een gelijksoortig incident enkele weken later met Amerikaanse militairen vochten twee dagen lang mannen, vrouwen en kinderen in de nauwe straatjes tegen de Amerikanen en brachten hen zware verliezen toe. Ze sleepten onder gejuich het lijk van een verminkte Amerikaan over straat. De tv-beelden gemaakt rond dit incident leidde tot de mislukking van de vredesoperatie en de vernederde aftocht van de Amerikanen en andere vredestroepen.

Ook gisteren sleepten woedende inwoners lijken door de straten, dit keer van Somalische soldaten en naar verluidt ook van een Ethiopische militair. De lijken werden in brand gestoken en bedolven onder stenen. Vermoedelijk bewust hebben opstandelingen aangestuurd op deze lugubere beelden omdat het verleden aantoonde hoe sterk politiek instrument ze zijn. De opstandelingen eisen het vertrek van de regering, hun Ethiopische handlangers en de Afrikaanse vredesmacht.

Twee weken geleden arriveerden de eerste Oegandese troepen van een geplande vredesmacht van 8000 man. De Oegandezen hebben zich – tot nu toe – niet met de gevechten bemoeid.

De Ethiopische soldaten deden dit wel, maar hebben weinig meer te verliezen. Ze zijn niet geliefd bij de Somaliërs, maar kregen eerder de steun voor hun invasie van de VS, Europa en de Afrikaanse Unie. Het Ethiopische leger wil snel uit Somalië vertrekken, om de Afrikaanse vredesmacht verder de kastanjes uit het vuur te laten halen.