Ga in tegen je eerste natuur

Hedonisme berust op een misverstand. Namelijk dat je van plezier, hedone, gelukkig wordt. Je kunt het uitproberen. Ga maar eens naar de hoeren. Of koop steeds grotere auto’s. Ga steeds meer eten en drinken. En kijk of je daar gelukkiger van wordt. Nee dus. Dat snapt iedereen wel als hij erover nadenkt.

„Dit inzicht is in zowel de westerse als de oosterse tradities vaak verbeeld in een allegorie. Denk aan Heracles op de tweesprong, met aan de ene kant een brede, makkelijk begaanbare weg, aangeprezen door een wulpse dame, en aan de andere kant een steil, smal, moeilijk begaanbaar pad. De eerste weg lijkt aantrekkelijker, maar leidt naar de afgrond. De tweede naar het geluk.

„Mensen weten niet vanzelf waar ze gelukkig van worden. Om de juiste weg te kiezen heb je deugden nodig. Verstandigheid, moed, zelfbeheersing, rechtschapenheid. Deugdenethiek zegt niet: zo moet je het doen en dit moet je nastreven. Deugden zijn verenigbaar met veel verschillende levensstijlen. Dat moet ook, want iedereen is anders en doet wat anders met zijn leven. Maar we hebben allemaal moed en de andere deugden nodig. Niet alleen de soldaat in Afghanistan, maar ook de journalist of de loodgieter. Wanneer je amper te eten hebt, is de deugd van zelfbeheersing wat eten betreft natuurlijk een stuk minder prangend. In onze rijke samenleving hebben wij veel zelfbeheersing nodig op dit punt, want we worden voortdurend in verleiding gebracht. Koop maar, consumeer maar.

„Dat staat niet alleen op gespannen voet met de klassieke deugd van zelfbeheersing, maar ook met de christelijke deugd van naastenliefde. Het is allemaal ikke, ikke, ikke. Consumentisme kan er ook toe leiden dat je denkt: ik wil er niet op achteruit in mijn consumptieniveau, dus ik wil geen kinderen. Dat kan een van de redenen zijn waarom we zo weinig kinderen hebben met z’n allen. Maar ook in de falende burgerzin wordt het gevaar van de ik-mentaliteit duidelijk. Weinig mensen zijn nog politiek actief, wat niet goed is voor de democratie. Stemmen alleen is niet voldoende.

„Deugden kun je maar op één manier verwerven, en dat is via opvoeding. Dat impliceert een belangrijke rol voor de ouders, de onderwijzers, en andere grotere mensen. Helaas is ons onderwijssysteem ook erg hedonistisch: onderwijs moet vooral ‘plezierig en leuk’ zijn. Maar leuke dingen zijn niet noodzakelijkerwijs de belangrijkste dingen. Onregelmatige werkwoorden leren is niet leuk. Maar het zijn wel de belangrijkste werkwoorden in iedere taal. Beheers je die niet, dan spreek je de taal niet. Stampen dus maar.

Ook deugdenethiek is niet leuk, maar wel belangrijk. Wat is er nou vervelender dan zelfbeheersing? En moed, ook zoiets vreselijks. Het liefst loop je hard weg. Je moet dus in feite tegen de natuur ingaan. Tegen je eerste natuur in, om een tweede natuur te bouwen. Een betere natuur, een redelijke natuur.”

Andreas Kinneging is hoogleraar rechtsfilosofie in Leiden. Hij won in 2006 de Socrates-wisselbeker voor zijn boek ‘Geografie van goed en kwaad’, waarin hij zich afzet tegen het materialistische moderne denken en pleit voor een klassieke en joods-christelijke deugdenethiek.