Eerste Kamer moet aan politiek doen

De laatste weken is er weer volop discussie over de rol van de Eerste Kamer. De heersende mening is dat de Eerste Kamer zich terughoudend moet opstellen in politiek opzicht en zich moet beperken tot toetsing van de kwaliteit van de wetgeving. Als argument daarvoor wordt aangevoerd dat zij indirect gekozen wordt en daardoor een verminderde legitimatie heeft. Naar mijn oordeel is deze redenering in strijd met de Grondwet. Deze kent een aantal bevoegdheden toe (bij voorbeeld het recht om wetsvoorstellen te verwerpen) en doet dat zonder enige beperking. Nergens zegt de Grondwet dat de Eerste Kamer op een terughoudende manier van haar bevoegdheden gebruik moet maken, omdat zij indirect gekozen wordt.

Daarenboven is de redenering vanuit democratisch oogpunt ongewenst. De Grondwet gaat uit van een tweedeling: regering en parlement, bestaande uit de Tweede en de Eerste Kamer. Het kenmerk van de regering is dat deze altijd wetten tot stand wil brengen. In onze democratie kan dat alleen met instemming van de burgers, dat wil zeggen van het parlement. De Nederlandse burger heeft twee mogelijkheden om de regering tegen te houden: eerst in de Tweede Kamer - en als dat niet lukt - in de Eerste Kamer. Het terugdringen van de rol van de Eerste Kamer versterkt de positie van de regering en is daarom ongewenst. Wanneer de Eerste Kamer haar rol niet serieus neemt, zal de aandrang om via andere wegen de macht van de regering te beperken toenemen. De roep om een referendum en constitutionele rechtspraak zal luider klinken dan ooit tevoren.